Ontnemingsvordering van ruim vijf miljoen toegewezen na veroordeling wegens oplichting. Afwijzing draagkrachtverweer.

Rechtbank Gelderland 5 februari 2016, ECLI:NL:RBGEL:2016:629 De rechtbank heeft de man vorig jaar veroordeeld voor onder meer oplichting van meerdere personen en rechtspersonen door hen niet-bestaande vorderingenportefeuilles te verkopen. Het Openbaar Ministerie vorderde daarom een bedrag van € 5.126.665,- van de man in verband met het voordeel dat hij door die oplichting zou hebben gehad. De rechtbank acht bewezen dat de man door zijn handelen wederrechtelijk voordeel heeft gehad voor een bedrag van € 5.123.240,19 en heeft bepaald dat de man dit aan de Staat moet betalen.

De raadsman heeft primair afwijzing van de vordering bepleit. Subsidiair heeft de raadsman bepleit dat de vordering zal worden gematigd. De raadsman heeft zich beroepen op de Aanwijzing Afpakken, waarin staat dat een ontnemingsvordering niet wordt ingediend wanneer vaststaat dat de betrokken persoon geen draagkracht heeft en naar redelijke verwachting ook in de toekomst niet zal hebben. De raadsman heeft naar voren gebracht dat veroordeelde op leeftijd is en dat zijn naam besmet is. Bovendien heeft veroordeelde een ernstige ziekte, waarvan het toekomstbeeld niet rooskleurig is. Volgens de raadsman is er geen draagkracht en valt ook niet te verwachten dat veroordeelde dat in de toekomst wel zal hebben.

Ten aanzien van de vordering heeft de raadsman naar voren gebracht dat geen rekening is gehouden met de door de rechtbank toegekende vorderingen van de benadeelde partijen. Verder is veroordeelde niet bevoordeeld door het bedrag dat de benadeelde partij 1 aan hem heeft betaald nu veroordeelde dat geld heeft gebruikt om een schuld van zijn vennootschap te voldoen. Niet veroordeelde maar de vennootschap heeft dus voordeel genoten. De oplichting van benadeelde 2 is niet bewezen verklaard, aldus de raadsman. Dat bedrag dient daarom op de vordering in mindering te worden gebracht.

De rechtbank houdt geen rekening met de vorderingen van de benadeelde partijen die in de hoofdzaak zijn toegewezen nu het vonnis niet onherroepelijk is.

Het verweer van de raadsman dat veroordeelde niet is bevoordeeld door het bedrag dat hij van benadeelde 1 ontving omdat dit bedrag is aangewend voor de betaling van een schuld van de vennootschap wordt verworpen. De rechtbank heeft bewezen geacht dat veroordeelde door zijn handelen benadeelde 1 ertoe heeft bewogen geld naar hem over te maken voor de aankoop van vorderingenportefeuilles. Niet wordt betwist dat benadeelde 1 een bedrag van € 565.000,- heeft betaald aan veroordeelde en geen betalingen van veroordeelde heeft ontvangen. Hieruit volgt dat veroordeelde wederrechtelijk voordeel heeft verkregen van het door benadeelde 1 betaalde geld. Hoe veroordeelde dat geld vervolgens heeft besteed staat daar los van en doet niet af aan het feit dat het geld wederrechtelijk is verkregen.

De raadsman heeft een draagkrachtverweer gevoerd. Hij heeft aangevoerd dat veroordeelde gelet op zijn leeftijd en zijn besmette naam waarschijnlijk niet meer aan werk zal kunnen komen. Bovendien heeft veroordeelde een ernstige ziekte, waarvan het toekomstbeeld niet rooskleurig is. Volgens de raadsman is er geen draagkracht en valt ook niet te verwachten dat veroordeelde dat in de toekomst wel zal hebben.

De rechtbank overweegt dat een draagkrachtverweer, zoals door veroordeelde is gedaan, alleen dan met vrucht aan de orde kan worden gesteld in het ontnemingsgeding, indien aanstonds duidelijk is dat veroordeelde tegen wie de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel gericht is, nu en in de toekomst geen draagkracht heeft of zal hebben. Naar het oordeel van de rechtbank is onvoldoende onderbouwd dat van die situatie hier sprake is. De rechtbank neemt hierbij mede in aanmerking dat onvoldoende inzicht is in het vermogen van veroordeelde mede gelet op zijn investeringen in de villa in Thailand. Dat deze villa niet op zijn naam staat maakt dit niet anders. De rechtbank verwerpt daarom het draagkrachtverweer.

Lees hier de volledige uitspraak.

 

Print Friendly and PDF