Rechtbank Overijssel veroordeelt verdachte wegens BTW/belastingfraude tot een gevangenisstraf van 15 maanden waarvan 3 maanden voorwaardelijk

Rechtbank Overijssel 9 juli 2013, ECLI:NL:RBOVE:2013:1413

Verdachte, een 44-jarige man uit Genemuiden en eigenaar van een autobedrijf, heeft zich in meerdere opzichten door gebruik te maken van een schijnconstructie ingelaten met frauduleuze praktijken om zodoende BTW-vooraftrek in rekening te brengen en de omzetbelasting te ontduiken.

Bewezenverklaring

  1. het feitelijke leiding geven aan het door een rechtspersoon opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist doen, terwijl het feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, meermalen gepleegd, artikel 69 van de Algemene Wet inzake Rijksbelastingen juncto artikel 51 van het Wetboek van Strafrecht.
  2. het feitelijke leiding geven aan het door een rechtspersoon opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte niet doen, terwijl het feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, meermalen gepleegd, artikel 69 van de Algemene Wet inzake Rijksbelastingen juncto artikel 51 van het Wetboek van Strafrecht.

Strafoplegging

Verdachte heeft – als verzachtende omstandigheid voor zijn handelwijze – aangevoerd dat de medeverdachte hem onder druk zette, hem intimideerde en bedreigingen uitte in zijn richting. Verdachte stelt in dit verband dat hij een schuld van ongeveer € 30.000,- zou hebben (gehad) bij medeverdachte en dat hij door die medeverdachte gedwongen werd mee te werken aan de import van Duitse auto’s om op deze wijze zijn schuld af te lossen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verdachte deze gestelde bedreigingen onvoldoende geconcretiseerd en kan evenmin uit de door verdachte eerst ter terechtzitting van 25 juni 2013 overgelegde brieven d.d. 13 februari 2007 en 14 september 2007 – worden afgeleid dat sprake was van enige vorm van bedreiging, dan wel intimidatie door de medeverdachte. Ook overigens is de rechtbank niets gebleken van bedreiging en/of intimidatie door medeverdachte en vindt – naar het oordeel van de rechtbank – de enkele stelling van verdachte hieromtrent geen steun in de inhoud van het strafdossier.

De rechtbank ziet derhalve geen redenen om enige vorm van strafmatiging toe te passen.

Gelet op de structurele handelwijze van verdachte gedurende een lange periode en een – weliswaar oudere – veroordeling van verdachte ter zake van valsheid in geschrift acht de rechtbank het risico van herhaling van frauduleus handelen niet uitgesloten. De feiten zijn naar het oordeel van de rechtbank te ernstig om een geheel voorwaardelijke vrijheidsstraf op te leggen zoals door de verdediging is verzocht.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden, waarvan 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.

Lees hier de volledige uitspraak.

 

 

 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF