Rb schat wederrechtelijk verkregen voordeel (veel) hoger in dan OvJ en verdediging: verdachte heeft het voordeel alleen genoten, geen sprake van mededader(s)

Rechtbank Midden-Nederland 27 januari 2017, ECLI:NL:RBMNE:2017:4675

De schriftelijke vordering van de officier van justitie strekt tot het aan de veroordeelde opleggen van de verplichting tot betaling aan de Staat van het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel van € 107.385,30.

Ter terechtzitting heeft de officier van justitie zijn vordering gewijzigd. De officier van justitie heeft gesteld dat op basis van het dossier niet vastgesteld kan worden dat verdachte heeft gedeeld in de opbrengst van de geoogste hennep.

Verdachte heeft verklaard dat zijn huur werd betaald en dat hij tweemaal een bedrag aan contant geld heeft ontvangen. Het geschatte wederrechtelijk voordeel bedraagt € 9.630,00, bestaande uit 8 maal een (gemiddelde) huurprijs van € 960,00 en € 1.950,00 aan contant ontvangen bedragen.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich aangesloten bij het standpunt van de officier van justitie dat niet vastgesteld kan worden dat veroordeelde heeft gedeeld in de opbrengst van de geoogste hennep. Het wederrechtelijk verkregen voordeel bestaat derhalve uit 7 maanden huur à € 940,00 per maand en € 1.650,00 aan contant ontvangen bedragen, in totaal € 8.230,00.

Voornoemd bedrag dient pondsgewijs verdeeld te worden nu de feiten in vereniging zijn gepleegd.

De hoogte van het ontnemingsbedrag en de vervangende hechtenis dienen ex artikel 577b van het Wetboek van Strafvordering gematigd te worden. Veroordeelde had al schulden, daarbij komen nog een eerder opgelegde schadevergoedingsmaatregel en er is nog een op handen zijnde ontnemingsvordering in een andere strafzaak. Redelijkerwijs is daarom te verwachten dat veroordeelde, gelet op zijn toekomstige draagkracht, betalingsonmachtig zal zijn.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank gaat bij de beoordeling van de vordering uit van het in dat vonnis bewezen verklaarde strafbare feit, te weten het kweken van hennepplanten op 30 juli 2014. Hierbij gaat de rechtbank van een andere rol van verdachte bij het plegen van de strafbare feiten dan de officier van justitie, zodat met betrekking tot de hoogte van de ontneming ook tot een andere berekening en conclusie wordt gekomen. De rechtbank heeft bewezenverklaard dat verdachte de feiten alleen heeft gepleegd en alleen het wederrechtelijk voordeel heeft genoten.

De rechtbank stelt op grond van de navolgende feiten en omstandigheden, die aan wettige bewijsmiddelen zijn ontleend, vast dat de veroordeelde ook in de periode vóór 30 juli 2014 opzettelijk hennepplanten heeft gekweekt en daaruit voordeel heeft gehad als bedoeld in artikel 36e, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht.

- de verklaring van verdachte ter terechtzitting dat de hennepkwekerij in december 2013 was opgebouwd en dat er driemaal was geoogst;

- uit onderzoek in de woning is gebleken dat de kwekerij gedurende een langere periode in gebruik is geweest en er eerdere oogsten hebben plaatsgevonden. In de woning werden op diverse plaatsen verdroogde hennepresten aangetroffen. Op de in de woning aanwezige droogrekken werden resten van hennepplanten aangetroffen.

Gelet hierop stelt de rechtbank vast dat veroordeelde uit drie eerdere oogsten van hennepkwekerijen voordeel heeft genoten. Het dossier bevat onvoldoende aanknopingspunten waaruit afgeleid kan worden dat er vaker dan drie keer is geoogst.

Wederrechtelijk verkregen voordeel

De rechtbank neemt als grondslag voor de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel, de berekening van de verbalisant van 11 november 2015.5

De rechtbank neemt de uitgangspunten bij de berekening uit het proces-verbaal over en maakt deze tot de hare. Deze uitgangspunten acht de rechtbank voldoende onderbouwd en deze zijn door de verdediging niet betwist.

De rechtbank gaat uit van 240 planten in plaats van 256 hennepplanten. Het aantal van 256 planten is door de politie geschat/berekend naar aanleiding van het aantal planten op één vierkante meter. Uit de ruimlijst betreffende de kwekerij volgt dat er 240 planten geruimd zijn.

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen komt de rechtbank tot de volgende uitgangspunten en berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel.

Opbrengst

  • aantal planten: 240
  • opbrengst per plant: 27,7 gram
  • totale opbrengst één oogst: 6648 gram
  • prijs per kilogram € 3.280,00
  • opbrengst per oogst € 21.805,44
  • aantal oogsten: 3
  • totale bruto opbrengst € 65.416,32

Kosten

  • aantal planten/stekken 240
  • afschrijvingskosten € 200,00
  • hennepstekken (€ 2,85 per stek) € 684,00
  • variabele kosten (3,33 per stek) € 799,20
  • totale kosten per oogst € 1.683,20
  • aantal oogsten 3
  • totale kosten € 5.049,60

Wederrechtelijk verkregen voordeel € 65.416,32 - € 5.049,60 = € 60.366,72.

De verplichting tot betaling aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel kan dan ook aan de veroordeelde worden opgelegd voor een bedrag van € 60.366,72.

 

Lees hier de volledige uitspraak. 

 

 

 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF