Penningmeester veroordeeld wegens verduistering

Rechtbank Noord-Holland 6 november 2015, ECLI:NL:RBNHO:2015:10037 Verdachte heeft als penningmeester van de stichting in de periode 28 december 2012 t/m 30 juli 2013 diverse geldbedragen toebehorende aan die stichting, overgeboekt naar zijn eigen compte joint rekening. In totaal heeft hij ruim 182.000 euro verduisterd en dit geld gebruikt voor zijn eigen bedrijf, dat al geruime tijd financiële problemen kende en inmiddels failliet is gegaan.

Van een expliciete toestemming van het bestuur van de Stichting voor overmaking van die geldbedragen naar de eigen rekening van verdachte is de rechtbank niets gebleken. Integendeel, uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting komt naar voren dat verdachte in het verleden – in het kader van zijn werkzaamheden als penningmeester voor de stichting – meermalen te kennen is gegeven dat hij geen geld mocht overmaken naar zijn eigen rekening.

Evenmin is uit het dossier gebleken dat verdachte toestemming had om deze geldbedragen vervolgens aan te wenden voor salarisbetalingen van zijn bedrijf 1 B.V. en het afbetalen van persoonlijke leningen. Verdachte heeft bovendien ter terechtzitting zelf verklaard dat hij hiervoor geen toestemming had gevraagd van het bestuur.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich primair op het standpunt gesteld dat er geen sprake is van wederrechtelijke toe-eigening van gelden omdat verdachte handelde met wetenschap en instemming van het bestuur van de stichting.

Het bestuur wist dat verdachte een deel van het te beleggen vermogen op een eigen rekening had staan. Deze handelswijze was gebruikelijk. Verdachte beschikte niet als heer en meester over het geld zonder daartoe gerechtigd te zijn, omdat zijn handelen aldus werd gelegitimeerd. Daarnaast heeft verdachte nooit opzet gehad op permanente toe-eigening, omdat hij altijd wist dat hij de gelden terug zou moeten betalen. De omstandigheid dat het mis is gegaan en verdachte nu niet in staat is om acuut tot terugbetaling over te gaan, maakt dat niet anders.

Verdachte dient dan ook te worden vrijgesproken van de ten laste gelegde verduistering.

Oordeel rechtbank

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit.

Bewezenverklaring

Verduistering, meermalen gepleegd.

Strafoplegging

De rechtbank veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 8 maanden.

Lees hier de volledige uitspraak.

 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF