Verduistering door postbezorger

Gerechtshof Amsterdam 20 november 2015, ECLI:NL:GHAMS:2015:4857 De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan verduistering van poststukken tijdens zijn werkzaamheden als postbezorger.

Door de verdediging is aangevoerd dat de verdachte zich de poststukken niet wederrechtelijk heeft toegeëigend, maar slechts onder zich heeft gehouden om alsnog te bezorgen. Omdat de poststukken soms anders waren gesorteerd dan dat de verdachte zijn wijk liep, heeft hij deze niet onmiddellijk kunnen bezorgen en deze apart gehouden. Het was slechts aan zijn slordigheid te wijten dat hij dat vervolgens steeds vergat danwel heeft uitgesteld.

Het hof acht deze uitleg van de verdediging onaannemelijk.

De in de bus van verdachte aangetroffen poststukken waren niet voor de verdachte bestemd. Hij diende deze in zijn functie als postbezorger af te leveren bij de geadresseerden. De verdachte wist dat de post dezelfde dag diende te worden bezorgd hetgeen ook door zijn werkgever werd verwacht.

Onder de op 24 februari 2012 aangetroffen post bevond zich een groot aantal poststukken die al lang hadden moeten zijn bezorgd. Dit betrof onder meer bedrijfspost en post van financiële instellingen. Ook betrof dit een rouwbrief met datumstempel 3 februari 2012, ruim vóór de tenlastegelegde datum.

Het hof leidt uit de ruime hoeveelheid poststukken die het betreft, alsmede de verschillende data van ter postbezorging af dat geen sprake was van incidenten doch van stelselmatig, bewust, wederrechtelijk handelen van de verdachte.

Nu de verdachte de betreffende poststukken die hij uit hoofde van zijn dienstbetrekking onder zich had in de tenlastegelegde periode bewust heeft achtergehouden heeft hij zich deze wederrechtelijk toegeëigend en zich derhalve schuldig gemaakt aan verduistering.

Het hof veroordeelt de verdachte tot een voorwaardelijke gevangenisstraf  van 3 weken met een proeftijd van 2 jaar en een taakstraf  van 70 uren.

Lees hier de volledige uitspraak.

 

Print Friendly and PDF