Openbaar ministerie maakt ernstige inbreuk op de beginselen van een behoorlijke procesorde, wegens het niet toevoegen van een ontlastende getuigenverklaring aan het dossier

Rechtbank Noord-Holland 28 mei 2014, ECLI:NL:RBNHO:2014:4924

Ter zitting is op verzoek van de verdediging een door de verdediging meegebrachte getuige gehoord. Volgens de onderbouwing van het verzoek om deze getuige te horen, zou de getuige het alibi van verdachte kunnen bevestigen. Uit het dossier komt niet naar voren dat deze getuige eerder door de politie is gehoord.

Tijdens het verhoor ter zitting verklaarde de getuige echter al direct dat hij wel eerder door de politie was verhoord en dat daarvan ook een schriftelijke verklaring was opgenomen. De officier van justitie deelde mee dat zij daarvan geen weet had en dat zij werd overvallen door deze mededeling. Zij heeft tijdens de zitting vervolgens telefonisch overleg gehad en daarna meegedeeld dat het juist was wat de getuige verklaarde. Korte tijd later heeft zij ter zitting het desbetreffende proces-verbaal van verhoor kunnen overleggen.

Uit dat proces-verbaal blijkt dat de getuige bij de politie een verklaring had afgelegd, waarin hij bevestigde dat verdachte in de nacht van het ten laste gelegde feit bij hem thuis was.

De rechtbank acht het niet eerder toevoegen van dit proces-verbaal aan het dossier een zeer ernstige fout. Het gaat hier immers om een de verdachte ontlastende verklaring. In het strafproces moet er vanwege de waarheidsvinding op vertrouwd kunnen worden dat niet alleen belastende processen-verbaal van opsporingsambtenaren in het dossier worden opgenomen, maar evenzeer ontlastende. Het dossier dient een juiste en volledige weergave te bevatten van de verrichte opsporingshandelingen.

Door dat in dit geval niet te doen, is een inbreuk gemaakt op de beginselen van een behoorlijke procesorde. De rechtbank heeft echter niet vastgesteld dat dit doelbewust is gebeurd. Ook is er – uiteindelijk – geen sprake van een grove veronachtzaming van de belangen van de verdachte aan diens recht op een eerlijke behandeling van zijn zaak. Het proces-verbaal van verhoor van de getuige is immers vóór de beslissing over de bewezenverklaring aan het dossier toegevoegd, terwijl de getuige ook ter zitting is gehoord.

De rechtbank laat het daarom bij de voorgaande vaststelling en stelt vast dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging.

Lees hier de volledige uitspraak.

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF