Slagende bewijsmotiveringsklacht poging oplichting door listige kunstgrepen en het aannemen een valse hoedanigheid

Hoge Raad 10 januari 2017, ECLI:NL:HR:2017:29

De verdachte is bij arrest van 24 juni 2015 door het hof Amsterdam veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) maanden wegens onder poging tot oplichting (feit 1) en opzettelijk een valse pas als bedoeld in artikel 232, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, voorhanden hebben, terwijl hij weet dat de pas bestemd is voor gebruik als ware deze echt en onvervalst (feit 2).

Deze bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsvoering:

"BEWIJSMIDDELEN
Het hof neemt ten aanzien van de feiten 1 en 2 over de bewijsmiddelen in het vonnis van 21 november 2013 zoals deze zijn weergegeven onder '3.3 Redengevende feiten en omstandigheden' en opgenomen in de alinea die begint met:
"Op vrijdag 9 augustus 2013..." tot aan de zin die begint met "Uit nader onderzoek.." en uit de alinea die begint met de woorden:
"Verdachte heeft ter..." de navolgende zin: "Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij op 9 augustus 2013 op Schiphol in de winkel Gassan is geweest." alsmede de zinssnede: "Hij (hof: de verdachte) verklaart tevens dat hij de creditcard met nummer 0001 al twee jaar in zijn bezit heeft..."
en in de voetnoten 2, 3 doch alleen voor zover daarin is opgenomen de kennisgeving van inbeslagneming, 4, 5, 6 en 8, die tezamen opleveren de redengevende feiten en omstandigheden, op grond waarvan het hof bewezen acht en de overtuiging heeft verkregen, dat de verdachte het onder 1 en 2 bewezen verklaarde heeft begaan."

Het door het Hof houdt met betrekking tot het onder 1 en 2 bewezenverklaarde in:

"3.3. Redengevende feiten en omstandigheden (1)
De rechtbank komt tot bewezenverklaring van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten op grond van het volgende.
Op vrijdag 9 augustus 2013 wordt verdachte aangehouden op Schiphol naar aanleiding van de melding dat verdachte vermoedelijk met valse creditcards horloges van het merk Rolex wilde kopen in de winkel Gassan, gevestigd in de Terminal 2 Lounge airside, op Schiphol.(2) Bij verdachte worden meerdere creditcards aangetroffen, waaronder een creditcard met het nummer 0001. (3) Het betreft een Visa creditcard met het opschrift "Capitol One" en de naam " verdachte ".(4) Voornoemde kaart betreft een nabootsing van een echte creditcard, want de kaart is geheel uitgevoerd in printtechniek terwijl een origineel exemplaar wordt uitgevoerd in druktechniek en voorts bevat de kaart een nagebootst hologram.(5)
Uit nader onderzoek blijkt dat verdachte op 26 juli 2013 met voornoemde valse creditcard heeft getracht om een tweetal horloges van het merk Rolex te kopen in de winkel Gassan op Schiphol. Deze verkoop is echter afgebroken. Verdachte zei tegen een medewerker van de winkel dat hij geld had gewonnen in het casino. Tegelijkertijd was verdachte aan het bellen met de creditcardmaatschappij. Verdachte gaf vervolgens te kennen dat het geld nog niet op zijn rekening was gestort en hij daardoor onvoldoende saldo had om de aankopen te laten doorgaan. Verdachte is daarna weggelopen.(6) Deze niet geaccepteerde verkooptransactie is (onder meer) gedaan met genoemde valse creditcard met het nummer 0001.(7)
Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij op 9 augustus 2013 op Schiphol in de winkel Gassan is geweest. Verdachte heeft ter terechtzitting eveneens verklaard dat hij op 26 juli 2013 op Schiphol is geweest en dat hij toen in voornoemde winkel interesse heeft getoond in horloges. Hij verklaart tevens dat hij de creditcard met nummer 0001 al twee jaar in zijn bezit heeft en er ook op 26 juli 2013 over beschikte.(8)
Voetnoten:
1. De door de rechtbank in de voetnoten als proces-verbaal aangeduide bewijsmiddelen zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door personen die daartoe bevoegd zijn en voldoen ook overigens aan de daaraan bij wet gestelde eisen.
2. Proces-verbaal d.d. 11 augustus 2013, aanvullend dossier p. 03 en proces-verbaal van aanhouding
d.d. 9 augustus 2013, dossier p. 12.
3. Kennisgeving van inbeslagneming (artikel 94 Sv.) en proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 22 augustus 2013, aanvullend p. 024-025.
4. Proces-verbaal van bevindingen d.d. 9 augustus 2013, aanvullend dossier p. 043, en proces-verbaal in beslag genomen creditcards/pinbon d.d. 20 augustus 2013, aanvullend dossier p. 44-49.
5. Proces-verbaal van bevindingen d.d. 9 augustus 2013, aanvullend dossier p. 043.
6. Proces-verbaal van aangifte namens Gassan door betrokkene 1 d.d. 10 augustus 2013, dossier p. 25-27, en proces-verbaal van bevindingen telefonisch contact aangever betrokkene 1 d.d. 21 augustus 2013 met bijlage, aanvullend dossier p. 66-68.
7. Proces-verbaal van bevindingen verstrekte gegevens ex. Art. 126 nd WvSv SIX Payment Services AG d.d. 2 oktober 2013, aanvullend dossier d.d. 3 oktober 2013, p. 2.
8. Verklaring verdachte afgelegd ter terechtzitting."

Middel

Het middel klaagt onder meer dat de bewezenverklaring van het onder 1 tenlastegelegde niet uit de gebezigde bewijsvoering kan worden afgeleid.

Beoordeling Hoge Raad

Aangezien de bewezenverklaring van het onder 1 tenlastegelegde niet zonder meer kan worden afgeleid uit de door het Hof gebezigde bewijsvoering, is de bestreden uitspraak in zoverre niet naar de eis der wet met redenen omkleed.

Het middel is in zoverre terecht voorgesteld.

Lees hier de volledige uitspraak.

 


Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF