Originaire rechtsmacht

Hoge Raad 1 april 2014, ECLI:NL:HR:2014:772

Feiten

Het Gerechtshof te ’s-Gravenhage heeft bij arrest van 30 november 2012 verdachte wegens 1) doodslag, 2) medeplegen van valsheid in geschrift en 3) opzettelijk gebruik maken van een vals of vervalst geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst, veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf jaren, met aftrek van voorarrest.

Namens verdachte hebben mr. G.G.J. Knoops en mr. S.C. Post, beiden advocaat te Amsterdam, vier middelen van cassatie voorgesteld.

Middel

Het middel klaagt in verschillende als subklachten aangeduide varianten dat – kort gezegd - het Hof ten onrechte ter zake van het onder 1 bewezenverklaarde feit originaire rechtsmacht heeft aangenomen.

Beoordeling Hoge Raad

De in de tenlastelegging onder 1 omschreven feiten worden door de Nederlandse strafwet als misdrijf beschouwd en bij de stukken van het geding bevinden zich de met de artt. 289, 288 en 287 Sr corresponderende strafbepalingen van het Surinaamse Wetboek van Strafrecht. Gelet hierop en op de vaststelling van het Hof dat verdachte de Nederlandse nationaliteit heeft, getuigt het oordeel van het Hof dat t.a.v. verdachte sprake is van originaire rechtsmacht niet van een onjuiste rechtsopvatting.

Lees hier de volledige uitspraak.

 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF