Persoonsverwisseling in de strafrechtketen: 867 vonnissen op de verkeerde naam en het onderzoek achter de podcast Het Verkeerde Oordeel
/Op het Anti-Corruptie Congres 2026 van de BijzonderStrafrecht Academie, op donderdag 19 november 2026 in Den Haag, verzorgen onderzoeksjournalisten Rianne van der Linden en Arjan van der Linden (geen familie) een bijdrage onder de titel Veroordeeld onder andermans naam. Voor de vijfdelige podcast Het Verkeerde Oordeel, gemaakt door de onderzoeksredactie van de EO en sinds 28 april 2026 te beluisteren via NPO Luister, onderzochten zij zaken waarin een strafrechtelijk vonnis op de verkeerde naam staat. Aanleiding voor hun onderzoek was het verantwoordingsonderzoek over 2024 van de Algemene Rekenkamer, gepubliceerd op 21 mei 2025, waaruit blijkt dat op het ministerie van Justitie en Veiligheid een lijst bestaat met minimaal 867 zaken waarin een vonnis op een onjuiste naam is gesteld. Door identiteitsfraude of invoerfouten kan een veroordeling terechtkomen bij iemand die het feit niet heeft gepleegd, met gevolgen die uiteenlopen van een onterecht strafblad en een geweigerde Verklaring Omtrent het Gedrag tot onterechte detentie, vaak zonder dat de betrokkene daarvan op de hoogte is. Juridisch raakt de problematiek aan de identiteitsvaststelling van verdachten, aan de tenaamstelling van onherroepelijke vonnissen en aan de vraag wie een eenmaal vastgestelde fout mag herstellen. Deze blog zet de bevindingen van de Rekenkamer, het journalistieke onderzoek en de stand van het herstel op een rij, en beschrijft de bijdrage op het congres.
De bevindingen van de Algemene Rekenkamer
In het deelonderzoek Foutieve tenaamstelling veroordeelden, onderdeel van het verantwoordingsonderzoek over 2024 bij het ministerie van Justitie en Veiligheid, beschrijft de Algemene Rekenkamer wat er gebeurt wanneer na een onherroepelijk vonnis blijkt dat de naam van de veroordeelde niet klopt. De Justitiële Informatiedienst heeft bij minimaal 867 zaken vastgesteld dat de tenaamstelling onjuist is. In 141 van die zaken gaat het om ernstige feiten, zoals levens-, zeden- en drugsdelicten, terroristische misdrijven en geweldsmisdrijven. De Rekenkamer benadrukt dat deze aantallen een ondergrens vormen en dat niet is uitgesloten dat het werkelijke aantal hoger ligt. De fouten ontstaan bijvoorbeeld door identiteitsfraude, waarbij iemand zich bij aanhouding voordoet als een ander, of door invoerfouten in de systemen van de keten.
De Rekenkamer stelt vast dat de problematiek al sinds 2012 bekend is, maar dat het al die jaren onduidelijk bleef wat er moet gebeuren als een onherroepelijk vonnis op de verkeerde naam blijkt te staan. Een toetsings- en handelingskader ontbreekt. In die onduidelijkheid hebben medewerkers van de Justitiële Informatiedienst naar eigen inzicht gehandeld en namen van veroordeelden in de systemen van de strafrechtketen aangepast. De Rekenkamer kwalificeert het ontbreken van een kader als een ernstige onvolkomenheid en weegt daarbij mee dat de gevolgen voor burgers en maatschappij groot kunnen zijn, dat de problematiek al meer dan tien jaar bekend is en dat medewerkers hierdoor in gewetensnood zijn gekomen. Een vonnis op de verkeerde naam kan er volgens de Rekenkamer toe leiden dat de werkelijke dader zijn straf ontloopt, dat een burger onterecht geen of juist wel een Verklaring Omtrent het Gedrag krijgt, of dat iemand aan de grens wordt tegengehouden vanwege een veroordeling die niet de zijne is.
Identiteitsvaststelling in de keten
Het onderzoek van de podcastmakers richt zich op de plaats waar de fout ontstaat: de vaststelling van de identiteit van de verdachte. Iedere verdachte van een feit waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten, moet op het politiebureau worden geïdentificeerd aan een zogeheten identiteitszuil, waar het identiteitsbewijs wordt gecontroleerd en vingerafdrukken en foto's worden afgenomen. Uit cijfers die de makers bij de politie opvroegen blijkt dat de politie er niet in slaagt alle verdachten op deze wijze te identificeren. Uit een openbaar geworden overheidsdocument volgt dat in de periode 2014 tot en met 2023 ruim 27.000 verdachten in de systemen van politie en justitie terechtkwamen zonder dat een identiteitsdocument of biometrische gegevens waren geregistreerd; in 2023 ging het om 2.653 nieuwe verdachten. In die gevallen berust de geregistreerde identiteit volledig op wat de verdachte zelf verklaart. Slaagt een verdachte erin zich voor te doen als een ander, dan komen de verdenking en een eventuele latere veroordeling op naam van die ander te staan.
De podcast Het Verkeerde Oordeel
In de vijfdelige podcast spreken Van der Linden en Van der Linden met slachtoffers, advocaten en oud-ambtenaren, verdiepen zij zich in de geschiedenis van het probleem en bezoeken zij een politiebureau om te zien waar de identiteitsvaststelling kan haperen. De onderzoeksredactie van de EO beschrijft gevallen waarin mensen door een persoonsverwisseling gedetineerd raakten voor een misdrijf dat een ander pleegde, en gevallen waarin betrokkenen pas jaren later ontdekten dat op hun naam een veroordeling stond, bijvoorbeeld doordat een uitkering werd stopgezet of een controle aan de grens een openstaande straf opleverde.
De podcast reconstrueert daarnaast hoe lang de problematiek binnen de justitiële organisaties bekend was. Uit vrijgegeven documenten blijkt dat het Openbaar Ministerie, de politie, de Koninklijke Marechaussee en de Justitiële Informatiedienst in 2010 al een Team Aliassenonderzoek Strafrechtketen oprichtten. Ambtenaren die zich met het onderwerp bezighielden, gaven volgens die documenten jarenlang signalen af en toonden zich meermaals gefrustreerd over wat zij zagen als beperkte interesse bij ketenpartners als het Openbaar Ministerie en de Rechtspraak. Oud-ambtenaren concluderen in de podcast dat het probleem binnen het ministerie nooit de vereiste urgentie kreeg. Oud-regeringscommissaris Arre Zuurmond typeert het ministerie in de podcast als een zieke organisatie, omdat het volgens hem dappere individuele medewerkers nodig had om iets voor elkaar te krijgen. Het ministerie van Justitie en Veiligheid heeft een schriftelijke reactie op de podcast gegeven, die via de site van de EO te raadplegen is.
Herstel, voortgang en het vervolgonderzoek van de Rekenkamer
Na het Rekenkamerrapport informeerde de toenmalige staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de Tweede Kamer bij brief van 28 mei 2025 over de problematiek, gevolgd door een voortgangsrapportage van 10 november 2025 over de analyse van de zaken, de uitwerking van de aanpak en de vormgeving van de evaluatie. Daarnaast is de Auditdienst Rijk gevraagd te onderzoeken waarom de problematiek rond tenaamstellingen bij onherroepelijke vonnissen zo lang onopgelost is gebleven. Volgens berichtgeving van het Advocatenblad over een brief van de staatssecretaris was tot medio 2026 61 procent van de 867 zaken beoordeeld en waar mogelijk afgehandeld, waren tot 1 mei 2026 99 nieuwe zaken geïdentificeerd en was in 87 zaken sprake van mogelijke schade voor derden, bijvoorbeeld door identiteitsfraude. In die zaken zijn volgens het ministerie maatregelen getroffen, zoals het markeren van dossiers in registers en het zo nodig opschorten van signaleringen. Het ministerie schrijft dat er tot dusver geen aanwijzingen zijn dat straffen aan de verkeerde persoon ten uitvoer zijn gelegd, en dat de mogelijkheden om fouten te herstellen beperkt zijn; van duizenden achterhaalde vonnissen waarin identiteitsgegevens tijdens het proces zijn gewijzigd, acht het ministerie een sluitende analyse vaak weinig kansrijk vanwege ontbrekende historische gegevens.
In het verantwoordingsonderzoek over 2025, gepubliceerd op 20 mei 2026, concludeert de Algemene Rekenkamer dat de foutieve tenaamstellingen nog niet zijn opgelost. De minister heeft in 2025 volgens de Rekenkamer grote stappen gezet door duidelijk te maken wat nodig is om een foutieve tenaamstelling op te lossen. Voor het daadwerkelijke herstel zijn nog afspraken nodig met ketenpartners als het Openbaar Ministerie en de Rechtspraak, en de totale omvang van de zaken met een foutieve tenaamstelling is nog niet in beeld. De Rekenkamer beveelt de minister aan de risico's in kaart te brengen van automatische wijzigingen in ketensystemen, zoals naamswijzigingen die vanuit de Basisregistratie Personen doorwerken.
Veroordeeld onder andermans naam op het Anti-Corruptie Congres 2026
Op het Anti-Corruptie Congres 2026 gaat de dagvoorzitter met Rianne van der Linden en Arjan van der Linden in gesprek over hun onderzoek en over wat deze fouten betekenen voor de betrouwbaarheid van vervolging en vonnis. De bijdrage benadert persoonsverwisseling als integriteitsvraagstuk: integriteit gaat op het congres ook over de betrouwbaarheid van de strafrechtketen zelf. Aan de orde komt hoe identiteitsfraude en gebrekkige identiteitsvaststelling die integriteit aantasten en waar het in de keten misgaat, van aanhouding en voorgeleiding tot vonnis en tenuitvoerlegging. De journalisten bespreken de signalen die ambtenaren jarenlang binnen Justitie afgaven en de vraag waarom daar weinig mee gebeurde. Verder gaat het gesprek over de gevolgen voor de onterecht vervolgde burger en voor het vertrouwen in de rechtspleging, en over wat herstel en preventie vragen van politie, Openbaar Ministerie en rechtspraak.
Het congres vindt plaats op donderdag 19 november 2026 van 10.00 tot 17.00 uur in het centrum van Den Haag, nabij het Centraal Station, en behandelt daarnaast onder meer de schikkingspraktijk van het Openbaar Ministerie, de nieuwe EU-anticorruptierichtlijn, de herijkte Amerikaanse FCPA-handhaving, corruptie als systeemfalen en het meldklimaat binnen organisaties. Deelname is uitsluitend fysiek mogelijk en levert zes PO- en PE-punten op.
Het volledige programma en de inschrijfmogelijkheid staan op de congrespagina.
