Veroordeling belastingadviseur: opvoeren nep posten in aangiften inkomstenbelasting en aanmaken valse kwitanties

Rechtbank Amsterdam 2 november 2016, ECLI:NL:RBAMS:2016:7142

Verdachte heeft namens belastingplichtigen aangiften inkomstenbelasting ingediend en daarin gemaakte kosten opgevoerd die in werkelijkheid niet zijn gemaakt. Ter onderbouwing van de opgevoerde aftrekposten heeft verdachte kwitanties valselijk opgemaakt. Deze kwitanties heeft hij als bijlage gevoegd bij de door hem naar de Belastingdienst opgestuurde valse vragenbrieven. 

Verdachte heeft met zijn handelen bovendien misbruik gemaakt van mensen die voor het indienen van hun belastingaangifte hulp nodig hebben van derden, onder meer omdat zij de Nederlandse taal niet of onvoldoende machtig zijn. Deze mensen hadden gezien zijn functie als belastingadviseur vertrouwen in verdachte. Zij wisten veelal niet dat de door verdachte namens hen ingediende belastingaangifte onjuist was en worden nu geconfronteerd met naheffingen.

Verder hebben verdachte en zijn mededader zich schuldig gemaakt aan het schuldwitwassen van een geldbedrag van € 115.550,-. 

Aanleiding

Naar aanleiding van een aangifte van de Belastingdienst Utrecht-Gooi, dat een onderzoek deed naar een facilitator, waar een belastingplichtige tussen zat wiens aangifte over 2013 door middel van het IP-adres van de eenmanszaak Assurantie- en Administratiebureau naam eenmanszaak was ingediend, heeft het team systeemfraude van de Belastingdienst een query gedraaid op het IP-adres van naam eenmanszaak. Uit de resultaten van deze query bleek dat via dit IP-adres honderden aangiften inkomstenbelasting waren ingediend. In bijna alle gevallen waren specifieke zorgkosten opgevoerd, in afgeronde bedragen. Het IP-adres stond op naam van medeverdachte, eigenaar van voornoemd eenmansbedrijf. De medeverdachte is getrouwd met verdachte.

Uit nader onderzoek rees bij de Belastingdienst het vermoeden dat sprake was van frauduleus aangiftegedrag, wat voor de Belastingdienst aanleiding was om het onderzoek naar naam eenmanszaak bij de Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst aan te melden. Het onderzoek van de FIOD heeft ertoe geleid dat op 17 februari 2015 een doorzoeking ter inbeslagneming in de woning van verdachte en de medeverdachte heeft plaatsgevonden. Tijdens de doorzoeking is een contant geldbedrag van in totaal €124.930 aangetroffen, waarvan €115.550 zich in een koffer bevond, die voorzien was van een label op naam van haar echtgenoot, medeverdachte. Verdachte heeft verklaard dat het in de koffer aangetroffen geldbedrag van haar is. Zij zou het geld hebben gespaard en een deel hiervan hebben verdiend tijdens haar loondienstbetrekking bij bedrijf 1 en bedrijf 2.

In de klaagschriftprocedure om het in beslag genomen geld terug te krijgen, heeft de voormalige advocaat van verdachte een drietal documenten overgelegd, te weten een arbeidsovereenkomst, een jaaropgaaf en een salarisspecificatie, alle van bedrijf 1 en bedrijf 2.

Tot slot zijn in het kader van het onderzoek meerdere belastingplichtigen over hun aangifte inkomstenbelasting gehoord. Gedurende dit onderzoek is het vermoeden ontstaan dat verdachte een aantal van hen heeft verzocht om de door hen reeds bij de FIOD afgelegde verklaring in te trekken, dan wel bij eventueel nieuwe verhoren zich te beroepen op hun zwijgrecht.

Verdachte ontkent zich schuldig te hebben gemaakt aan de haar ten laste gelegde feiten.

Bewezenverklaring

  • Feit 1: valsheid in geschrift, meermalen gepleegd
  • Feit 2: opzettelijk gebruik maken van een vals of vervalst geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste
  • lid, van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst, meermalen gepleegd
  • Feit 3: medeplegen van schuldwitwassen

Strafoplegging 

Verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 6 maanden, waarvan 2 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar en een geldboete van € 30.000.

Lees hier de volledige uitspraak. 

 

 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF