Taakstraf en voorwaardelijke gevangenisstraf voor penningmeester seniorenvereniging voor wederrechtelijke toe-eigening gelden

Rechtbank Limburg 11 juli 2014, ECLI:NL:RBLIM:2014:6171

Aangever, voorzitter van een seniorenvereniging, doet op 6 juli 2012 aangifte van onder meer verduistering door verdachte. Verdachte was sinds januari 2010 boekhouder van de vereniging. Hij verzorgde de boekhouding samen met zijn zwager (betrokkene), de toenmalige penningsmeester van de vereniging.

Tijdens het ziekbed van betrokkene heeft verdachte de boekhouding volledig overgenomen en in maart 2011 werd hij officieel benoemd tot penningmeester van de vereniging. Het geld van de vereniging (subsidie, contributie, inkomsten uit onderverhuur en consumptieverkoop) werd gestort op twee rekeningen (Rabobank en ING). Verdachte was in het bezit van een bankpas van beide rekeningen. Hij was de enige die de bevoegdheid en de mogelijkheid had om te internetbankieren met beide rekeningen.

Nadat bleek dat een huurbedrag ad 32.000 euro – anders dan verdachte beweerde - niet aan de gemeente was betaald en verdachte (na diens toezegging) vergeefs gesommeerd was bewijsstukken van betaling aan aan- gever over te leggen, heeft aangever via de bank met een tweede bankpas toegang gekregen tot internetbankieren. Aangever kon toen via internet de mutaties op die rekening terugkijken tot aan 1 april 2011. Tot zijn verbazing zag hij dat vanaf 7 april 2011 bedragen waren overgeboekt naar de per- soonlijke rekening van de echtgenote van verdachte en dat er vele geldopnames waren geweest, met name in E. (waar de familie familienaam verdachte woont). Blijkens later verkregen Rabobank overzichten is reeds vanaf januari 2010 geld van de rekening van de vereniging naar de persoonlijke rekening van de echtgenote van verdachte gegaan en zijn ook al vanaf toen verschillende geldopnames geweest. Ook van de ING rekening bleek geld te zijn verdwenen. Dit begon op 7 april 2010. Hier gaat het om geldopnames in Sittard, Echt en Roermond.

In de aanvullende aangifte van 28 augustus 2012 legt aangever een bijlage over van de Katholieke Bond van Ouderen (KBO). Op verzoek van het bestuur van de Seniorenvereniging heeft KBO een accountant verzocht om onderzoek te doen naar de omvang van de fraude. Uit de brief van de directeur van de KBO blijkt dat er in de periode van 2009 tot en met juni 2012, 75.070 euro aan contante gelden is opgenomen bij diverse geldautomaten en dat er 33.850 euro is overgeboekt naar de rekening van de echtgenote van verdachte.

Verdachte heeft verklaard dat hij feitelijk met zijn werkzaamheden als penningmeester van de vereniging is begonnen in april 2010 omdat toen betrokkene in het ziekenhuis kwam te liggen. In maart 2011 is hij officieel benoemd tot penningmeester van de vereniging. Voor het jaar 2010 heeft verdachte verklaard deels verantwoordelijk te zijn voor de financiële gang van zaken bij de Seniorenvereniging en over de jaren 2011 en 2012 geheel. Verdachte heeft verder verklaard dat hij gelden van de Seniorenvereniging door kasopnames en bankoverschrijvingen heeft onttrokken en deze ten eigen bate heeft aangewend. De gelden gingen naar de rekening van de partner van verdachte. Verdachte kon 1000 euro per dag pinnen en nam vaker meerdere dagen achter elkaar geld op om kapitaal te verzamelen.

Getuige 2 heeft verklaard tweede penningmeester van de vereniging te zijn. Zij herinnert zich dat verdachte na het overlijden van betrokkene, in decem- ber 2010, diens werkzaamheden heeft overgenomen als interim penning- meester. Omdat verdachte toen nog niet over een bankpas beschikte heeft getuige 2 haar bankpas aan verdachte ter beschikking gesteld in januari 2011. Getuige 2 heeft verklaard zelf nimmer geld van de Seniorenvereniging te hebben opgenomen bij enige geldautomaat. Zij telebankierde niet en stortte enkel geld.

Getuige 1 heeft verklaard dat haar partner betrokkene penningmeester was van de Seniorenvereniging en verdachte op enig moment boekhouder werd. In 2010 werd betrokkene ziek en heeft verdachte grotendeels de admini- stratie van de vereniging overgenomen. betrokkene heeft van januari tot en met april 2010 nog werkzaamheden voor de vereniging verricht, maar daarna kon hij dat vanwege zijn ziekte echt niet meer. Getuige neemt aan dat vanaf dat moment verdachte als penningmeester is gaan optreden. betrokkene was hiertoe niet meer in staat.

Conclusie

De rechtbank stelt aan de hand van het voorgaande vast dat verdachte vanaf april 2010 als interim penningmeester van de naam seniorenvereniging heeft gefungeerd, totdat hij in maart 2011 officieel als penningmeester werd benoemd. Die functie heeft hij bekleed tot juni 2012. Verdachte had de beschikking over een bankpas van de rekeningen van de vereniging. Verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij in 2010 deels en in 2011 en 2012 geheel verantwoordelijk was voor de financiële huishouding van de vereniging. Verder heeft hij verklaard dat hij door kasopnames en bank- overschrijvingen geld aan de vereniging onttrok ten eigen bate. Verdachte boekte onder meer grote sommen geld over naar de rekening van zijn partner. De kasopnames vonden plaats in Echt, Sittard en Roermond.

Verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij pas vanaf oktober 2010 geld- opnames kon doen. De rechtbank hecht - gelet op zijn verklaringen bij de politie en de verklaringen van de getuigen 1 en 2 - daaraan geen geloof.

De rechtbank acht - gelet op het vorenstaande - het tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen.

Beroep op psychische overmacht

De verdediging stelt zich op het standpunt dat verdachte dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging wegens psychische overmacht. Ver- dachte had (en heeft nog steeds) forse schulden en is diverse malen slachtoffer geworden van bedreigingen en fysiek geweld door of in opdracht van zijn schuldeisers. Hij ondervindt hiervan nog steeds hevige druk. De verdediging is derhalve van mening dat verdachte tot het verklaarde handelen is gekomen onder invloed van een zodanige van buiten komende druk, dat redelijkerwijs niet van hem te vergen was dat hij daartegen weerstand bood.

De rechtbank verwerpt het verweer van de raadsman, daar haar op geen enkele wijze is gebleken dat er sprake is van psychische overmacht. Wat er ook zij van de verklaring van verdachte dat hij druk ervoer van zijn schuld- eisers, dit maakt nog niet dat hij daartegen geen weerstand kon bieden en laat onverlet dat hij andere keuzes had kunnen maken. Overigens is niet gebleken dat verdachte naar de politie is gestapt en aangifte tegen voornoemde schuldeisers heeft gedaan.

Strafoplegging

Verdachte heeft gedurende een periode van meer dan twee jaren het door de seniorenvereniging in hem gestelde vertrouwen geschaad door stelselmatig geld - dat hij uit hoofde van zijn functie als (interim)-penningmeester van de vereniging onder zich had ten behoeve van welzijnswerk voor ouderen - voor persoonlijke doeleinden te gebruiken. Het bedrag dat is verduisterd bedraagt in totaal meer dan 100.000 euro. Verdachte heeft ter terechtzitting geen openheid van zaken gegeven en onvoldoende inzicht in de onjuistheid van zijn handelen getoond. De rechtbank kan derhalve niet inschatten of verdachte zich niet wederom schuldig zal maken aan financiële malversaties, nu hij immers nog steeds kampt met een forse schuldenlast en – naar eigen zeggen – nog steeds lastig gevallen wordt door zijn schuldeisers.

De rechtbank veroordeelt verdachte tot taakstraf voor de duur van 240 uren en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden met een proeftijd van drie jaar.

Lees hier de volledige uitspraak.

 

Print Friendly and PDF