Opvolgend raadsman toevoegen?

Hoge Raad 28 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:322

Op 3 februari 2015 eindigde de voorlopige hechtenis van de verdachte. De verdachte is in persoon gedagvaard om op 28 januari 2016 ter terechtzitting in hoger beroep te verschijnen. Op 26 november 2015 heeft de voorzitter van het hof de Raad voor Rechtsbijstand te Amsterdam een last tot toevoeging van mr. J.P. Plasman als raadsman van de verdachte gegeven. Twee dagen voor de zitting bij het Hof waarvoor verdachte de dagvaarding in persoon uitgereikt heeft gekregen laat de raadsman weten de verdediging te hebben neergelegd. Ter terechtzitting verschijnt niemand. Hof verleent verstek en verklaart verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep ex art. 416.2 Sv. 
 

Middel 

Het middel klaagt dat het Hof ten onrechte niet een opvolgend raadsman aan de verdachte heeft toegevoegd.
 

Beoordeling Hoge Raad

Bij de op de voet van art. 434, eerste lid, Sv aan de Hoge Raad gezonden stukken van het geding bevinden zich, voor zover voor de beoordeling van het middel van belang:

(i) een op 26 november 2015 door de voorzitter van het Hof gegeven en tot de Raad voor Rechtsbijstand te Amsterdam gerichte last tot toevoeging van mr. J.P. Plasman als raadsman van de verdachte;

(ii) een akte van uitreiking - gehecht aan het dubbel van de dagvaarding van de verdachte om te verschijnen op de terechtzitting in hoger beroep van 28 januari 2016 - inhoudende dat die dagvaarding op 22 december 2015 aan de verdachte in persoon is uitgereikt;

(iii) een aan de voorzitter van het Hof gericht faxbericht van 26 januari 2016 van mr. Plasman, inhoudende dat hij om hem "moverende redenen" de verdediging heeft neergelegd en niet ter terechtzitting zal verschijnen;

(iv) het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep inhoudende dat aldaar de verdachte noch zijn raadsman is verschenen, dat het Hof melding heeft gedaan van de inhoud van voormeld faxbericht van mr. Plasman en dat het Hof verstek heeft verleend tegen de niet verschenen verdachte, met bevel dat de behandeling van de zaak zal worden voortgegaan;

(v) het bestreden arrest inhoudende dat het Hof de verdachte op de voet van art. 416, tweede lid, Sv niet ontvankelijk heeft verklaard in zijn hoger beroep.

Op basis van voornoemde omstandigheden bestond er voor het Hof geen aanleiding ervan uit te gaan dat de verdachte, aan wie de dagvaarding voor de terechtzitting van 28 januari 2016 in persoon was uitgereikt maar die niet ter terechtzitting was verschenen, het verlangen had hetzij bij zijn afwezigheid zich door mr. Plasman te doen verdedigen hetzij zich van een nieuwe raadsman te voorzien. Het Hof was gelet op die omstandigheden evenmin gehouden tot nader onderzoek omtrent dat verlangen noch tot toevoeging van een andere raadsman op de voet van art. 41 of art. 45 Sv.

Slechts in bijzondere omstandigheden moet hierover anders worden geoordeeld.

De stukken van het geding houden evenwel niets in waaruit het vermoeden kan rijzen dat zich zodanige omstandigheden hebben voorgedaan. Tot een nadere motivering was het Hof niet gehouden.

Het middel faalt.

Lees hier de volledige uitspraak. 

Print Friendly and PDF