Raad van de EU keurt herziene richtlijn slachtofferrechten definitief goed

Op 8 juni 2026 gaf de Raad van de Europese Unie, Council of the European Union, de definitieve goedkeuring aan de herziene richtlijn slachtofferrechten, de Victims' Rights Directive. Daarmee is de gewone wetgevingsprocedure afgerond. De richtlijn wijzigt Richtlijn 2012/29/EU, die in 2012 minimumnormen vastlegde voor de rechten, de ondersteuning en de bescherming van slachtoffers van strafbare feiten en het eerdere Kaderbesluit 2001/220/JBZ verving. De herziening volgt op een evaluatie door de Europese Commissie uit 2022, waarin tekortkomingen werden vastgesteld bij de toegang tot informatie, de toegang tot ondersteuning en de bescherming op maat van individuele slachtoffers. De Raad stelt dat de geactualiseerde regels betrekking hebben op alle slachtoffers van alle strafbare feiten.

De herziening van Richtlijn 2012/29/EU

Richtlijn 2012/29/EU is het horizontale instrument voor slachtofferrechten binnen de Europese Unie. De richtlijn regelt onder meer het recht op informatie, het recht op ondersteuning en bescherming naar gelang de individuele behoeften van het slachtoffer, procedurele rechten en het recht op een beslissing over schadevergoeding door de dader aan het einde van het strafproces. De evaluatie van de Commissie uit juni 2022 concludeerde dat de richtlijn over het geheel genomen de beoogde voordelen had opgeleverd, maar dat slachtoffers hun rechten in de praktijk niet altijd volledig konden uitoefenen door een gebrek aan duidelijkheid in de formulering van enkele rechten. Op die bevindingen baseerde de Commissie op 12 juli 2023 een voorstel tot wijziging van de richtlijn, geregistreerd onder procedurenummer 2023/0250(COD). Het voorstel richtte zich op vijf onderdelen: de toegang tot informatie, verbeterde ondersteuning en bescherming, ruimere deelname aan het strafproces en vergemakkelijkte toegang tot schadevergoeding.

Het wetgevingstraject

Het Europees Parlement stelde in april 2024 zijn onderhandelingsmandaat vast. De Raad nam op 13 juni 2024 zijn algemene oriëntatie aan, waarna de interinstitutionele onderhandelingen tussen Parlement, Raad en Commissie konden beginnen. Op 10 december 2025 bereikten het Parlement en de Raad een politiek akkoord over de tekst. De bevoegde parlementaire commissies, de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (LIBE) en de Commissie rechten van de vrouw en gendergelijkheid (FEMM), keurden de overeengekomen tekst op 25 februari 2026 goed. Tijdens de plenaire vergadering in Straatsburg van 18 tot 21 mei 2026 nam het Parlement de richtlijn aan met 440 stemmen voor, 49 tegen en 84 onthoudingen. De definitieve goedkeuring door de Raad op 8 juni 2026 sloot de procedure af.

De belangrijkste bepalingen

Het persbericht van de Raad noemt zes kernonderdelen. De richtlijn verplicht lidstaten tot een EU-breed hulplijnnummer, 116 006, waarlangs slachtoffers informatie over hun rechten, emotionele ondersteuning en doorverwijzing naar hulpdiensten kunnen krijgen. Bestaande nationale hulplijnnummers mogen naast het EU-brede nummer blijven bestaan. Lidstaten moeten aangifte eenvoudiger maken via toegankelijke digitale middelen wanneer dat in het belang van het slachtoffer is, waarbij slachtoffers online aangifte kunnen doen en elektronisch bewijs kunnen aanleveren. Daarnaast worden de waarborgen voor de bescherming van persoonsgegevens van slachtoffers, in het bijzonder hun contactgegevens, aangescherpt met het oog op het bevorderen van aangiftebereidheid.

Kindslachtoffers, rechtsbijstand en schadevergoeding

Voor kinderen die slachtoffer zijn van een strafbaar feit voorziet de richtlijn in specifieke, kindvriendelijke ondersteuningsdiensten. Daartoe behoren leeftijdsadequate beschermingsmaatregelen, psychologische ondersteuning en de mogelijkheid om verhoren op video op te nemen. Slachtoffers die deelnemen aan een strafproces en geen advocaat kunnen betalen, krijgen toegang tot rechtsbijstand om hun rechten uit te oefenen en schadevergoeding te vorderen. Voor de uitbetaling van toegekende schadevergoeding bevat de richtlijn versterkte maatregelen. Bij opzettelijke geweldsmisdrijven kunnen lidstaten, indien de schadevergoeding niet binnen een redelijke termijn door de dader wordt betaald, onder bepaalde voorwaarden de betaling voorschieten en het bedrag vervolgens op de dader verhalen.

Cijfers en achtergrond

De Raad verwijst naar een schatting van de Commissie dat jaarlijks 70 tot 75 miljoen mensen in de Europese Unie slachtoffer worden van een strafbaar feit. Het nummer 116 006 is op dit moment in veertien lidstaten als slachtofferhulplijn ingericht. In Frankrijk alleen ontvangt die lijn jaarlijks meer dan 72.000 oproepen. De richtlijn maakt deel uit van een breder pakket aan Europese wetgeving op het terrein van slachtofferbescherming, naast onder meer de richtlijn ter bestrijding van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld en de herziene richtlijn inzake mensenhandel.

Implementatie en het Nederlandse kader

De herziene richtlijn wordt in juli 2026 in het Publicatieblad van de Europese Unie bekendgemaakt en treedt twintig dagen na publicatie in werking. Lidstaten hebben vervolgens 24 maanden om de bepalingen in hun nationale recht om te zetten. De huidige Richtlijn 2012/29/EU is in Nederland verwerkt in het Wetboek van Strafvordering, waar de rechten en de positie van het slachtoffer zijn geregeld. Op het moment van publicatie van deze blog is de definitieve geconsolideerde tekst van de herziene richtlijn nog niet in het Publicatieblad verschenen; de officiële Nederlandstalige terminologie en de exacte artikelnummering moeten worden geverifieerd zodra de tekst wordt bekendgemaakt.

Afsluiting

Met de goedkeuring door de Raad op 8 juni 2026 is het wetgevingstraject voor de herziening van Richtlijn 2012/29/EU afgerond. De richtlijn wordt in juli 2026 gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie en treedt twintig dagen later in werking. Daarna loopt de omzettingstermijn van 24 maanden, waarbinnen Nederland en de overige lidstaten de bepalingen in nationaal recht moeten verwerken. De wijze waarop de Nederlandse wetgever de herziene richtlijn in het Wetboek van Strafvordering en de daarmee samenhangende regelgeving zal omzetten, moet nog blijken.

Klik hier voor het officiële persbericht van de Raad van de Europese Unie van 8 juni 2026 en hier voor de EU Law Tracker met het volledige wetgevingsdossier.

Print Friendly and PDF ^