Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van witwassen: hij heeft samen met anderen, met gebruikmaking van een valse werkgeversverklaring en salarisspecificatie, een hypotheek aangevraagd en verkregen

Rechtbank Noord-Nederland 16 januari 2015, ECLI:NL:RBNNE:2015:381

Standpunt van de officier van justitie

Voor het primair ten laste gelegde, het medeplegen van witwassen, acht de officier van justitie onvoldoende bewijs voorhanden. De officier van justitie heeft gerekwireerd tot een bewezenverklaring van het subsidiair ten laste gelegde, te weten het medeplegen van oplichting.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak van de gehele tenlastelegging bepleit, nu naar zijn mening niet is voldaan aan de strengere eisen die de Hoge Raad stelt aan de deelnemingsvorm medeplegen. Verdachte heeft een faciliterende rol gespeeld tussen de medeverdachten medeverdachte 1 en medeverdachte 2. Verder heeft hij erkend dat hij de aanvraag heeft geregeld voor de woning aan de pleegplaats 3 en dat hij opdracht heeft gegeven voor het laten opstellen van een taxatierapport betreffende deze woning. De rol die verdachte heeft vervuld is hooguit te kwalificeren als medeplichtigheid aan het delict, hetgeen niet ten laste is gelegd, aldus de raadsman.

Beoordeling rechtbank

Anders dan de officier van justitie en de verdediging komt de rechtbank tot bewijs van het primair ten laste gelegde, in casu het medeplegen van witwassen. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.

Verdachte heeft voor het verkrijgen van de hypothecaire lening samen met anderen documenten gebruikt die niet in overeenstemming zijn met de werkelijkheid. Zo heeft hij bij de aanvraag daarvoor een werkgeversverklaring van bedrijf 2., betreffende medeverdachte 1, overgelegd, terwijl medeverdachte 1 nimmer bij deze werkgever in dienst is geweest. Ook is een salarisspecificatie d.d. 4 december 2007 van bedrijf 2 met de aanvraag meegezonden, terwijl medeverdachte 1 geen recht had op salaris. Naar aanleiding van de aanvraag heeft bedrijf 1 een hypotheekofferte uitgebracht, welke door medeverdachte 1 is geaccepteerd. De bank heeft daarop een hypothecaire lening verstrekt voor de aankoop van de woning aan de pleegplaats 3. Blijkens de verklaring van medeverdachte 1 deed hij dit op instignatie van verdachte. Verder heeft verdachte opdracht gegeven tot het laten opstellen van een taxatierapport betreffende genoemde woning.

Na aankoop van genoemde woning is door de medeverdachte 1 op 30 januari 2008 ten overstaan van de notaris zowel de hypotheekakte als de transportakte gepasseerd en is medeverdachte 1 eigenaar geworden van het onroerend goed. Het bouwdepot van 22.000 euro is niet door de bank uitbetaald.

De rechtbank is van oordeel dat sprake is geweest van een dusdanige nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en zijn medeverdachten dat er sprake is geweest van medeplegen. Verdachte was gedurende het proces van de aankoop van de woning op diverse momenten, bij diverse handelingen actief betrokken. Zowel medeverdachten medeverdachte 1 als medeverdachte 2 hebben over zijn betrokkenheid verklaard.

Ten aanzien van de vraag of sprake is van witwassen overweegt de rechtbank als volgt.

De verdachte heeft samen met anderen op basis van valse documenten geld geleend van bedrijf 1. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de verdachte bij het verkrijgen van deze hypothecaire lening een misdrijf gepleegd, in casu valsheid in geschrift. De aldus verworven hypothecaire lening is onmiddellijk, dat wil zeggen rechtstreeks, uit het misdrijf verkregen. Op grond van genoemde hypothecaire overeenkomst heeft verdachte de beschikking gekregen over een geldbedrag van 161.000 euro, inclusief een bouwdepot van 22.000 euro. Hoewel hij dit niet in handen heeft gehad, kan gezegd worden dat hij dit geldbedrag heeft verworven en voorhanden heeft gehad. Ten aanzien van het niet uitbetaalde bouwdepot kan gesteld worden dat verdachte het recht op uitbetaling ervan voorhanden heeft gehad. Dat verdachte niet de vrije beschikking had over het geld en het geld niet naar eigen inzicht kon besteden, maakt dit niet anders. Als zodanig is ook dit geldbedrag onmiddellijk uit misdrijf verkregen. Met dit geldbedrag is vervolgens de woning op het perceel aan de pleegplaats 3 betaald door overdracht van het geld door tussenkomst van de notaris aan de verkoper van deze woning. Genoemde woning is daarmee eigendom geworden van de medeverdachte 1 en aldus heeft hij deze woning verworven en voorhanden gekregen. Als zodanig is deze woning middellijk, dat wil zeggen niet rechtstreeks, afkomstig uit misdrijf.

Wat aanvankelijk werd verkregen uit misdrijf (de hypothecaire lening en daarmee de aanspraak op een geldbedrag) heeft uiteindelijk geleid tot een volwaardig en legaal eigendomsrecht op de woning, waarmee naar het oordeel van de rechtbank sprake is van witwassen.

De rechtbank is van oordeel dat er sprake is geweest van witwassen tot de datum van aangifte door bedrijf 1. Op dat moment werd de criminele herkomst van de voorwerpen onthuld.

Bewezenverklaring

Het bewezen verklaarde levert op: primair medeplegen van witwassen.

Strafoplegging

De rechtbank veroordeelt verdachte tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden.

Gelet op het aanzienlijke tijdsverloop tussen het feit en de berechting en het bepaalde in artikel 63 Sr is de rechtbank overgegaan tot de oplegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf in plaats van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf.

Lees hier de volledige uitspraak.

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF