Ongeval met motor door nalatig onderhoud door motorzaak: is het ongeval aan de schuld van verdachte (motorzaak) te wijten?

Rechtbank Amsterdam 5 september 2013, ECLI:NL:RBAMS:2013:5517

Vast staat dat door gebrekkig onderhoud aan de motorfiets waarop het echtpaar D op 12 juni 2011 reed, zij met die motorfiets ten val zijn gekomen en ieder ernstig letsel hebben opgelopen. Eveneens staat vast dat verdachte het onderhoud heeft uitgevoerd.

Tevens staat vast, de verdediging betwist dit niet en dit volgt uit het technisch onderzoek dat door de politie en door het NFI is verricht, dat het gebrekkig onderhoud hieruit bestond dat de lagers van het verbindingsstuk van de motorfiets niet op de daarvoor door de fabrikant genoemde momenten inwendig zijn gesmeerd.

Volgens de officier van justitie is dit een nalatigheid die aan verdachte moet worden verweten, zodat bewezen kan worden verklaard dat aan de schuld van verdachte het ongeluk is te wijten. De verdediging bestrijdt dit, en beroept zich daarvoor op de omstandigheid dat uit de instructies van de fabrikant niet viel op te maken dat niet met uitwendig smeren op de plaatsen waar de trekstangen met het verbindingsstuk zijn verbonden, kon worden volstaan.

Ter gelegenheid van de beraadslagingen van de rechtbank is gebleken dat het ter terechtzitting gesloten onderzoek onvolledig is geweest.

Bij de beantwoording van de vraag of verdachte blaam treft, dient als maatstaf te worden genomen wat in dezen van een redelijk bekwaam en redelijk handelend onderhoudsmonteur mocht worden verwacht.

De rechtbank beschikt zelf niet over de benodigde technische kennis om zich hierover zelfstandig een oordeel te vormen. De rechtbank zal daarom de rechter-commissaris verzoeken om een deskundige te benoemen. Aan de deskundige dient in ieder geval de volgende vraag te worden voorgelegd: Heeft verdachte door het verbindingsstuk van de Yamaha FJR 1300 alleen uitwendig te smeren en de lagers van dit verbindingsstuk niet inwendig te smeren gehandeld zoals van een redelijk bekwaam en redelijk handelend onderhoudsmonteur in de periode van 13 juli 2006 (de datum van de aankoop van de motorfiets) tot 12 juni 2011 (de datum van het ongeval) mocht worden verwacht.

Alvorens een deskundige wordt benoemd, dienen nog enkele essentiële aanvullende stukken aan het dossier te worden toegevoegd.

In het NFI-rapport van 12 juni 2012 wordt verwezen naar onderhoudsinstructies in de handleiding van Yamaha van oktober 2009 en in de werkplaatshandboeken van Yamaha van 2001 en 2006. Deze stukken bevinden zich niet in het dossier. De rechtbank zal de officier van justitie opdragen deze stukken aan het dossier toe te voegen. De rechtbank zal de officier van justitie daarnaast opdragen de politie bij Yamaha (bij de verantwoordelijke persoon ten aanzien van het onderhoud aan de Yamaha FJR 1300) na te laten vragen wanneer deze instructies in werking (en voor zover van toepassing: uit werking) zijn getreden. Voorts dient te worden nagevraagd of Yamaha in de periode 2001 tot 12 juni 2011 aanvullende instructies aan dealers en meer specifiek aan verdachte heeft doen uitgaan met betrekking tot het onderhoud aan het verbindingsstuk van de Yamaha FJR 1300 en zo ja, na te laten vragen wat deze instructies inhielden en wanneer deze gegeven zijn. De bevindingen dienen te worden vastgelegd in een proces-verbaal en eventuele aanvullende schriftelijke instructies dienen te worden aangehecht.

De officier van justitie stelt dat binnen de motorwereld bekend was dat de lagers van het verbindingsstuk intern gesmeerd moesten worden. Zij verwijst daartoe naar het proces-verbaal van Technisch Onderzoek van de politie van 20 juli 2011 en bijlage 1-4 bij dit proces-verbaal. Verbalisant F schrijft in dit proces-verbaal dat hij een aantal sites op internet heeft geraadpleegd waarbij onder andere door de Yamaha Club gewezen wordt op het vast gaan zitten van het verbindingsstuk en dat er tevens een site is waarop omschreven wordt hoe dit verbindingsstuk gesmeerd moet worden. Van die laatste site is een uitdraai als bijlage 1-4 bijgevoegd. Uit het proces-verbaal van de politie en bijlage 1-4 blijkt echter niet op welke internetsites deze informatie is gevonden, van welke data de berichten zijn en wat de achtergrond/status/bekendheid van de internetsites is waarop de berichten staan. De rechtbank zal de officier van justitie daarom bevelen hiervan een aanvullend proces-verbaal door de politie op te laten opmaken. In het proces-verbaal dient ook te worden toegelicht wat de aard en status van de organisatie “Yamaha club” is. Uitdraaien van de tekst van de berichten op de betreffende internetsites dienen aan het proces-verbaal te worden gehecht.

De rechtbank heropent en schorst het onderzoek ter terechtzitting voor onbepaalde tijd op grond van het voorgaande.

De officier van justitie wordt opgedragen de volgende stukken aan het dossier toe te voegen, alle betrekking hebbende op de Yamaha FJR 1300:

  • Handleiding Yamaha, versie oktober 2009
  • Werkplaatshandboek Yamaha, versie januari 2001
  • Werkplaatshandboek Yamaha, versie januari 2006

Ook dient de OvJ

  • de politie op te dragen bij Yamaha (bij de verantwoordelijke persoon ten aanzien van het onderhoud aan de Yamaha FJR 1300) na te laten vragen of Yamaha in de periode 2001 tot 12 juni 2011 aanvullende instructies aan dealers en meer specifiek aan verdachte heeft doen uitgaan met betrekking tot het onderhoud aan het verbindingsstuk van de Yamaha FJR 1300 en zo ja, na te laten vragen wat deze instructies inhielden. De bevindingen dienen te worden vastgelegd in een proces-verbaal en eventuele aanvullende schriftelijke instructies dienen te worden aangehecht.
  • een aanvullend proces-verbaal door de politie te laten opmaken met een overzicht van de internetsites waarop voorafgaand aan het ongeval van 12 juni 2011 werd bericht over het vast gaan zitten van het verbindingsstuk van de Yamaha FJR 1300 en/of het smeren van het verbindingsstuk van de Yamaha FJR 1300, de data van de berichten op deze internetsites en de achtergrond/status/bekendheid van de internetsites waarop deze berichten staan binnen de motorwereld. In het proces-verbaal dient tevens te worden toegelicht wat de aard en status van de organisatie “Yamaha club” is. Uitdraaien van de berichten op de betreffende sites dienen aan het proces-verbaal te worden gehecht.

Vervolgens dient het dossier met de aanvullende stukken in handen te worden gesteld van de rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken in deze rechtbank, teneinde na overleg met de verdediging en de officier van justitie een deskundige (of indien partijen dit wensen: twee deskundigen) te benoemen. Aan de deskundige of deskundigen dient in ieder geval de volgende vraag te worden voorgelegd:

  • Heeft verdachte, door de verbindingspunten van het verbindingsstuk van de Yamaha FJR 1300 met de trekstangen alleen uitwendig te smeren en de lagers van dit verbindingsstuk niet inwendig te smeren, gehandeld zoals van een redelijk bekwaam en redelijk handelend onderhoudsmonteur in de periode van 13 juli 2006 (de datum van de aankoop van de motorfiets) tot 12 juni 2011 (de datum van het ongeval) mocht worden verwacht? U wordt verzocht daarbij rekening te houden met de inhoud van de instructies die Yamaha aan de dealers en meer specifiek verdachte heeft gegeven ten aanzien van de Yamaha FJR 1300 (in de handleiding, het werkplaatshandboek en eventuele aanvullende instructies) en rekening te houden met alle andere algemeen toegankelijke informatie (waaronder begrepen informatie op internet) waarvan een Yamaha dealer naar uw mening redelijkerwijs op de hoogte behoort te zijn.

De deskundige wordt verzocht in zijn rapport zijn antwoord zo veel mogelijk te motiveren.

Lees hier de volledige uitspraak.

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF