Rechtbank acht verdachte schuldig aan vervalsen van rechtbankbeschikkingen

Rechtbank Noord-Holland 24 november 2014, ECLI:NL:RBNHO:2014:11164

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten, waarbij de officier van justitie erop heeft gewezen dat onder 1, na het achtste gedachtestreepje in zowel het deel voor als na “en/of” het jaartal “2009” moet worden opgevat als een kennelijke verschrijving en moet worden gelezen als “2005”.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak van het onder 1 en 2 ten laste gelegde bepleit, omdat niet onomstotelijk kan worden vastgesteld dat verdachte stukken heeft vervalst of dat verdachte opzettelijk instanties wilde oplichten en dat uit niets haar opzet gedestilleerd kan worden op het bezit van vervalste documenten. Derhalve kan ook niet gezegd worden dat zij bewust valse documenten heeft gebruikt om daar financieel voordeel uit te halen.

Verdachte heeft verklaard dat zij vervalste beschikkingen heeft gebruikt om aan te tonen dat zij over geld kon beschikken, maar zij heeft de beschikkingen niet vervalst. Tevens heeft zij verklaard zich niet schuldig te hebben gemaakt aan het vervalsen van de handtekening van haar toenmalige echtgenoot om een lening te verkrijgen. Evenmin heeft zij zich schuldig gemaakt aan het overigens ten laste gelegde.

Oordeel rechtbank

Feit 1

Op 6 maart 2012 ontving de rechtbank Den Haag van een kandidaat-notaris van kantoor A het verzoek om een beschikking van de sector familie- en jeugdrecht te beoordelen op echtheid (VB01).

Het betrof een beschikking inzake voorlopige voorzieningen van 2 december 2010 gegeven op een verzoek van verdachte, ondertekend door mr. rechter 1 en mr. griffier 1. In de beschikking is aan verdachte onder meer een kinder- en partneralimentatie toegekend van “€ 4555,00” per maand en wordt bepaald dat verdachte haar eigen vermogen zal behouden en in de boedelverdeling die volgens de beschikking nog moet plaatsvinden recht heeft op de helft van “de vermogen van de man”.

Na onderzoek door de rechtbank was het duidelijk dat het een vervalste beschikking betrof, voorzien van vervalste handtekeningen van de rechter en de griffier. Afgezien van allerlei anderen gebreken bevat de beschikking tal van taal-, tik- en stijlfouten. Naar aanleiding hiervan deed het gerechtsbestuur van de rechtbank Den Haag op 9 maart 2012 aangifte van valsheid in geschrift.

Op 27 april 2012 ontving de bestuurssecretaris van de rechtbank Den Haag een verzoek van een advocaat van kantoor B advocaten om een beschikking en twee brieven welke afkomstig zouden zijn van de rechtbank te controleren op echtheid (VB01/2, VB02 en VB03). VB01/2 was gelijk aan de eerder door kantoor A Notarissen te Delft ingestuurde beschikking VB01. VB02 en VB03 betroffen tezamen een verklaring van de rechtbank 's-Gravenhage d.d. 22 maart 2012, ondertekend op 26 maart 2012 door verdachte, onder meer inhoudende dat aan persoon A een volmacht wordt verleend en met ingang van 29 maart 2012, de datum waarop het vermogen van verdachte van € 2,9 miljoen door de rechtbank 's-Gravenhage wordt gestort. De advocaat had de documenten ontvangen van verdachte. De documenten bevatten vele onzorgvuldigheden en spelfouten. De bestuurssecretaris concludeerde dat de overgelegde beschikking VB01/2 niet van de rechtbank afkomstig was. Van de documenten VB02 en VB03 mocht worden aangenomen dat deze evenmin echt waren, gezien de uiterlijke verschijning en de inhoud. Daarop heeft de bestuurssecretaris op 11 juli 2012 namens de rechtbank een aanvullende aangifte gedaan van valsheid in geschrift.

Op 15 juni 2012 zond een medewerker van aangever 3 afdeling Control te Delft een beschikking aan de rechtbank Den Haag, sector familie en jeugd, met het verzoek deze op echtheid te controleren (VB04). Het betrof een beschikking van voornoemde rechtbank en sector, gedateerd 20 april 2012 en voorzien van de naam van mr. rechter 2. De beschikking is aan aangever 3 afgegeven door verdachte. De inhoud van de beschikking betrof de echtscheiding en voorlopige voorzieningen van verdachte en haar (ex-) echtgenoot aangever 2. In de beschikking staat vermeld dat verdachte recht heeft op € 2,9 miljoen uit de boedelscheiding, dat het geldbedrag inmiddels op een afgezonderde rekening zou staan en dat nadat de formaliteiten zouden zijn afgerond binnen ongeveer een week het geldbedrag door de bank zou worden vrijgegeven.

De betrokken sectorvoorzitter van de rechtbank heeft op 19 juni 2012 aan aangever 3 laten weten dat het een vervalste beschikking betrof, waarop de medewerker van aangever 3 op 4 september 2012 aangifte heeft gedaan tegen verdachte van poging tot oplichting.

De directeur van bank A Den Haag heeft twee documenten van verdachte ontvangen, een beschikking (VB04/2) en een brief (VB05) welke afkomstig zouden zijn van de rechtbank 's-Gravenhage. De tekst van de beschikking is gelijk aan de hiervoor beschreven beschikking VB04/1. De brief van de rechtbank, ondertekend door de griffiergriffier 2, betrof een bevestiging aan de bank, op verzoek van verdachte, dat haar vermogen binnen twee weken op haar rekening zou staan en het verzoek van verdachte om tijdelijk een limiet van € 50.000 op haar rekening te hebben .bank A heeft aan Rechtbank Den Haag verzocht de documenten op echtheid te controleren. Rechtbank Den Haag heeft vastgesteld dat de beschikking en de brief vervalst zijn en heeft op 26 juli 2012 aanvullend aangifte gedaan.

Op 28 december 2011 werd namens het juridisch adviesbureau aangever 1 aangifte gedaan tegen verdachte. Verdachte zou op 14 september 2011 als werkneemster onbevoegd gebruik hebben gemaakt van het briefpapier van aangever 1 en zich daarbij hebben uitgegeven als medewerker aangever 1, een medewerker bij aangever 1. De brief was verzonden naar het bedrijf bedrijf 1. De brief vermeldde dat de factuur moet worden opgestuurd naar bedrijf 2 en niet naar verdachte. De brief bevat vele taal- en spellingsfouten.

Op 2 juli 2012 is door de ex-echtgenoot van verdachte, aangever 2, aangifte gedaan. Hij beschuldigde haar ervan (mede) op zijn naam in 2005 een lening bij de aangever 4 te zijn aangegaan. Hiervoor zou verdachte zijn handtekening op het aanvraagformulier en de twee andere formulieren die de lening betreffen hebben vervalst.

De kandidaat-notaris van kantoor A notarissen te Delft heeft verklaard dat hij de vervalste beschikking VB01 niet heeft ontvangen van één van de in de beschikking genoemde partijen, te weten verdachte en aangever 2. Hij heeft wel verklaard dat één van de in de beschikking genoemde partijen betrokken was bij de aankoop van een registergoed. De toenmalige vriend van verdachte, persoon A, heeft verklaard dat hij met verdachte bij kantoor A notarissen is geweest voor de aankoop van een woning.

De betrokken advocaat van kantoor B advocaten te Zoetermeer heeft verklaard dat hij de vervalste beschikking VB01, de vervalste volmacht VB02 en het vervalste document VB03 heeft ontvangen van verdachte.

De betrokken advocaat van kantoor C te Delft heeft verklaard dat hij de vervalste beschikking VB04 heeft ontvangen van verdachte.

De betrokken medewerker van de aangever 3 te Delft heeft verklaard dat hij de vervalste beschikking VB04 heeft ontvangen van verdachte, omdat zij een betaalrekening wilde openen.

De directeur van bank A Den Haag heeft verklaard dat hij de vervalste beschikking VB04/2 en document VB05 heeft ontvangen van verdachte.

Persoon C heeft verklaard dat verdachte hem ter zekerheidsstelling van de koop van een woning twee, naar later bleek, vervalste beschikkingen heeft overgelegd. Een waaruit bleek dat verdachte recht zou hebben op 2,9 miljoen uit de boedelscheiding en één waaruit bleek dat zij recht had op € 4.550 alimentatie per maand.

Medewerker van aangever 1 heeft verklaard dat zij is gebeld door accountant persoon D. Hij had een brief ontvangen op briefpapier van aangever 1 gericht aan bedrijf 1 gedateerd 12-12-2011 en getekend d.d. 14-09-2011 door medewerker aangever 1.

Aangever 2 heeft verklaard dat zijn ex-echtgenote, verdachte, op een aanvraagformulier voor een persoonlijke lening en de daarbij behorende aangever 4 Kredietbescherming Polis d.d. 21 oktober 2005 en Aanvraag Persoonlijke Lening d.d. 28 september 2005 zijn naam heeft gezet en handtekening heeft vervalst en deze heeft doen toekomen aan aangever 4. Tevens heeft aangever 2 verklaard dat zijn ex-echtgenote op meerdere overschrijvingsformulieren van aangever 5 zijn handtekening heeft vervalst. De begunstigde van de over te schrijven bedragen was verdachte of haar toenmalige partner, persoon A. Op één van de overschrijvingsformulieren stond bij betalingskenmerk vermeld: “alementatie ”. Aangever 2 heeft verklaard dat zijn ex-vrouw, die dyslectisch is, regelmatig taalfouten maakt. Ook persoon A, die als getuige is gehoord, verklaart dat verdachte veel spelfouten maakt.

Verdachte heeft op de terechtzitting verklaard dat zij dyslectisch is. Desgevraagd heeft zij verklaard dat zij geen spelfout ziet in het woord “alementatie” en dat zij niet wist dat alimentatie met een i wordt gespeld.

Over de vervalste beschikkingen heeft verdachte verklaard dat zij de beschikkingen heeft opgehaald bij de advocaat van haar ex-echtgenoot, Van Delft Advocaten.

Mr. persoon E van kantoor D Advocaten heeft verklaard dat verdachte in de periode april- juni 2012 het kantoor heeft verzocht om kopieën van de beschikkingen uit het echtscheidingsdossier. Vervolgens zijn aan haar onder meer de beschikkingen van 2 december 2010 en 20 april 2012 (OB01 en OB02) in kopie afgegeven. De exemplaren van de beschikkingen in het dossier van kantoor D zijn vergeleken met de beschikkingen zoals zij door de rechtbank zijn afgegeven. De beschikkingen in het dossier van kantoor D blijken identiek aan de originele beschikkingen en zijn niet vervalst.

Verdachte heeft verklaard dat zij de vervalste beschikkingen heeft gebruikt om te bewijzen dat zij geld had en deze vervalste beschikkingen heeft aangeboden bij twee banken.

Feit 2

Op 3 april 2012 heeft aangever 2, de ex-echtgenoot van verdachte, aangifte gedaan van vervalsing van zijn handtekening op een overschrijvingsopdracht aan aangever 5, waardoor de aangever 5 op 2 april 2012 een bedrag van € 800 heeft overgemaakt naar de bankrekening van verdachte. Op vordering van de officier van justitie is een zogenaamde “image” van het originele overschrijvingsformulier bij de bank opgevraagd. Als betalingskenmerk staat met pen geschreven: “alementatie”.

Op 16 april 2012 is wederom een bedrag van de rekening van de rekening op naam van aangever 2 naar de rekening van verdachte overgeschreven, dit keer ten bedrage van € 1.588,50. Aangever 2 heeft verklaard dat hij hiertoe geen opdracht heeft gegeven en heeft wederom aangifte gedaan. Het rekeningafschrift van aangever 2 vermeldt als begunstigde verdachte en als omschrijving Alimentatie achterstand. Verdachte heeft op de terechtzitting verklaard deze bedragen op haar rekening te hebben ontvangen.

Op 2 juli 2012 heeft aangever 2 bij de politie verklaard dat hij er na de echtscheiding achter is gekomen dat op zijn naam een lening was afgesloten bij aangever 4. Deze lening bedroeg € 20.000 en was in 2005 afgesloten. Aangever 2 heeft verklaard dat hij als ZZP-er werkzaam was in de aannemerij en dat verdachte sinds 2004 de boekhouding van zijn bedrijf deed. Tijdens het politieverhoor heeft aangever 2 voor het eerst de aanvraag voor de lening onder ogen gekregen. Op de aanvraag staat bij bestedingsdoel met pen geschreven: “Schoone lijn beginen”. Volgens aangever 2 zijn dergelijke schrijffouten typisch schrijffouten die verdachte vanwege haar dyslexie veelvuldig maakt. Op 3 juli 2012 heeft aangever 2 aangifte gedaan tegen verdachte.

Conclusie

Op grond van bovenstaande bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang bezien, acht de rechtbank de ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen. Het verweer van de verdediging dat een ander dan verdachte de beschikkingen na afgifte aan verdachte zou hebben vervalst, waarna verdachte ze vervolgens onwetend van de vervalsing zou hebben gebruikt, wordt op geen enkele wijze ondersteund door het dossier en is zonder die nadere onderbouwing van een buitengewoon hoog onwaarschijnlijkheidsgehalte.

Daar staat tegenover dat verdachte dyslectisch is en dat in alle vervalste documenten veel spel- en stijlfouten voorkomen die typisch zijn voor iemand met dyslexie, hetgeen de rechtbank sterkt in de overtuiging dat het verdachte is geweest die zich heeft schuldig gemaakt aan het vervalsen van de documenten. Daarbij zijn alle vervalste documenten door verdachte gebruikt om er voor zichzelf financieel voordeel uit te halen.

Bewezenverklaring

Feit 1: Valsheid in geschrift, meermalen gepleegd, en opzettelijk gebruik maken van een vervalst geschrift, als bedoeld in artikel 225, lid 1 Sr, als ware het echt en onvervalst, meermalen gepleegd.

Feit 2: Oplichting, meermalen gepleegd.

Strafoplegging

De rechtbank veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, waarvan 4 voorwaardelijke met een proeftijd van 2 jaar. 

Lees hier de volledige uitspraak.

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF