Tongzoen geldt niet langer als verkrachting

De Hoge Raad oordeelt vandaag dat een gedwongen tongzoen niet langer geldt als verkrachting (art. 242 Sr). Iemand dwingen tot een tongzoen blijft strafbaar maar zou vanaf nu onder een lichter wetsartikel kunnen worden gebracht. Zo bedraagt de maximale gevangenisstraf voor ‘feitelijke aanranding van de eerbaarheid’ (art. 246 Sr) acht jaar tegenover twaalf jaar voor verkrachting.

Met deze uitspraak komt de Hoge Raad terug op zijn eerdere oordeel dat  ieder seksueel binnendringen van het lichaam, dus ook een tongzoen, moet worden gezien als verkrachting. Op dit oordeel bestond  kritiek. Het bestempelen van een tongzoen als verkrachting zou strijdig zijn met het algemene taalgebruik. Daarbij werd veroordeling voor verkrachting vanwege een tongzoen vaak als onrechtvaardig ervaren omdat een tongzoen niet op een lijn kan worden gesteld met geslachtsgemeenschap of een daarmee vergelijkbare gedraging. Op grond van deze overwegingen is de Hoge Raad tot zijn gewijzigde rechtsopvatting gekomen.

Lees de volledige uitspraak:

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF