Rb veroordeelt twee mannen wegens bedrijfsmatige handel in valse merkkleding tot onvoorwaardelijke gevangenisstraf, geldboetes en werkstraf

Rechtbank Gelderland 18 december 2014, ECLI:NL:RBGEL:2013:5827

Samenvatting

De rechtbank veroordeelt twee mannen uit Aalten wegens bedrijfsmatige handel in valse merkkleding tot een gevangenisstraf van 15 maanden waarvan 5 maanden voorwaardelijk en een geldboete van € 10.000,- (hoofddader) en een werkstraf van 240 uur en een geldboete van € 5.000,-(medepleger).

Standpunt verdachte / de verdediging

De raadsman van verdachte heeft bepleit dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het onder feit 1 tenlastegelegde. Hij heeft daartoe -kort gezegd- aangevoerd dat uit het dossier onvoldoende blijkt dat de in de woningen en de loods aangetroffen goederen ook daadwerkelijk vervalst waren. De aangevers zijn immers niet aan te merken als ‘deskundigen’ in de zin van het Wetboek van Strafvordering. Bovendien wordt uit de stukken in het dossier niet duidelijk dat de bemonstering door onderzoekers van het bedrijf [benadeelde 2] representatief is voor de in de woningen en de loods aangetroffen goederen.

Evenmin is aangetoond dat daadwerkelijke verkoop van grote hoeveelheden vervalste producten heeft plaatsgevonden in de tenlastegelegde periode. Hieruit volgt dat geen sprake kan zijn van het tenlastegelegde beroeps- of bedrijfsmatig handelen van verdachte. Subsidiair dient verdachte te worden vrijgesproken van het bestanddeel invoeren, doorvoeren en uitvoeren van vervalste waren, nu hiervoor geen bewijs in het dossier is aangetroffen.

Op de verdere verweren wordt hieronder voorzover relevant ingegaan.

Ten aanzien van feit 2 en feit 3 refereert de raadsman van verdachte zich aan het oordeel van de rechtbank, met dien verstande dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het bezit van ruim elfhonderd gram amfetamine.

Ten aanzien van feit 4 heeft de raadsman gesteld dat uit de stukken en hetgeen ter terechtzitting naar voren is gekomen onvoldoende blijkt dat de gevonden hoeveelheid geld afkomstig was van de handel in vervalste artikelen en/of enig ander strafbaar feit. Verdachte heeft verklaard dat een gedeelte van het geld toebehoort aan zijn zoon en het overige geldbedrag gebruikt werd voor de handel in koelkasten en auto’s. Uit de ter zitting aan het dossier toegevoegde werkgeversverklaringen blijkt dat de zoon van verdachte rond € 2000,- heeft verdiend in de periode voor de zoeking. Daarnaast is bekend dat het gebruikelijk is voor handelaren om een bedrag aan contanten beschikbaar te hebben. De raadsman van verdachte heeft de rechtbank verzocht verdachte vrij te spreken van feit 4 en het in beslag genomen geldbedrag aan verdachte te retourneren.

Beoordeling rechtbank

Feit 1

De rechtbank acht het onder feit 1 ten laste gelegde bewezen. Met de raadsman is de rechtbank van oordeel dat in de stukken en hetgeen ter terechtzitting naar voren is gekomen onvoldoende bewijs is aangetroffen voor bewezenverklaring van invoeren, doorvoeren en uitdelen van de vervalste goederen door verdachte en zij spreekt verdachte daarvan vrij.

Feit 2 en feit 3

De rechtbank is van oordeel dat voldoende wettig en overtuigend bewijs in het dossier aanwezig is voor veroordeling van verdachte van de onder feit 2 en 3 tenlastegelegde feiten.

In het perceel [adres 1] te Aalten, woning van verdachte, en in de auto van verdachte zijn tijdens de zoeking op 16 juli 2013, hard- en softdrugs aangetroffen. Van deze doorzoeking is een proces-verbaal van bevindingen opgemaakt. Uit het door het N.F.I. opgestelde test rapport blijkt dat de in de woning van verdachte aangetroffen drugs hard- en softdrugs betreffen.

Verdachte heeft ter zitting een bekennende verklaring afgelegd ten aanzien van de aangetroffen hard- en softdrugs, met uitzondering van de in zijn vrieskist aangetroffen ruim elfhonderd gram amfetamine. Hierover heeft hij verklaard dat hij niet weet hoe die harddrugs daarin zijn terechtgekomen. De rechtbank is van oordeel dat verdachte de amfetamine eveneens opzettelijk in zijn bezit heeft gehad. Deze amfetamine is als het ware tussen alle andere drugs aangetroffen, waarvan verdachte het bezit wel erkent. Aan de enkele ontkenning van verdachte gaat de rechtbank dan ook voorbij. Er is geen ander geloofwaardig scenario aannemelijk geworden, dan dat verdachte ook van die amfetamine, net als alle andere drugs, de eigenaar is geweest.

Feit 4

Verdachte heeft bij de politie verklaard, zakelijk weergegeven, dat het in het huis van verdachte gevonden geld deels toebehoort aan zijn zoon [betrokkene] en deels gebruikt werd om de handel in koelkasten en auto’s te financieren. Nu niet onomstotelijk is gebleken dat de verklaringen van verdachte omtrent de oorsprong van het geld onjuist zouden zijn en in de stukken en hetgeen ter terechtzitting naar voren is gekomen onvoldoende bewijs aanwezig is om het tenlastegelegde te bewijzen spreekt de rechtbank verdachte vrij van het hem onder feit 4 tenlastegelegde.

Bewezenverklaring

Feit 1

Medeplegen van het opzettelijk verkopen, te koop aanbieden, afleveren en in voorraad hebben van

a. valse, vervalste of wederrechtelijk vervaardigde merken, en

b. waren, die zelf of op hun verpakking valselijk waren voorzien van de handelsnaam van een ander of van het merk waarop een ander recht had, en

c. waren, die ter aanduiding van herkomst, valselijk van de naam van een bepaalde plaats, met bijvoeging van een verdichte handelsnaam, waren voorzien,

en

d. waren, waarop of op de verpakking waarvan een handelsnaam van een ander of een merk waarop een ander recht had, zij het dan ook met een geringe afwijking, was nagebootst, en

e. waren of onderdelen daarvan die valselijk hetzelfde uiterlijk vertoonden als een tekening of model waarop een ander recht had, dan wel daarmede slechts ondergeschikte verschillen vertoonden, terwijl de schuldige het plegen van dit misdrijf als bedrijf uitoefent;

Feit 2: Opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;

Feit 3: Opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd.

Lees hier de volledige uitspraak.

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF