Proefschrift 'Ernstig gevaar: Een juridisch-empirisch onderzoek naar aard, doel en toepassing van de Wet Bibob'

In dit onderzoek is de Wet Bibob geanalyseerd vanuit twee invalshoeken: een juridisch-normatieve en een empirische. Vanuit de juridisch-normatieve invalshoek is ten eerste de historische ontwikkeling van de Wet Bibob aan een analyse onderworpen, waarbij de nadruk ligt op het daadwerkelijke doel van de Wet Bibob.

Ten tweede volgt een analyse van het empirische onderzoek naar de toepassing van de Wet Bibob. Tot op heden ontbreekt elke vorm van ‘echt’ criminologisch-empirisch onderzoek naar de toepassing van de Wet Bibob. Zo was het onduidelijk om welke redenen de bestuursorganen de Wet Bibob toepassen en met welke vormen van misdaad de bestuursorganen blijkens de adviezen van het Landelijk Bureau Bibob in de praktijk worden geconfronteerd. Zijn de vormen van misdaad in overeenstemming met de idee van de wetgever toen werd besloten om – in navolging van de ervaringen in New York – de Wet Bibob te ontwikkelen?

Aan de hand van dit empirische onderzoek wordt onderzocht in hoeverre de Wet Bibob werkt, dus aan haar doelstellingen voldoet (legaliteit), maar ook wordt toegepast overeenkomstig de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit. Na deze vaststelling wordt – ten derde – onderzocht in hoeverre het aanbevelenswaardig is om de weigering en/of intrekking van een beschikking op grond van de Wet Bibob over te hevelen naar ‘het’ strafrecht om gesignaleerde problemen die blijken uit het empirische onderzoek, weg te nemen. 

Lees hier het volledige proefschrift: 

 

Print Friendly and PDF