Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan oplichting en twee pogingen daartoe. Overweging mbt medeplegen.

Rechtbank Oost-Brabant 4 augustus 2015, ECLI:NL:RBOBR:2015:4726 Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan oplichting en twee pogingen daartoe al dan niet in vereniging. Door telkens misbruik te maken van de goedgelovigheid van de slachtoffers en hun hulpvaardigheid heeft hij hun forse geldbedragen afhandig gemaakt. Slachtoffers werden onder druk gezet om geld te geven door grove leugens over de ontvoering van de vader en vriendin van verdachte.

Vrijspraak feit 3 t/m 5

Anders dan de officier van justitie betoogt, bevat het dossier naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende wettig bewijs om tot een bewezenverklaring te kunnen komen van hetgeen aan verdachte onder genoemde feiten is ten laste gelegd. De rechtbank overweegt nog in het bijzonder dat verdachte weliswaar telkens het onderwerp van de leugens is geweest, maar dat niet gebleken is van enige (actieve) (oplichtings-)handeling door verdachte. Evenmin bevat het dossier voldoende wettig bewijs waaruit een andere materiële en/of intellectuele bijdrage van verdachte van voldoende gewicht aan deze feiten kan worden afgeleid. De verdachte behoort dan ook te worden vrijgesproken van de onderhavige feiten.

Feit 1 & feit 2

Gelet op de verklaringen van de burgemeester van ’s-Hertogenbosch, getuige 1 en getuige getuige 2 acht de rechtbank genoegzaam bewezen dat benadeelde partij (in de persoon van de burgemeester, de vertegenwoordiger van de gemeente in rechte) als gevolg van de door verdachte geschetste schrijnende situatie in beweging is gekomen en bij een weldoener heeft aangeklopt voor een financiële bijdrage voor verdachte en de medeverdachte en hun familie. Door verdachte en de medeverdachte is gepoogd om met tussenkomst van de burgemeester (aldus indirect) iemand te bewegen tot afgifte van geld. Aan de familie van verdachte en de medeverdachte was reeds in het verleden door tussenkomst van de burgemeester van benadeelde partij , door genoemde weldoener, geld verstrekt. Uit het voorgaande leidt de rechtbank af dat het oogmerk van verdachte er ook thans op was gericht om benadeelde partij dan wel een ander te bewegen tot afgifte van geld.

De rechtbank ziet zich voorts voor de vraag gesteld of verdachte als medepleger van de poging tot oplichting kan worden aangemerkt. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.

In het geval van medeplegen houden de voorwaarden voor aansprakelijkstelling vooral in dat sprake moet zijn geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking met een ander of anderen. Het accent ligt daarbij op de samenwerking en minder op de vraag wie welke feitelijke handelingen heeft verricht.

De vraag wanneer de samenwerking zo nauw en bewust is geweest dat van medeplegen mag worden gesproken laat zich niet in algemene zin beantwoorden, maar vergt een beoordeling van de concrete omstandigheden van het geval. De kwalificatie medeplegen is slechts dan gerechtvaardigd als de bewezen verklaarde – intellectuele en/of materiële – bijdrage aan het delict van de verdachte van voldoende gewicht is.

Uit de bewijsmiddelen volgt naar het oordeel van de rechtbank dat medeverdachte op 14 september 2014 een sms’je heeft verstuurd aan gemeentemedewerkster getuige 1 . In dat sms'je werd door medeverdachte beschreven dat zijn broer verdachte , verdachte, tegen de ontvoerders had gezegd dat ze het geld niet bij elkaar kregen. Hierop zou een videoboodschap verstuurd zijn waarop te zien zou zijn dat de vriendin van verdachte werd mishandeld en daarna door twee mannen werd verkracht. Daarna zou verdachte een mes hebben gepakt en zichzelf in zijn armen hebben willen snijden, aldus het sms'je van medeverdachte. Medeverdachte heeft hierop in datzelfde sms'je de gemeentemedewerkster gesmeekt het aan de burgemeester door te geven en voor verdachte een afspraak bij de burgemeester te regelen.

De rechtbank overweegt dat de medeverdachte hiermee een intellectuele en materiële bijdrage van voldoende gewicht heeft geleverd, zodat van een bewuste en nauwe samenwerking tussen hem en verdachte ten behoeve van de poging tot oplichting kan worden gesproken.

De rechtbank zal verdachte voor wat betreft het onder feit 1 ten laste gelegde bij gebrek aan voldoende wettig bewijs vrijspreken van het onderdeel dat betrekking heeft op het medeplegen van dat feit.

Bewezenverklaring

  • Feit 1: oplichting en poging tot oplichting;
  • Feit 2: medeplegen van poging tot oplichting.

Strafoplegging

Opgelegd wordt een gevangenisstraf voor de duur van 9 maanden met aftrek van voorarrest.

Lees hier de volledige uitspraak.

 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF