Oplichting door directievoorzitter verzekeringsmaatschappij

Rechtbank Noord-Nederland 27 november 2017, ECLI:NL:RBNNE:2017:4540

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het meermalen plegen van oplichting waardoor hij een groot geldbedrag afhandig heeft gemaakt van de verzekeringsmaatschappij waarvan hij destijds directievoorzitter was. 

Uit het opgemaakte reclasseringsrapport en de verklaring van verdachte ter terechtzitting, blijkt dat verdachte zich destijds diep ongelukkig voelde en dat er financiële problemen speelden doordat verdachte dubbele lasten moest dragen van hypotheken die rustten op twee huizen. Naar eigen zeggen speelden deze factoren een rol bij het plegen van het delict. Verdachte heeft vrijwillig psychologische hulp gezocht om te proberen de achtergronden van het delict goed te doorzien.
 

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft primair betoogd dat verdachte moet worden vrijgesproken van het primair en subsidiair ten laste gelegde. Hij heeft met betrekking tot het primair ten laste gelegde feit aangevoerd dat niet bewezen kan worden dat door de handelwijze van verdachte sprake is van één van de ten laste gelegde oplichtingsmiddelen. Verdachte fiatteerde enkel een voorstel tot betaling. Het door hem gewijzigde rekeningnummer waarop de betaling diende te worden uitgekeerd kan geen oplichtingsmiddel zijn omdat er binnen het bedrijf niet werd gecontroleerd op het ingevoerde rekeningnummer. Hieruit vloeit voort dat niet kan worden bewezen dat het bedrijf is bewogen tot afgifte van het ten laste gelegde geldbedrag.

Met betrekking tot het subsidiair ten laste gelegde feit heeft de raadsman aangevoerd dat het invoeren van schade in het systeem niet behoorde tot de taken die verdachte in zijn functie van directievoorzitter uitvoerde. Dit blijkt ook niet uit het dossier. In die zin heeft verdachte niet gehandeld uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking, zoals ten laste gelegd.
 

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank overweegt als volgt.

Op grond van eventueel nader uit te werken bewijsmiddelen, waaronder de bekennende verklaring van verdachte, stelt de rechtbank vast dat verdachte in de ten laste gelegde periode meermalen in het administratiesysteem van verzekeringsmaatschappij [slachtoffer 1] afgeboekte schadebehandelingen heropende en vervolgens een nieuwe schade inboekte ten name van dezelfde begunstigde, doch met wijziging van het bankrekeningnummer van de begunstigde, te weten verdachtes eigen bankrekeningnummer. Verdachte controleerde en fiatteerde deze transactie vervolgens ook zelf in het systeem, waardoor tot uitkering werd overgegaan. Door zijn werkwijze heeft verdachte geldbedragen op zijn rekeningnummer ontvangen.

Anders dan de raadsman is de rechtbank van oordeel dat de handelwijze van verdachte als oplichting dient te worden gekwalificeerd. Door het invoeren van de informatie in het digitale administratiesysteem van het bedrijf zoals hiervoor omschreven, werden de door verdachte ingevoerde gegevens onterecht geregistreerd als een nieuw uit te keren schadebedrag. Het geldende controlesysteem waarbij een ander dan degene die de schaderegistratie invoerde, controleerde en fiatteerde, omzeilde verdachte doordat hij zelf over deze autorisaties beschikte. Door de door verdachte aangebrachte wijzigingen in het digitale administratiesysteem werd de verzekeringsmaatschappij bewogen tot afgifte van geld, waar dit zonder deze wijzigingen niet was gebeurd.

Ten aanzien van het benadelingsbedrag overweegt de rechtbank nog dat uit het dossier blijkt dat bij notariële akte van 4 december 2015 een schulderkenning is vastgelegd tussen verdachte en de verzekeringsmaatschappij ten bedrage van 561.622,85 euro. De rechtbank ziet in deze schulderkenning grond om het bewezen te verklaren bedrag te beperken tot dit bij notariële akte vastgelegde bedrag.

De rechtbank past de bewijsmiddelen toe zoals die zullen worden opgenomen in de eventueel later op te maken aanvulling van dit vonnis. Deze bewijsmiddelen bevatten de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden, waarbij ieder bewijsmiddel -ook in onderdelen- slechts gebruikt is voor het feit waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.
 

Bewezenverklaring

  • Oplichting
     

Strafoplegging

Taakstraf 240 uren en 6 maanden voorwaardelijke gevangenisstraf voor het meermalen plegen van oplichting. 

Lees hier de volledige uitspraak.

 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF