Rechtbank Amsterdam veroordeelt aannemer tot betaling van een geldboete wegens schuld aan het overlijden van een man wiens auto op 20 december 2007 werd geraakt door een zware stalen plank die uit een hijskraan viel bij de aanleg van de Noord-Zuidlijn

Rechtbank Amsterdam 27 februari 2013, ECLI:NL:RBAMS:2013:1730

Essentie

De rechtbank Amsterdam veroordeelt een aannemer tot betaling van een geldboete wegens schuld aan het overlijden van een man wiens auto op 20 december 2007 werd geraakt door een zware stalen plank die uit een hijskraan viel bij de aanleg van de Noord-Zuidlijn. De kraanmachinist en zijn helper spreekt de rechtbank vrij. Zij waren er door hun werkgever niet op gewezen dat zij bij het hijsen van de plank meer veiligheidsnormen in acht moesten nemen dan gebruikelijk. Hun werkgever had het geven van voldoende instructies nagelaten doordat zij zich er ten onrechte niet van had vergewist dat voor de uitvoering van de werkzaamheden, nabij een drukke verkeersweg, deze bijzondere normen golden. Zouden de normen zijn gehanteerd, dan zou het ongeval hoogst waarschijnlijk niet hebben plaatsgevonden.

Feiten

De rechtbank gaat op grond van de wettige bewijsmiddelen van de volgende feiten en omstandigheden uit.

Vanaf vrijdag 14 december 2007 ging vennootschap 1 in opdracht van vennootschap 2 (tot 1 januari 2007 vennootschap 3) als onderaannemer aan het werk bij het deelproject van de Noord/Zuidlijn langs de Nieuwe Leeuwarderweg te Amsterdam waar een tunnel werd aangelegd.

De opdracht voor vennootschap 1 was om de in de grond aanwezige tijdelijke damwanden van 18 meter te trekken. Voor dit deelproject heeft vennootschap 1 een hijskraan en twee man personeel, te weten de machinist van de kraan persoon 4 (de machinist) en de heibaas persoon 5, ingezet.

Na het trekken van ongeveer 80 damwanden, ging het op 20 december 2007 omstreeks 15:15 uur mis. Op dat moment viel een gehesen damwand uit de hijskraan op een op de Nieuwe Leeuwarderweg rijdende auto met daarin persoon 3. Persoon 3 liep dermate ernstig schedel- en hersenletsel op dat hij aan de gevolgen daarvan ter plekke is overleden.

Uit het werkplan In-situtunnel Noord/Zuidlijn van 12 november 2007: “werkplan trekken tijdelijke damwanden en bewerken permanente dam- en combiwanden” dat is opgesteld door vennootschap 2, blijkt dat het vallen van stalen damwanden op die voor het verkeer openstaande weg als één van de risico’s is onderkend: ‘Bij het verwijderen van de stalen damwandplanken bestaat het gevaar dat de planken tijdens het trekken, hijsen en strijken vallen. De Nieuwe Leeuwarderweg ligt binnen het valbereik van de damwandplanken.’

Om dit risico in te perken dienden volgens genoemd werkplan de volgende maatregelen te worden genomen bij het hijsen/trekken van de damwanden:

‘Allereerst wordt het trilblok op de dubbele plank geplaatst. Daarna worden de bevestigingsmiddelen (hijsstroppen) door twee hijsgaten (zie bijlage 5) aangekoppeld waarmee de plank gehesen kan worden. De bevestigingsmiddelen zitten aan een apart hijsdraad, los van het trilblok. De dubbele damwandplank wordt nu omhoog getrild totdat deze volledig loskomt uit het slot. De hijsdraad met de bevestigingsmiddelen wordt nu op spanning gebracht. Hierna wordt het trilblok van de dubbele plank afgehaald. De hijsdraad met de bevestigingsmiddelen strijkt vervolgens de plank.’

In bijlage 5, de hijsconfiguratie, is door vennootschap 2 getekend hoe de dubbele hijsstrop verbonden dient te worden aan de hijslier. Tevens werd in de hijsconfiguratie aangegeven dat de afstand van de bovenkant van het hijsgat tot bovenkant plank (het zogenoemde ‘vlees’) minimaal 1,2 maal de diameter van het hijsgat moet zijn. Vennootschap 1 was hier samen met vennootschap 2 verantwoordelijk voor.

De machinist en de heibaas wisten niet dat voor de deelprojecten van de Noord/Zuidlijn, waaronder het onderhavige project, werkplannen waren opgesteld. Aan beiden was niet meer verteld dan dat zij de damwanden eruit moesten trekken, maar niet hoe dat moest gebeuren. Het hijsen en trekken van alle damwanden, inclusief de gevallen damwand, heeft ook niet overeenkomstig het werkplan 2007 plaatsgevonden. Bij het hijsen van de damwandplanken is enkel gebruik gemaakt van één enkele hijsstrop. Verder is de hoeveelheid staal op het oog geschat waarbij de heibaas ongeveer 2 centimeter vlees afdoende vond. Dit was de gebruikelijke manier waarop door de machinist en de heibaas werd gewerkt.

De wijze waarop door de machinist en de heibaas uitvoering werd gegeven aan de werkzaamheden was op dat moment in de branche gebruikelijk. Deze werkwijze werd ook door vennootschap 1 onderschreven.

Dat de damwand is gevallen komt doordat de rand van het hijsgat is uitgebroken door overbelasting. Het breukvlak van het gebruikte hijsgat was 19.66 mm x 11.94 mm groot. Hieruit volgt dat de maximale afschuifkracht bij een breuk ongeveer 10.800 kg moet hebben bedragen. De damwandplank had een gewicht van ongeveer 3.500 kilo. Indien sprake was geweest van een statische hijsbelasting van ongeveer 3.500 kilogramkracht op de rand van dit hijsgat, zou dit niet tot een breuk hebben geleid.

Kern van de zaak

Waar het volgens de rechtbank in de kern in deze zaak om draait is de vraag of de dood van persoon 3 aan de schuld van vennootschap 1 is te wijten nu zij heeft toegestaan dat haar werknemers op de in de branche gebruikelijke wijze hebben gewerkt en heeft nagelaten haar werknemers te instrueren om te werken conform de in het werkplan 2007 vastgelegde werkwijze.

Nu de rechtbank de machinist en de heibaas, aan wie beiden eveneens de dood door schuld is ten laste gelegd, zal vrijspreken, zal de rechtbank de door de officier van justitie en de raadsman gevoerde betogen met betrekking tot het medeplegen en de specifieke handelingen van die machinist en de heibaas buiten beschouwing laten.

Standpunt Openbaar Ministerie

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat het primair aan verdachte ten laste gelegde feit kan worden bewezen en argumenteert dit - zakelijk weergegeven - als volgt.

De schuld van vennootschap 1 dient te worden afgeleid uit een samenstel van de rechtspersoon zelf toe te rekenen gedragingen waarbij de eigen besluitvorming en eigen invulling van geven van instructie en houden van toezicht op eigen werknemers centraal staat.

Vanuit vennootschap 1 is aan haar werknemers op geen enkele wijze instructie gegeven over hoe de damwandplanken dienden te worden getrokken. Daarbij is vanuit vennootschap 1 op geen enkele wijze inspanning verricht om te achterhalen of er sprake was van een werkplan en waar dit kon worden verkregen. Vennootschap 1 wist van eerdere werkplannen met de instructies omtrent de dubbele strop/dubbele gaten en het vlees boven deze gaten. Vennootschap 1 wist of althans kon weten van het belang van dubbele stroppen. Vennootschap 1 wist van de gevaarlijke situatie ter plaatse. Desondanks volgden er geen nadere instructies richting haar werknemers en volgde er ook geen nauwgezet toezicht. Hierdoor heeft vennootschap 1 niet de zorg betracht die van haar in redelijkheid mocht worden gevergd.

Standpunt verdediging

De verdediging stelt zich op het standpunt dat vennootschap 1 dient te worden vrijgesproken van de aan haar ten laste gelegde dood door schuld nu er geen aanmerkelijke schuld ten aanzien van haar werknemers bestaat die aan de rechtspersoon kan worden toegerekend en voert hiertoe - zakelijk weergegeven – het volgende aan.

Vast staat dat het werkplan 2007, zo het al bestond op het moment van het ongeval, niet bij vennootschap 1 bekend was. In plaats van het werkplan naar vennootschap 1 toe te sturen, zou het in de uitvoerderskeet zijn gelegd, een plek waar de machinist en de heibaas nooit kwamen. Doordat het werkplan niet naar vennootschap 1 was opgestuurd, werd door vennootschap 2 niet gewaarborgd dat de verantwoordelijken binnen vennootschap 1 er mee op de hoogte raakten en dienovereenkomstig instructies konden geven aan de uitvoerder en die op zijn beurt weer aan de machinist en de heibaas. Voorts is door vennootschap 2 ter plaatse ook geen aparte instructie gegeven, te weten door de verschillende uitvoerders van vennootschap 2 aan de machinist en de heibaas. In een dergelijk geval wordt dan – zoals te doen gebruikelijk is – teruggevallen op de algemeen aanvaarde veilige wijze van het trekken van een damwand, te weten met één hijsstrop in één hijsgat. Dat dit niet vreemd was, wordt ondersteund door het werkplan van 22 mei 2006 van een eerder deelproject van de Noord/Zuidlijn waaraan vennootschap 1 heeft meegewerkt, waarin juist werd voorgeschreven dat de damwanden dienden te worden getrokken met één hijsstrop.

Dat het trekken van damwanden met één strop als veilig en aanvaard kan worden beschouwd, wordt bevestigd door de deskundigen. Het gebruik van twee stroppen biedt geen enkele waarborg voor veiliger werken en er kan daarom niet worden gesteld dat het ongeluk in deze vorm dan niet zou zijn gebeurd. Niemand heeft dit ongeluk voorzien, aldus de verdediging.

Oordeel rechtbank

Voor beantwoording van de vraag of aan vennootschap 1 moet worden verweten dat zij zodanig onvoorzichtig, onachtzaam en/of nalatig te werk is gegaan dat het aan haar schuld is te wijten dat persoon 3 is komen te overlijden, onderwerpt de rechtbank het volgende aan een nadere beschouwing.

  1. Was vennootschap 1 bekend met het werkplan 2007?
  2. Had vennootschap 1 de verplichting om de voorschriften uit het werkplan 2007 te kennen en conform deze voorschriften te werken?
  3. Was het ongeluk voorkomen als conform het werkplan 2007 was gewerkt?
  4. Valt het verwijderen van de damwanden op de wijze zoals dit heeft plaatsgevonden onder de verantwoordelijkheid van vennootschap 1?
  5. Welk verwijt levert het niet werken conform de in het werkplan 2007 vastgelegde normen op?

Was vennootschap 1 bekend met het werkplan 2007?

Tussen de hoofdaannemer vennootschap 2 en onderaannemer vennootschap 1 is op 2 november 2005 een overeenkomst gesloten, waarbij vennootschap 2 aan vennootschap 1 de opdracht gaf tot het uitvoeren van werkzaamheden bij het project Noord/Zuidlijn, In-Situtunnel te Amsterdam, zoals het trekken van palen, het aanbrengen van stalen damwanden, combiwanden en buispalen e.e.a. conform de bijgevoegde specificatie en besteksspecificaties. Uit de bijgevoegde specificatie blijkt dat onderaannemer vennootschap 1 zorgde diende te dragen voor het verstrekken van onder andere werkplannen. Bij brief van 23 november 2005 van vennootschap 2 werd op verzoek van vennootschap 1 dit gewijzigd en werd vennootschap 2 zelf verantwoordelijk voor het verstrekken van werkplannen.

In het dossier bevinden zich verschillende werkplannen die zijn opgesteld door vennootschap 2 voor de werkzaamheden die door vennootschap 1 zijn verricht voorafgaande aan het deelproject ‘trekken damwanden 2007’. In deze verschillende werkplannen wordt bij het hijsen van damwanden en/of buispalen geschreven over het risico dat een plank/buispaal tijdens het hijsen en positioneren kan vallen en dat wegen, bruggen en kanalen binnen het valbereik liggen. Daarnaast blijkt uit deze verschillende werkplannen dat bij die verschillende deelprojecten damwandplanken werden toegepast die 18 meter of langer waren en dat als maatregel om het risico op vallen van een damwandplank te voorkomen, de damwanden moesten worden voorzien van twee hijsgaten, dat door beide hijsgaten een hijsstrop diende te worden geplaatst en dat de hijsstroppen door middel van een tweesprong dienden te worden verbonden met de hijslier van de kraan, mede aangegeven in de hijsconfiguratie waarbij was vermeld dat het vlees boven het hijsgat minimaal 1,2 maal de diameter van het hijsgat diende te zijn.

Al deze werkplannen werden naar vennootschap 1 opgestuurd, gericht aan persoon 6, de functie bij vennootschap 1, of aan persoon 7, de functie bij vennootschap 1, en waren ook bij vennootschap 1 bekend. Vervolgens werden de werkplannen door de werkvoorbereiders en via de uitvoerders bij het grondpersoneel onder de aandacht gebracht.

Uit de verklaringen van persoon 8, functie bij vennootschap 2, en persoon 7, functie bij vennootschap 1, blijkt dat het werkplan 2007 niet op de gebruikelijke wijze naar vennootschap 1 is opgestuurd. De rechtbank gaat er daarom vanuit dat vennootschap 1 voorafgaande aan het starten van de onderwerpelijke werkzaamheden niet via de gebruikelijke route in het bezit is geraakt van het werkplan 2007. persoon 8 heeft verklaard dat hij het werkplan voor aanvang van de onderwerpelijke werkzaamheden heeft neergelegd in de bouwkeet, opdat de functie van vennootschap 1, persoon 6, hiervan zou kennisnemen. persoon 6 heeft verklaard dat hij het werkplan niet kende en het niet in de keet heeft gezien. De rechtbank leidt hieruit af dat vennootschap 1 het werkplan 2007 niet kende.

Door de verdediging is ter terechtzitting van 13 februari 2013 geopperd dat, nu vennootschap 1 voorafgaande aan de werkzaamheden het werkplan 2007 nooit heeft ontvangen, het werkplan 2007 mogelijk pas is opgesteld na het ongeval van 20 december 2007. De rechtbank acht dit niet aannemelijk en overweegt hiertoe als volgt.

Dit werkplan maakte deel uit van een veel groter geheel, te weten het gehele project Noord/Zuidlijn. In dit gehele project zijn alle veiligheidsaspecten van ieder onderdeel in kaart gebracht om maatregelen te nemen om mogelijke risico’s die kunnen ontstaan ten tijde van de aanleg van de Noord/Zuidlijn te voorkomen. Zonder werkplan mocht van de opdrachtgever van het Noord/Zuidlijn-project ook niet worden gewerkt. Daarnaast blijkt uit de eerste pagina van het werkplan 2007 dat dit is getekend op 12 november 2007. Voorts heeft de rechtbank geen reden te twijfelen aan de verklaring van persoon 8 dat het werkplan 2007, ook al was dit niet gebruikelijk, in de uitvoerderskeet voor aanvang van de werkzaamheden was neergelegd. Uit de omstandigheid dat door de uitvoerders van vennootschap 2 niet werd gecontroleerd of conform het werkplan 2007 werd gewerkt, kan niet worden aangenomen dat het werkplan niet bestond. Hieruit kan hoogstens volgen dat vennootschap 2 niet gecontroleerd heeft of conform het werkplan is gewerkt.

Had vennootschap 1 de verplichting om de voorschriften uit het werkplan 2007 te kennen en conform deze voorschriften te werken?

Uit het werkplan 2007, maar ook uit de eerdere werkplannen die vennootschap 1 en vennootschap 2 overeen zijn gekomen, blijkt dat in deze werkplannen concrete aanwijzingen worden gegeven voor onder meer de uitvoering volgens de in het bestek gestelde eisen. Ook wordt in deze werkplannen inzichtelijk gemaakt hoe de veiligheid van personeel en derden per project wordt gewaarborgd. Uit de risicoanalyses die te vinden zijn in deze werkplannen en de concrete voorschriften die in dat verband worden gegeven volgt dat voor het garanderen van de veiligheid de aanwijzingen in een werkplan van belang zijn.

Het is de rechtbank uit het dossier en ter terechtzitting genoegzaam gebleken dat de opdrachtgever van de aanleg van het tunnelproject en de hoofdaannemer van dit veelomvattende project de verschillende, aan de uitvoering van dit werk klevende risico’s onder ogen hebben gezien en daarbij een meeromvattend veiligheidsplan hebben gemaakt om deze risico’s te voorkomen. Het is dan van groot belang dat elke bij de uitvoering van het werk betrokken partij zich aan de binnen zijn verantwoordelijkheid liggende onderdelen van dat veiligheidsplan houdt.

De uitvoerder en/of werkvoorbereider van vennootschap 1 had(den) naar aanleiding van de eerder ontvangen werkplannen al de ervaring dat binnen het Noord/Zuidlijnproject bijzondere eisen konden worden gesteld aan de wijze waarop het werk diende te worden uitgevoerd. Dit wordt eveneens bevestigd door de verklaring van de machinist dat hij bij de werkzaamheden van een eerder deelproject van de Noord/Zuidlijn achter het Centraal Station van Amsterdam op aanwijzing van de functie persoon 6 met dubbele stroppen en dubbele gaten moest werken en dat ook daadwerkelijk conform die afspraken werd gewerkt. Persoon 6 heeft zelf ook verklaard dat hij in diverse werkplannen had gezien dat er met twee hijsgaten, een dubbele hijsstrop en minimaal 1,2 maal de diameter aan vlees boven het hijsgat gewerkt diende te worden en dat hij de werknemers die het werk moesten uitvoeren ook zo had geïnstrueerd.

Door de verdediging is nog opgeworpen dat vennootschap 1 juist niet naar aanleiding van de eerder ontvangen werkplannen van de eerder uitgevoerde deelprojecten van de Noord/Zuidlijn kon vermoeden dat er mogelijk strengere eisen aan het trekken van damwanden werden gesteld, nu uit een werkplan van mei 2006 blijkt dat daar voor het trekken van damwanden met één hijsgat en één hijsstrop moest worden gewerkt. Hierdoor was het voor vennootschap 1 niet vreemd dat er ook voor dit deelproject, voor zover haar bekend, geen specifieke eisen aan de werkwijze werden gesteld. Dit verweer verwerpt de rechtbank, nu uit het dossier blijkt dat bij het deelproject waarop dat werkplan van mei 2006 betrekking heeft, aanzienlijk kortere damwanden werden getrokken, te weten van 6,5 meter, dan in het onderhavige deelproject, waar damwanden werden getrokken van 18 meter. Daardoor was het risico dat die damwanden van 6,5 meter mogelijk terecht konden komen op een voor het verkeer openstaande weg aanzienlijk kleiner. Het was voor persoon 6, die op 14 december 2007 bij de start van de werkzaamheden van de machinist en de heibaas ter plaatse aanwezig was, duidelijk dat de onderhavige werkzaamheden zeer dicht langs een voor het verkeer openstaande weg plaatsvonden en dat deze weg, de Nieuwe Leeuwarderweg, daardoor binnen het valbereik van een damwand zou liggen.

Gelet hierop en gelet op het belang dat aan een werkplan moet worden gehecht, had naar het oordeel van de rechtbank een professionele partij als vennootschap 1 zelfstandig bij vennootschap 2 moeten nagaan of er een werkplan aanwezig was alvorens met de werkzaamheden te starten. Uit het voorgaande vloeit eveneens voort dat vennootschap 1 in beginsel het werk had moeten uitvoeren overeenkomstig de voorschriften van het werkplan. Daarop is slechts die uitzondering denkbaar dat zij van het werkplan uitsluitend met toestemming van haar opdrachtgever zou mogen afwijken. Die toestemming heeft zij echter niet gevraagd, laat staan verkregen.

Was het ongeluk voorkomen als conform het werkplan 2007 was gewerkt?

Door te werken conform de combinatie van de in het werkplan genoemde voorschriften, te weten genoeg vlees en een dubbele hijsstrop, had het ongeluk naar alle waarschijnlijkheid kunnen worden voorkomen. De rechtbank gaat hierbij voorbij aan de conclusies van de deskundigen persoon 9 en persoon 10, die hebben verklaard dat bij gebruikmaking van twee hijsgaten/hijsstroppen niet valt te zeggen of de doorbraak van de damwand niet zou hebben plaatsgevonden, nu zij bij hun conclusie uitgingen van de toen aanwezige hoeveelheid vlees, te weten minder vlees dan de voorgeschreven 1,2 diameter van het hijsgat en in casu zelfs van maar ongeveer 2 centimeter vlees. In het rapport ‘onderzoek naar de oorzaak van het falen van een damwand’, is opgenomen dat indien beide hijsgaten de damwand hadden gedragen er waarschijnlijk geen probleem was gerezen. In het bijzonder omdat indien de machinist en de heibaas conform het werkplan hadden gewerkt er ook meer vlees boven het hijsgat van de fatale damwand had gezeten, krijgt deze conclusie van het rapport nog meer gewicht.

Valt het verwijderen van de damwanden op de wijze zoals dit heeft plaatsgevonden onder de verantwoordelijkheid van vennootschap 1?

Voor de beantwoording van de vraag of vennootschap 1 in strafrechtelijke zin verantwoordelijk is voor de wijze waarop haar personeel te werk is gegaan, is beslissend dat vennootschap 1 het zelf in de hand had hoe werd gewerkt, namelijk al dan niet volgens de normen van het werkplan 2007. De machinist en heibaas waren bij vennootschap 1 in dienst ten tijde van ongeval, zij waren ten behoeve van vennootschap 1 aan het werk en zij waren gewoon om overeenkomstig de door vennootschap 1 via haar uitvoerder aan hen gegeven instructies de werkzaamheden uit te voeren. Verder kan worden vastgesteld dat zij op de binnen vennootschap 1 gebruikelijke wijze hebben gehandeld.

Onder deze omstandigheden kan het vennootschap 1 worden aangerekend dat zij zich niet op de hoogte heeft gesteld van het werkplan 2007, dat zij de machinist en heibaas niet van de in het werkplan gestelde voorschriften op de hoogte heeft gesteld en dat de werkzaamheden dan ook niet conform deze instructie zijn uitgevoerd.

Welk verwijt levert het niet werken conform de in het werkplan 2007 vastgelegde normen op?

Uit het hiervoorstaande blijkt naar het oordeel van de rechtbank genoegzaam dat bij de uitvoering van de verschillende deelprojecten van de Noord/Zuidlijn het risico bestond dat damwanden zouden vallen en op voor het verkeer openstaande wegen zouden terechtkomen, met alle verdere risico’s van dien. Ook in het onderhavige deelproject was het, anders dan door de verdediging gesteld, voorzienbaar dat een damwand van 18 meter op de Nieuwe Leeuwarderweg, en daardoor ook op een passerende auto, kon vallen. Dit risico is immers in het werkplan specifiek beschreven.

Om de risico’s gedurende de werkzaamheden aan de Noord/Zuidlijn te ondervangen werden door de opdrachtgever onder andere strengere eisen dan gebruikelijk gesteld aan de werkzaamheden met betrekking tot damwanden langer dan 18 meter. Immers, het hijsen aan een hijsgat en gebruikmaking van ongeveer 2 cm aan vlees boven het hijsgat was ten tijde van het ongeval niet ongebruikelijk in de branche. De maatregelen die in het werkplan worden voorgeschreven strekken derhalve verder dan de op dat moment gebruikelijke norm. Anders dan door de verdediging gesteld, wordt met het terzijde schuiven van het werkplan 2007 een zwaarwichtige norm overschreden nu dit plan beoogt de veiligheidseis van de werkplaats en de omgeving hiervan te waarborgen.

De rechtbank concludeert hieruit dat de opdrachtgever bij dit project doelbewust voor deze afwijking van de gebruikelijke norm heeft gekozen opdat daarmee de veiligheid afdoende kon worden gegarandeerd en afgezien kon worden van andere veiligheidsmaatregelen (zoals het afsluiten voor het verkeer van de nabijgelegen openbare weg).

Door de verdediging is aangevoerd dat de in het werkplan omschreven werkwijze niet werkbaar was en dat ook uit de verklaringen van de deskundigen blijkt dat het hijsen van een damwand van 3.500 kg met één strop gebruikelijk was en dat het hijsen met twee hijsstroppen niet per definitie veiliger is. Daarnaast heeft de verdediging aangevoerd dat het 1,2 maal de diameter aan vlees boven het hijsgat niet werkbaar was nu de diameter van een rechthoekig gat niet gemeten kan worden, iets wat ook door de deskundigen is bevestigd.

Dit verweer gaat niet op, omdat uit de door de deskundigen gegeven zienswijze niet blijkt dat werken volgens de voorgeschreven werkwijze niet mogelijk was en omdat, zoals hiervoor al is overwogen, het aan vennootschap 1 was om, indien zij de voorgeschreven methode onwerkbaar vond, van haar opdrachtgever toestemming te verkrijgen hiervan af te wijken.

De rechtbank acht het aanmerkelijk onachtzaam van vennootschap 1 dat zij niet zelfstandig is nagegaan of er een werkplan was voor dit deelproject. De werknemers van vennootschap 1 zijn vervolgens aan het werk gegaan zonder dat is verzekerd dat overeenkomstig de specifieke veiligheidsvoorschriften werd gewerkt. Als gevolg hiervan hebben de machinist en de heibaas, uit hoofde van hun dienstbetrekking bij vennootschap 1, damwanden gehesen, wat past in de normale bedrijfsvoering van vennootschap 1 en wat vennootschap 1 dienstig is geweest in het door haar uitgeoefende bedrijf. Zij hebben die damwanden gehesen door middel van één hijsstrop door één hijsgat en daarbij niet de minimale hoeveelheid van 1,2 maal de diameter vlees boven het hijsgat in acht genomen. Deze gedraging lag in de sfeer van de rechtspersoon.

Nu uit het onderzoek blijkt dat juist een combinatie van genoeg vlees en het hijsen met twee hijsgaten/hijsstroppen zoals omschreven in het werkplan 2007 het ongeluk naar alle waarschijnlijkheid had kunnen voorkomen, acht de rechtbank bewezen dat de dood van persoon 3 aan vennootschap 1 is te wijten, nu zij zich niet heeft vergewist van het werkplan waardoor zij haar werknemers niet heeft geïnstrueerd dat zij met dubbele hijsgaten, een dubbele strop en voldoende vlees boven de hijsgaten moesten werken.

Uit het voorgaande volgt dat gesproken kan worden van aanmerkelijke onachtzaamheid. Het is naar het oordeel van de rechtbank onaanvaardbaar dat bij de uitvoering van een werk als het onderhavige, waarbij voorschriften zijn opgesteld om zoveel als mogelijk onder andere het risico te beperken dat zich in deze zaak heeft gerealiseerd, een onderaannemer zich niet aan die voorschriften houdt, uitsluitend doordat deze onderaannemer geen moeite heeft gedaan om zich ervan te vergewissen volgens welke voorschriften zij moest werken.

Strafoplegging

De rechtbank veroordeelt verdachte tot een geldboete van € 15.000.

Lees hier de volledige uitspraak.

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF