Piramidespel: Rb beveelt voorlopige maatregel ex artikel 29 WED

Rechtbank Amsterdam 16 juni 2015, ECLI:NL:RBAMS:2015:4128 De vordering van de officier van justitie strekt ertoe dat de economische raadkamer bij wijze van voorlopige maatregel voor de duur van zes maanden zal bevelen:

Ten aanzien van verdachte

  • ex artikel 29.1.b WED: de onderbewindstelling van de onderneming van verdachte, en ex artikel 10.1 WED de benoeming van een bewindvoerder die onder meer het concept beëindigt zodat de deelnemers en potentiële deelnemers niet meer kunnen inleggen;
  • dat de verdachte zich zal onthouden van alle handelingen die betrekking hebben op het in of vanuit Nederland werven van nieuwe deelnemers en zich onthoudt van het voortzetten in Nederland van het piramidespel en
  • ex artikelen 29.2jo 10.1 jo 8 sub c WED: het opleggen van de verplichting tot tenietdoening van hetgeen wederrechtelijk is verricht en/of verrichting van prestaties tot het goedmaken van een en ander, alles op eigen kosten.

Ten aanzien van PlanB4you

  • ex artikel 29.l.b WED: de onderbewindstelling van de onderneming en ex artikel 10.1 WED de benoeming van een bewindvoerder die onder meer het concept beëindigt zodat de deelnemers en potentiële deelnemers niet meer kunnen inleggen en
  • ex de artikelen 29.2 jo 10.1 jo 8 sub c. WED: het opleggen van de verplichting tot tenietdoening van hetgeen wederrechtelijk is verricht en/of verrichting van prestaties tot het goedmaken van een en ander, alles op eigen kosten (daaronder begrepen alle kosten die volgen uit de benoeming van de bewindvoerder).

Subsidiair

ex artikel 29.1.a WED: stillegging van de onderneming van de verdachte waarin het economische delict wordt vermoed te zijn begaan ex artikel 29.2 jo artikel 10.1 jo artikel 8 sub c WED, het opleggen van de verplichting tot tenietdoening van hetgeen wederrechtelijk is verricht en verrichting van prestaties tot het goedmaken van een en ander, alles op eigen kosten.

Meer subsidiair

  • ex 29.1.d WED: dat de verdachte zich onthoudt van alle handelingen die betrekking hebben op het (in of vanuit Nederland) werven van nieuwe deelnemers en zich onthoudt van het voortzetten (in of vanuit Nederland) van het piramidespel en
  • ex de artikelen 29.2 jo 10.1 jo 8 sub c WED, het opleggen van de verplichting tot tenietdoening van hetgeen wederrechtelijk is verricht en/of verrichting van prestaties tot het goedmaken van een en ander, alles op eigen kosten.

Ten aanzien van X

  • ex 29.1.d WED: dat de verdachte zich onthoudt van alle handelingen die betrekking hebben op het (in of vanuit Nederland) werven van nieuwe deelnemers plus zich onthoudt van het voortzetten (in of vanuit Nederland) van het piramidespel en
  • ex de artikelen 29.2 jo 10.1 jo 8 sub c WED.: het opleggen van de verplichting tot tenietdoening van hetgeen wederrechtelijk is verricht en/of verrichting van prestaties tot het goedmaken van een en ander, alles op eigen kosten.

aangezien een en ander in strijd is met artikel 1 lid 1 jo. artikel 1a lid 1 Wet op de kansspelen en strafbaar is gesteld in artikel 36 lid 1 jo lid 3 WOK jo. artikel 1 aanhef en onder 3e jo. artikel 2 lid 3 jo. artikel 6 lid 1 sub 2 WED. Ingevolge artikel 3 lid 3 jo. lid 1 WOK is uitgesloten dat voor dergelijke gedragingen een vergunning wordt verleend.

De officier van justitie heeft haar vordering gegrond op de stelling dat tegen verdachten ernstige bezwaren zijn gerezen in die zin dat zij zich hebben schuldig gemaakt aan het plegen van strafbare feiten, waaronder die zoals bedoeld in artikel 1 en 1a WOK. Voorts is er volgens de officier van justitie een spoedeisend belang dat de toewijzing van de vordering rechtvaardigt.

De officier van justitie heeft ter onderbouwing van deze stelling onder meer gewezen op de stukken uit het strafdossier. Uit deze stukken blijkt dat verdachte, PlanB4You en/of bedrijf 1 B.V. de gelegenheid op het internet geven aan deelnemers om een goed af te geven en/of een verplichting aan te gaan waaruit voordeel kan worden verkregen, welk voordeel afhankelijk is van de afgifte van een goed en/of aangaan van een verplichting van andere deelnemers, een bij wet verboden piramidespel. verdachte heeft de leiding over de exploitatie van dit concept, zo blijkt uit de verklaringen van persoon 1 en persoon 2.

Het spoedeisende belang volgt volgens de officier van justitie uit het gegeven dat PlanB4you, de website en de presentaties over het concept, sinds diverse acties van justitie niet zijn gestaakt, zelfs niet sinds de gevangenneming van verdachte. Integendeel, er zijn aanwijzingen dat het concept is opgestart in Bulgarije met gebruikmaking van een Bulgaarse bankrekening. Het spel gaat gewoon door en er worden ook nog steeds nieuwe deelnemers geworven. Ook op de dag van vandaag, zo heeft het openbaar ministerie recent nog geconstateerd, kan er nog automatisch geklikt worden op Bricks. De maatregel is in het bijzonder noodzakelijk om te voorkomen dat er nieuwe deelnemers worden geworven en zo meer slachtoffers worden gemaakt.

Het Openbaar Ministerie is ten aanzien van het onderzoek afhankelijk geweest van de rechtshulp van België. Onmiddellijk na ontvangst van de gewenste informatie van de Belgische autoriteiten heeft het Openbaar Ministerie deze vordering ingediend, hetgeen ertoe leidt dat de maatregel niet eerder kon worden gevorderd en aldus tijdig is ingediend.

Ter zitting heeft de officier van justitie voorts nog verklaard dat de oorspronkelijke inleggelden ter hoogte van zo’n €3,3 miljoen thans opvorderbaar zijn tot een bedrag van meer dan €20 miljoen, terwijl de in beslag genomen banktegoeden slechts ruim €2 miljoen bedragen. De officier van justitie acht het van belang dat wordt voorkomen dat huidige deelnemers meer investeren en dat nieuwe deelnemers worden geworven om aan het concept deel te gaan nemen. Verdachten zullen nimmer aan hun betalingsverplichtingen kunnen voldoen zodat het aantal nieuwe slachtoffers zo veel als mogelijk moet worden beperkt.

Standpunt verdediging

De raadsvrouw heeft zich ter zitting niet verzet tegen de gevraagde maatregelen in de vordering, maar heeft daaromtrent wel een aantal opmerkingen gemaakt ten aanzien van de ernstige bezwaren en het spoedeisende belang.

In de eerste plaats heeft de raadsvrouw benadrukt dat allee ondernemingsactiviteiten van PlanB4you inmiddels gestaakt zijn en gestaakt zullen blijven. De websites, waaronder die op sociale media, zijn offline gehaald, er worden geen bedrijfsactiviteiten meer uitgevoerd door verdachte of door een ander in opdracht van verdachte en er staan geen bankrekeningen meer ter beschikking aan verdachte en/of PlanB4You.

Ten aanzien van de ernstige bezwaren heeft de raadsvrouw opgemerkt dat het multilevel marketingconcept dat door verdachte wordt geëxploiteerd niet als piramidespel kan worden gezien en er om die reden onvoldoende ernstige bezwaren zijn die vereist zijn voor de toewijzing van de vordering van de officier van justitie. Ter onderbouwing van dit standpunt verwijst de raadsvrouw naar wat zij daarover heeft aangevoerd bij eerdere raadkamer-behandelingen.

De raadsvrouw heeft ter zitting aangevoerd dat het met de spoedeisendheid wel meevalt nu het openbaar ministerie al een jaar op de hoogte is van het concept en nu pas met een vordering komt en de exploitatie van het multilevel marketing concept inmiddels is gestaakt, inhoudende dat er geen nieuwe deelnemers worden geworven en dat alle websites offline zijn. Indien het Openbaar Ministerie meende dat er een spoedeisend belang aanwezig was bij de stillegging, dan had het op de weg gelegen om de vordering eerder aanhangig te maken. Het onderzoek loopt inmiddels ruim een jaar en het standpunt van het Openbaar Ministerie ten aanzien van de kwalificatie van het multilevel marketing concept als een piramidespel is vanaf de start van het onderzoek duidelijk. Het is daarom onbegrijpelijk dat het Openbaar Ministerie pas op dit moment de onderhavige vordering heeft ingediend.

Ten aanzien van de inhoud van de vordering merkt de raadsvrouw op dat verdachte niet over de middelen beschikt om de maatregelen te financieren. Indien de maatregelen gefinancierd dienen te worden ten laste van de in beslag genomen gelden is dat standpunt strijdig met het uitgangspunt dat er gehandeld moet worden in het belang van de personen die reeds geld hebben ingelegd, door te voorkomen dat de huidige tegoeden worden verbruikt.

Wettelijk kader

Ingevolge het bepaalde in artikel 1, onder a van de WOK is het verboden gelegenheid te geven om mede te dingen naar prijzen of premies, indien de aanwijzing der winnaars geschiedt door enige kansbepaling waarop de deelnemers in het algemeen geen overwegende invloed kunnen uitoefenen, tenzij daarvoor een vergunning is verleend. Dit verbod op – kort gezegd – het aanbieden van kansspelen geldt op grond van artikel 1a, eerste lid WOK ook voor zogenaamde piramidespelen. Overtreding van het bepaalde in dit artikel levert een economisch misdrijf op.

Op grond van artikel 29 lid 1, onder d van de WED kan, indien tegen een verdachte ernstige bezwaren zijn gerezen en tevens de belangen, die door het vermoedelijk overtreden voorschrift – voor zover het een economisch delict betreft – worden beschermd, een onmiddellijk ingrijpen vereisen, op vordering van de officier van justitie als voorlopige maatregel worden bevolen dat verdachte zich onthoudt van bepaalde handelingen. De vordering van de officier van justitie is gebaseerd op de stelling dat verdachte zich niet heeft gehouden aan de genoemde bepalingen uit de WOK.

Voor een piramidespel kan ingevolge artikel 3, derde lid jo. artikel 3, eerste lid WOK nimmer een vergunning worden afgegeven.

Beoordeling rechtbank

De economische raadkamer is met de officier van justitie van oordeel dat op dit moment ernstige bezwaren aanwezig zijn voor de verdenking dat verdachten een verboden piramidespel exploiteren waarbij door middel van het aanschaffen van klikblokjes/Bricks een bepaald percentage van de dagwinst lijkt te worden voorgespiegeld als opbrengst, welk percentage afhankelijk is van het aantal door een eerste deelnemer aangebrachte personen en /of de door deze laatstgenoemde personen aangeschafte goederen in de webshop. Tot nog toe lijken de inkomsten van PlanB4You waaruit de deelnemers moeten worden uitbetaald voornamelijk uit de inleg van diezelfde deelnemers te bestaan en zijn deelnemers voornamelijk vanuit deze inleg uitbetaald, terwijl een deel van de ontvangen inleggelden lijkt te zijn overgeboekt naar de privérekening van verdachte.

Voorts acht de rechtbank voldoende spoedeisend belang aanwezig dat onmiddellijk ingrijpen vereist. Dat de onderhavige vordering niet eerder is ingediend kan worden verklaard door het eerst onlangs vrijgeven van stukken vanuit België. Het is de rechtbank voorts, gelet op de uitstaande opeisbare tegoeden en hetgeen onder beslag ligt, de onder meer in februari 2015 afgelegde verklaring van getuige persoon 1 over het voortduren van bepaalde activiteiten van PlanB4you, de wisselende mededelingen die hierover ter zitting zijn gedaan, alsmede de proceshouding van verdachte, onvoldoende gebleken dat verdachte zijn bemoeienis met PlanB4you volledig heeft gestaakt zoals hij zelf beweert. Dit alles betekent dat op dit moment het voorkomen van verdere of nieuwe deelname aan het concept van de verdachten nog niet genoegzaam is ge(waar)borgd. De economische raadkamer is van oordeel dat de aard en de ernst van de hiervoor genoemde omstandigheden zodanig zijn dat de belangen, die door vermoedelijk overtreden voorschriften worden beschermd, een onmiddellijk ingrijpen vereisen.

Dan dient vervolgens de vraag te worden beoordeeld welke maatregel thans de meest gerede is.

De economische raadkamer is van oordeel dat de verschillende gevorderde (voorlopige) maatregelen zoals bedoeld in artikel 29 WED ingrijpende maatregelen zijn, die met zeer grote terughoudendheid moeten worden toegepast.

Naar het oordeel van de rechtbank is, bij de huidige stand van zaken, gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, een tijdelijke maatregel voor de duur van zes maanden gerechtvaardigd, voor zover inhoudende dat verdachten zal worden bevolen zich te onthouden van alle handelingen die betrekking hebben op het in of vanuit Nederland werven van nieuwe deelnemers en zich te onthouden van het voortzetten in Nederland van het PlanB4you-concept. Voor het overige dient de vordering te worden afgewezen.

De gevorderde onderbewindstelling met de benoeming van een bewindvoerder is een maatregel waarop in artikel 11 WED het bepaalde in artikel 1:409 Burgerlijk Wetboek van toepassing is verklaard en die zich, naar aard en strekking, richt op voortzetting van een onderneming, maar dan onder supervisie van een bewindvoerder die naast het bestuur staat en die de belangen van crediteuren moet gaan behartigen. De rechtbank begrijpt uit de toelichting op de vordering van de officier van justitie dat het openbaar ministerie veeleer een complete stillegging van de onderneming nastreeft en dat een begin moet worden gemaakt met een inventarisatie van alle (toekomstige) crediteuren van PlanB4you. Dit zijn werkzaamheden die doorgaans worden uitgevoerd door een curator op grond van de Faillissementswet, zodat het openbaar ministerie hier niet de meest geëigende weg lijkt te hebben gekozen.

Met de gevorderde tenietdoening van alle wederrechtelijk verrichtte handelingen, tot slot, zou de rechtbank al te zeer vooruitlopen op vraagstukken die nog voorwerp zijn van debat en waaromtrent eerst na de inhoudelijke behandeling bij eindvonnis beslist kan worden.

Conclusie

De economische raadkamer wijst de vordering toe, voor zover die ziet op het zich onthouden van alle handelingen die betrekking hebben op het in of vanuit Nederland werven van nieuwe deelnemers en het zich onthouden van het voortzetten in Nederland van het PlanB4you-concept.

Beveelt als voorlopige maatregel, als bedoeld in artikel 29 van de Wet op de economische delicten, met ingang van het moment van uitreiking van deze voorlopige maatregel, aan verdachten, dat zij zich onthouden van alle handelingen die betrekking hebben op het in of vanuit Nederland werven van nieuwe deelnemers en zich onthouden van het voortzetten in Nederland van het PlanB4you-concept.

De voorlopige maatregel zal ten hoogste 6 maanden van kracht zijn.

Niet nakoming van het bevel, levert, gelet op artikel 2 van de Wet op de economische delicten, een misdrijf op.

Deze beschikking is op de voet van artikel 31 WED onmiddellijk uitvoerbaar.

Lees hier de volledige uitspraak.

 

Print Friendly and PDF