Overtreding Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden. Verdachte heeft op zijn bedrijf niet toegelaten gewasbeschermingsmiddelen gebruikt.

Rechtbank Den Haag 5 april 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:3575 De verdachte heeft op zijn bedrijf niet-toegelaten gewasbeschermingsmiddelen gebruikt. Dit is in strijd met de regelgeving die bedoeld is om te garanderen dat in de land- en tuinbouw geen werkzame stoffen of middelen worden gebruikt die schadelijk kunnen zijn voor de gezondheid van mensen en dieren of voor het milieu.

Het gedrag van de verdachte is kwalijk te noemen, te meer omdat hij blijkens een overzicht van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit in het verleden meerdere malen forse bestuurlijke boetes heeft gekregen voor het gebruik van niet toegelaten werkzame stoffen. Daartegenover staat dat de verdachte blijkens het uittreksel uit het justitiële documentatie-register d.d. 8 februari 2016 in strafrechtelijke zin niet eerder is veroordeeld.

De rechtbank acht op grond van het onderzoek ter terechtzitting niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte bij feit 1 onder e en f is tenlastegelegd zodat hij daarvan dient te worden vrijgesproken. Niet met zekerheid kan worden vastgesteld dat de verdachte deze middelen gedurende de tenlastegelegde periode heeft gebruikt.

Ten aanzien van het verweer van de verdachte dat hij zich niet bewust is geweest van de aanwezigheid van de stof Aldicarb, zoals tenlastegelegd bij feit 1 onder d, overweegt de rechtbank het volgende. Deze stof is aangetroffen in monsters die zijn genomen van rozenbladeren uit de kwekerij van verdachte. De rechtbank acht uitgesloten dat, zoals verdachte naar voren heeft gebracht, deze stof per ongeluk op de bladeren terecht gekomen kan zijn door het opdwarrelen van deze stof die in een ver verleden gebruikt is en waarvan restanten zich nu nog op plantenresten op de bodem zouden bevinden. Dat verdachte geen idee heeft hoe deze stof op zijn rozen is gekomen in de tenlastegelegde periode, acht de rechtbank daarom niet aannemelijk geworden. Uit het dossier (p. 421 en 422) blijkt immers dat de halfwaardetijd van deze stof (dat wil zeggen de tijd die benodigd is om de concentratie van de stof in bodem/omgeving met de helft te laten afnemen) 2-12 dagen is. Daar komt nog bij dat de verdachte, blijkens het dossier (p. 130), in 2012 een bestuurlijke boete heeft gekregen van € 3.000,00 omdat op zijn bedrijf in bladmonsters een aantal niet toegelaten werkzame stoffen, waaronder Aldicarb, was aangetroffen. Verdachte kende deze stof dus vanwege eerder gebruik. Het verweer zal dan ook worden verworpen.

Bewezenverklaring

  • Feit 1: medeplegen van opzettelijke overtreding van artikel 19 van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden;
  • Feit 2: medeplegen van opzettelijke overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 20 van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden.

Strafoplegging

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een taakstraf van 80 uur.

De verdachte heeft er ter terechtzitting oprecht blijk van gegeven het kwalijke van zijn handelen in te zien en is nu in dienst bij een ander bedrijf waar de biologische teelt zonder het gebruik van verboden middelen hoog in het vaandel staat, zodat de kans op herhaling minimaal moet worden geacht.

Lees hier de volledige uitspraak.

 

Print Friendly and PDF