Vanaf wanneer geldt inzage in het strafdossier: voor of na het verhoor?

Op grond van artikel 48 Sv (het oude artikel 51) moet de raadsman ‘onverwijld’ (Van Dale: ‘zonder uitstel’) een afschrift van deze stukken te krijgen. Artikel 149a lid 2 Sv bepaalt wat processtukken zijn: alle stukken die redelijkerwijs van belang kunnen zijn voor een door de rechter ter terechtzitting te nemen beslissing. Dat is dus in elk geval alles wat de verdenking raakt. Artikel 30 lid 3 Sv stelt dat de officier van justitie, in het belang van het onderzoek, ‘bepaalde processtukken’ kan achterhouden. Dat is geen inkoppertje: op grond van lid 4 moet de verdachte van een dergelijke onthouding schriftelijk op de hoogte worden gesteld en staat er bezwaar open bij de rechter-commissaris.

Hiermee is, sinds de wetswijziging per 1 januari 2013, de hoofdregel helder: het eerste verhoor na aanhouding bepaalt het uiterste moment waarop de verdachte een zo compleet mogelijke inzage toekomt in het dossier, met kopie voor de advocaat. Dus: eerst het dossier, dan pas verhoren.

Lees verder:

 

 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF