Verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 18 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk wegens faillissementsfraude

Rechtbank Zutphen 21 december 2012, LJN BY7760 Aanleiding onderzoek 

Aanleiding voor het onderzoek was de aangifte van de curator in het faillissement van de besloten vennootschap van bedrieglijke bankbreuk en het niet uitleveren van administratie door verdachte. Naar aanleiding van de aangifte van de curator en een aanvullende aangifte werd een strafrechtelijk onderzoek ingesteld.

Standpunt OM

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen kunnen worden. Ter zitting heeft de officier van justitie de bewijsmiddelen opgesomd en toegelicht. Uit de bewijsmiddelen komt volgens de officier van justitie naar voren dat verdachte sinds juli 2006 als feitelijk leidinggevende/opdrachtgever samen met de medeverdachte betrokken is geweest bij de voorbereiding en effectuering van de bedrijfsbeëindiging van de BV en daarmee samenhangende uitvoeringshandelingen.

Standpunt verdediging

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het feitelijk leiding geven aan bedrieglijke bankbreuk en het verstrekken van onjuiste inlichtingen aan de curator. Hij hield op berekende en geraffineerde wijze aanzienlijke bedragen buiten de failliete boedel.

Beoordeling rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het feitelijk leiding geven aan bedrieglijke bankbreuk en het verstrekken van onjuiste inlichtingen aan de curator. Hij heeft op berekende en geraffineerde wijze aanzienlijke bedragen buiten de failliete boedel gehouden, onder meer door het op naam van bedrijf 3 BV openen van een tweede bankrekening waaromtrent geen inlichtingen zijn verstrekt aan de curator en het verstrekken van onjuiste inlichtingen aan de curator. Door zijn handelen zijn de schuldeisers in ernstige mate benadeeld. Door het niet ter beschikking stellen van de administratie konden de rechten en plichten van bedrijf 3 BV niet te allen tijde worden gekend, hetgeen met name de curator van de failliet in een lastig parket heeft gebracht.

Verdachte heeft geen enkel inzicht heeft getoond in het laakbare van zijn handelen. Verdachte ziet zichzelf uitsluitend als slachtoffer en miskent daarmee volledig zijn rol in het gebeuren, aldus de rechtbank.

Verder houdt de rechtbank er rekening mee dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke feiten en dat er rekening moet worden gehouden met de straf die op 14 december 2011 aan verdachte is opgelegd in verband met andersoortige delicten. Ook is van belang wat in soortgelijke zaken met een vergelijkbaar benadelingsbedrag aan straf pleegt te worden opgelegd, mede - gezien de frauduleuze context waarin de gedragingen hebben plaatsgevonden - afgezet tegen de oriëntatiepunten die door het LOVS inzake fraude worden gehanteerd.

De rechtbank acht bewezen verklaard:

  1. feitelijk leidinggeven aan bedrieglijke bankbreuk, meermalen gepleegd door een rechtspersoon;
  2. feitelijk leidinggeven aan het als degene die in staat van faillissement is verklaard opzettelijk verkeerde inlichtingen geven, gepleegd door een rechtspersoon.

en veroordeelt verdachte hiervoor tot een gevangenisstraf van 18 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk.

 

Lees hier de volledige uitspraak.

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF