Veroordeling boekhouder wegens ten onrechte doen van nihilaangiften omzetbelasting. Vrijspraak feitelijk leidinggeven.

Rechtbank Midden-Nederland 23 februari 2015, ECLI:NL:RBMNE:2015:1265 Verdachte heeft zich gedurende een periode van ruim drie jaar schuldig gemaakt aan het doen van onjuiste aangiften omzetbelasting vanuit zijn functie als boekhouder voor bedrijf. Al die jaren is er telkens een nihilaangifte ingediend, terwijl uit het dossier blijkt dat bedrijf gedurende deze jaren wel degelijk omzet had, bij haar klanten omzetbelasting in rekening bracht en ook betaald kreeg, maar deze gelden vervolgens niet afdroeg aan de Belastingdienst.

Verdenking

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

Primair: in de periode van 26 september 2007 tot en met 14 juli 2010 feitelijke leiding heeft gegeven aan bedrijf die telkens opzettelijk onjuiste aangiften omzetbelasting heeft gedaan;

Subsidiair: in de periode van 26 september 2007 tot en met 14 juli 2010 tezamen en in vereniging met medeverdachte en bedrijf telkens opzettelijk onjuiste aangiften omzetbelasting heeft gedaan.

Standpunt van de verdediging

De verdachte heeft geen bewijsverweer gevoerd tegen het door de officier van justitie ingenomen standpunt en opgemerkt dat hij door bijzondere omstandigheden op deze wijze heeft gehandeld.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank spreekt verdachte vrij van het primair ten laste gelegde, omdat hij naar het oordeel van de rechtbank in zijn rol als boekhouder/accountant geen feitelijke leidinggever was van bedrijf.

De rechtbank acht het subsidiair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen op grond van het navolgende.

Bedrijf heeft tussen 26 september 2007 tot en met 24 juli 2010 aangiften omzetbelasting ingediend over de maanden januari tot en met december 2007, januari tot en met december 2008, januari tot en met december 2009 en januari tot en met juni 2010. De aangiften omzetbelasting betreffen alle nihilaangiften.

Medeverdachte heeft verklaard dat verdachte de boekhouder was van bedrijf. Medeverdachte heeft voorts verklaard dat verdachte alle aangiften omzetbelasting heeft ingediend. Medeverdachte was er van op de hoogte dat er nihilaangiftes waren gedaan en wist ook dat bedrijf in de ten laste gelegde periode omzet heeft gedraaid.

Verdachte heeft verklaard dat hij wist dat bedrijf omzet draaide en dat het onjuist was om nihilaangiften omzetbelasting te doen. Desondanks heeft verdachte toch telkens de nihilaangiften ingediend.

Bewezenverklaring

Tezamen en in vereniging met een ander een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist doen, terwijl het feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, meermalen gepleegd.

Strafoplegging

De rechtbank veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 10 maanden, waarvan 4 voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.

Lees hier de volledige uitspraak.

 

 

 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF