Rvdr: Niet alleen juridisch kader faillissementsfraude herzien

Voor een versterking van de aanpak van faillissementsfraude is het niet genoeg het juridisch kader te herzien. Minstens zo belangrijk is de prioriteit die wordt gegeven aan opsporing en vervolging van faillissementsfraude.

Dat staat in het Wetgevingsadvies herziening strafbaarstelling faillissementsfraude van de Raad voor de rechtspraak naar aanleiding van het wetsvoorstel dat de strafbaarstelling van faillissementsfraude herziet. Het wetsvoorstel beoogt enerzijds de aanpak van faillissementsfraude eenvoudiger te maken en anderzijds het wettelijk instrumentarium uit te breiden.

Groot belang

De Raad onderschrijft de doelstellingen van het wetsvoorstel. Versterking van de aanpak van dergelijke fraude is van groot belang voor het vertrouwen in het handelsverkeer en voor zuivere concurrentieverhoudingen. In het advies wijst de Raad er wel op dat voor een dergelijke versterking niet kan worden volstaan met alleen een herziening van het juridische kader. Ook de feitelijke aanpak van faillissementsfraude dient te worden versterkt. Naar waarneming van de rechters-commissarissen die met het toezicht op insolventies zijn belast, heeft dit onderwerp momenteel overwegend lage prioriteit bij politie en openbaar ministerie.

Eenvoudiger wetgeving

Voor een voortvarende strafrechtelijke aanpak van faillissementsfraude is van belang dat de wetgeving voor de professionals in de praktijk zo helder en duidelijk mogelijk is. De Raad vraagt zich in dit verband af of het wetsvoorstel daadwerkelijk leidt tot eenvoudiger en betere bruikbare wetgeving. Zo worden bepaalde onderdelen en normen uit de huidige wet die nu al kunnen leiden tot bewijsproblemen (typeringen als ‘verdichten van lasten’ en ‘buitensporige uitgaven’), in het wetsvoorstel gehandhaafd. Ook denkt de Raad dat de introductie in het strafrecht van abstracte normen als ‘zorgvuldig handelen van bestuur’ en ‘vereisten van behoorlijk bestuur’ het bewijzen van faillissementsfraude alleen maar moeilijker maakt.

Bron: de Rechtspraak

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF