Poging oplichten verzekeringsmaatschappij door in scène zetten van verkeersongeval

Rechtbank Gelderland 23 november 2017, ECLI:NL:RBGEL:2017:6065

De rechtbank heeft twee verdachten uit Elburg veroordeeld voor een poging om een verzekeringsmaatschappij op te lichten. Zij hebben een verkeersongeval in scene gezet om op deze manier een geldbedrag van de verzekering uitgekeerd te krijgen. Het motorblok van de Mercedes-Benz was al heel slecht en het was een kwestie van tijd totdat het motorblok kapot zou gaan. Voor het voertuig waarvoor de schade werd geclaimd is namelijk het motorblok het meest bepalend voor de waarde.
 

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft aangevoerd dat er algehele vrijspraak dient te volgen. Hij heeft gesteld dat verdachte geen van de in de tenlastelegging genoemde oplichtingsmiddelen heeft aangewend, met als doel om zich - ten nadele van slachtoffer - wederrechtelijk te bevoordelen. Ook is er geen bewijs van een bewuste en nauwe samenwerking tussen verdachte en medeverdachte. Bovendien was medeverdachte verantwoordelijk voor het indienen van het schadeformulier, hetgeen hij ook heeft gedaan. De technische rapporten die bij de aangifte zijn overgelegd zijn juridisch niet betrouwbaar omdat daarin aantoonbaar wordt uitgegaan van verkeerde aannames.
 

Beoordeling door de rechtbank

De politie heeft een proces-verbaal van bevindingen opgemaakt waaruit blijkt dat de verbalisanten op 19 januari 2015 omstreeks 19.53 uur melding kregen van een ongeval te Oosterwolde, kruising Groote Woldweg/Winterdijk. De melder noemde zich medeverdachte. Het betrof een aanrijding zonder letsel waarbij één van de auto’s in de sloot was beland. Zij zijn ter plaatse gegaan en zagen een grijze personenauto van het merk Mercedes, voorzien van het kenteken 1, met de voorzijde in de sloot staan rechts van de Groote Woldweg. Dit was kort na de splitsing met de Winterdijk. Op het kruisvlak met de Winterdijk en de Groote Woldweg zagen zij tevens een bestelbus van het merk Ford, voorzien van het kenteken 2, staan. Deze leek vanaf de Winterdijk de Groote Woldweg opgereden te zijn. Er was naast de bestuurders van die auto’s niemand ter plaatse die de aanrijding had zien gebeuren. De verbalisant 1 kan zich niet herinneren dat er sporen op het wegdek stonden. De Mercedes stond met de voorzijde in een brede sloot, precies tussen een hek en een opstaande betonnen rand van een grote vierkante duiker. De voorzijde van de auto raakte wel het water, maar stond er niet geheel in. Het water kwam ergens gelegen tussen de as van de voorwielen tot maximaal de achterzijde van de voorwielen. De bedieningspanelen voor de bestuurdersstoel en de binnenzijde van het voertuig waren geheel droog. De bestuurder van de Mercedes verklaarde tegen hen dat hij over de Groote Woldweg kwam rijden vanuit Oosterwolde in de richting van Noordeinde; dat hij circa 60 kilometer per uur reed toen hij ter hoogte van de Winterdijk was; dat de bestuurder van de Ford vanaf de Winterdijk kwam rijden en deze hem geen voorrang verleende; dat hijzelf naar rechts uitweek maar een aanrijding niet kon voorkomen en dat zijn voertuig nog in de linkerflank geraakt werd. De bestuurder van de Ford vertelde dat hij over de Winterdijk reed; dat hij bij de splitsing met de Groote Woldweg wilde afslaan; dat hij de Mercedes over het hoofd zag; dat hij deze in de linkerflank raakte met de rechterzijde van zijn voertuig. Het viel hen op hoe rustig de bestuurder van de Mercedes was over de situatie aangezien hij hiervoor in een benarde situatie had gezeten. Het ongeval is gebeurd in het donker. Op de kruising staan geen lantaarnpalen of andere verlichtingsbronnen. Het zicht vanaf de Winterdijk op de Groote Woldweg is zeer goed. De Groote Woldweg is een rechte weg en is over grote afstand in te kijken vanaf de Winterdijk. Ten tijde van de aanrijding waren er geen bossages, obstakels of tijdelijke werkzaamheden die het zicht belemmerden.

De verdachte heeft ter terechtzitting - zakelijk weergegeven - verklaard dat hij op 19 januari 2015 de bestuurder was van de Mercedes-Benz met het kenteken 1. Het was op dat moment donker. Hij reed over de Groote Woldweg te Oosterwolde richting Kampen. Hij zag ineens een auto van de zijkant, van links. Op het moment dat hij de auto zag reed hij zelf met een snelheid van ongeveer 60 tot 70 kilometer per uur. Hij week uit en er volgde een aanrijding. Hij weet niet meer of hij geremd heeft. Zijn auto kwam in de sloot terecht aan de rechterzijde van de weg. De neus van de auto kwam in het water terecht. De auto stond precies tussen een hek aan de ene kant en de rand van een duiker aan de andere kant. Hij heeft later die avond samen met medeverdachte het schadeformulier ingevuld en ondertekend. medeverdachte was de bestuurder van de Ford Transit. Hijzelf heeft de linker kolom ingevuld, het deel “voertuig A”. medeverdachte vulde de rechter kolom in, het deel van “voertuig B”. Hijzelf heeft zijn deel van het formulier bij zijn eigen verzekering ingeleverd.

medeverdachte is ter terechtzitting als getuige gehoord. Hij heeft - zakelijk weergegeven - verklaard dat hij op 19 januari 2015 de bestuurder was van de Ford Transit. Het was op dat moment donker. Hij reed over de Winterdijk in Oosterwolde en wilde linksaf slaan. Hij is bij de kruising met de Groote Woldweg aan de rechterkant van de weg gestopt. Hij is vervolgens vanuit stilstand de Groote Woldweg opgereden. Hij heeft daarbij geen voorrang verleend aan de Mercedes die voor hem gezien van rechts kwam, met als gevolg dat hij een ongeval heeft veroorzaakt. Hij heeft die auto niet zien aankomen. Die auto kwam met de voorkant in het water. Hij heeft later die avond samen met verdachte, de bestuurder van de Mercedes, het schadeformulier ingevuld en ondertekend. Hijzelf heeft de rechterkolom ingevuld, het deel “voertuig B”. De tekening is door hem en verdachte samen gemaakt. Dat was bij verdachte thuis. Hij heeft het formulier de volgende dag ingeleverd bij het bedrijf waar hij de Ford had gehuurd.

Een onderzoeker van de afdeling Speciale zaken en Expertise van slachtoffer heeft onderzoek gedaan naar de schade aan de Mercedes-Benz, met het kenteken kenteken 1. In zijn bijzijn is er op 19 maart 2015 door naam 1, voertuigexpert namens naam 2, en de werkplaatschef van de Mercedes-Benz dealer naam 3 te plaats, het motorblok van de Mercedes-Benz technisch onderzocht. In het expertiserapport dat van dat onderzoek is opgemaakt wordt vermeld dat de motor draaiende water heeft aangezogen en hierdoor is stilgevallen. De motor was, voordat de schade aan de Mercedes-Benz werd veroorzaakt, al in slechte staat en samengesteld uit niet bij elkaar behorende delen. Zonder de wateraanzuiging was de motor al in zodanig slechte staat dat uitval op korte termijn verwacht kon worden. Er was geen technische verklaring voor het feit dat er (zoveel) water in het carter was gekomen. Dat zou veroorzaakt kunnen zijn als de vuldop gedemonteerd zou zijn geweest terwijl die onder de waterspiegel zat. Tijdens het onderzoek dichtte de dop goed af op de rand van het kleppendeksel dus het is uitgesloten dat er via deze weg water in de motor kon komen. De zuigers waren niet gebroken en de zuigerveren nog intact. Het water kon dus ook niet via die weg in de carter komen.

De schade-expert naam 4 heeft op verzoek van slachtoffer een ongeval- onderzoek gedaan. Hij is daarbij uitgegaan dat de bestuurder van de Mercedes-Benz, verdachte, over de Groote Woldweg reed met een snelheid van 60 kilometer per uur en dat hij de Ford Transit niet heeft gezien. Ook is de schade-expert er vanuit gegaan dat de Ford Transit vanuit stilstand vanaf de Winterdijk de Groote Woldweg is opgereden. Hij kon op basis van die uitgangspunten en door middel van de ongevallenanalyse met behulp van PC-Crash simulaties de uiteindelijk werkelijke eindpositie van de Mercedes-Benz niet reproduceren, zelfs al zou de bestuurder van de Mercedes-Benz optimaal hebben gereageerd. De bestuurder zou in optimale situatie een reactietijd nodig hebben van één seconde, hetgeen bij een snelheid van 60 kilometer per uur neerkomt op een afstand van 16,7 meter. Daarbij moet de tijd tussen het intrappen van het rempedaal en het bereiken van de maximale remvertraging nog worden opgeteld. Het gegeven voorts dat gelet op de schade aan de Mercedes, deze achter zijn zwaartepunt werd geraakt, strookt ook niet met het verhaal van verdachten, omdat de auto daardoor een draaiing tegen de klok zou krijgen en eerder aan de linkerkant van de weg terecht zou komen dan aan de rechterkant. Ook de uit de botsingsconfiguratie resulterende hoek kan niet kloppen omdat gelet hierop de positie van de aanrijdende auto’s nooit de positie kan zijn geweest zoals de verdachten aangeven. Geconcludeerd wordt dat de beschreven situatie niet passend is om de Mercedes zonder dwang de eindpositie te doen bereiken.

Op grond van voormelde bewijsmiddelen - in onderling verband en samenhang bezien - komt de rechtbank tot de conclusie dat de verklaringen van verdachte en die van de medeverdachte medeverdachte over de wijze waarop de Mercedes-Benz in de sloot is beland en schade zou hebben opgelopen kennelijk leugenachtig zijn. Indien een ongeval onder de door verdachte en de medeverdachte geschetste omstandigheden zou hebben plaatsgevonden en de Mercedes-Benz dus met een snelheid van 60 kilometer per uur zou hebben gereden, zou de Mercedes-Benz gelet op die snelheid niet in de sloot kunnen belanden, maar zou deze - ook indien er door verdachte op het moment van een aanrijding optimaal zou zijn gereageerd en hij fors zou hebben geremd - een heel andere eindpositie moeten hebben. Veel verder van het kruispunt verwijderd en dus ook ruim voorbij de sloot. De rechtbank wordt daarin nog gesterkt door de verklaring van verdachte dat hij uitwijkend zou hebben gestuurd. Hij heeft niet verklaard dat hij fors heeft geremd en bovendien is niet gebleken dat er (forse) remsporen op het wegdek zijn aangetroffen.

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van een poging tot oplichten van slachtoffer. Gelet op de resultaten van het onderzoek als voormeld, kan niet anders zijn dan dat verdachte en zijn mededader samen een ongeval in scene hebben gezet waarbij de Mercedes met de voorzijde in het water is gepositioneerd. Dat er geen getuigen zijn van deze enscenering doet aan de bewezenverklaring hiervan niet af nu er zoals hiervoor vermeld afdoende “stille getuigen” aanwezig zijn. Er is voorgewend dat door de positie van de Mercedes schade is ontstaan aan het motorblok omdat daardoor water in het motorblok terecht zou zijn gekomen, hetgeen naar het oordeel van de rechtbank een listige kunstgreep is. Vervolgens hebben zij samen het schadeformulier ingevuld en ondertekend. Daarin staat onder meer vermeld dat verdachte met een snelheid van 60 kilometer per uur zou hebben gereden, terwijl dat feitelijk niet juist kan zijn geweest. Het schadeformulier is ingediend door medeverdachte en door slachtoffer in behandeling genomen. Dit is gedaan met de bedoeling om een schadebedrag uitgekeerd te krijgen. Dit zijn meerdere leugens, die de rechtbank kwalificeert als een samenweefsel van verdichtsels. Beide verdachten hebben handelingen verricht die ervoor moesten zorgen dat de verzekeringsmaatschappij zou overgaan tot het uitkeren van een geldbedrag. Alle bestanddelen zijn dus verricht en er is dus sprake geweest van medeplegen. De oplichting is niet voltooid omdat slachtoffer geen schadebedrag heeft uitgekeerd.

Anders dan door de verdediging is betoogd, bestaat er geen aanleiding om te twijfelen aan de kwaliteit van de deskundigenrapportages. Deze zijn immers voldoende inzichtelijk wat betreft de methoden van onderzoek en de conclusies sluiten aan bij de bevindingen.

Strafoplegging

De verdachten zijn allebei veroordeeld tot 2 maanden gevangenisstraf voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar en een onvoorwaardelijke taakstraf van 120 uur.

Lees hier de volledige uitspraak.

 

Print Friendly and PDF