Ontvankelijkheid OM na niet voldoen aan één van de twee voorwaarden gekoppeld aan transactievoorstel

Gerechtshof Amsterdam 27 januari 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:570

De verdachte heeft op 24 februari 2015 ten aanzien van de zaak met parketnummer 15/700416-14 (straf en ontnemingszaak) een transactievoorstel aanvaard, waarbij strafvervolging achterwege zou worden gelaten indien de verdachte zou voldoen aan de volgende twee voorwaarden, te weten:

  • het verrichten van onbetaalde arbeid (taakstraf) gedurende 60 (zestig) uren, nader te bepalen door of namens het Ministerie van Veiligheid en Justitie en
  • betaling aan de Staat der Nederlanden van een geldsom van € 12.000,00 (zegge: twaalfduizend euro), ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, te voldoen in 48 maandelijkse termijnen van elk € 250,00 uiterlijk te betalen op de 1e van iedere maand.

Het hof is van oordeel dat de wijze waarop het voorstel is geformuleerd meebrengt dat strafvervolging alleen achterwege zou blijven indien aan beide voorwaarden werd voldaan.

Dit betekent dat indien de verdachte één van de voorwaarden niet zou vervullen, de officier van justitie de strafzaak, alsmede de ontnemingszaak (alsnog) ter zitting zou kunnen aanbrengen.

Het staat vast dat de verdachte weliswaar aan de voorwaarde tot het verrichten van onbetaalde arbeid heeft voldaan, maar aan de andere voorwaarde, tot het betalen van een geldsom ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, niet. Dit brengt mee dat nu niet aan beide voorwaarden is voldaan, voor het openbaar ministerie het vervolgingsrecht herleefde. Het openbaar ministerie is mitsdien ontvankelijk in de strafvervolging van de verdachte. Deze strafvervolging behelst zowel de strafzaak als de ontnemingszaak nu deze deel uitmaken van één vervolging, waarbij de ontnemingszaak een sequeel is van de strafzaak.

Het verweer wordt verworpen.

 

Lees hier de volledige uitspraak.

 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF