Onderzoeksjournalist veroordeeld voor valsheid in geschrift

Een onderzoeksjournalist en zijn medewerker zijn door het Gerechtshof Den Haag op 4 maart 2014 veroordeeld voor het vervalsen van een KLM-personeelspas. Het delict vond plaats in de periode van 12 december 2008 tot en met 4 januari 2009. Het Haagse hof heeft beide verdachten een voorwaardelijke geldboete van 1000 euro opgelegd.

De strafzaken vinden hun oorsprong in een tweetal uitzendingen van het programma ‘Undercover in Nederland’. De afleveringen zijn op 28 december 2008 en 4 januari 2009 uitgezonden. In de uitzending van 28 december 2008 is vertoond dat de onderzoeksjournalist meewerkte aan het namaken van een KLM-personeelspas, voorzien van een foto van zichzelf. Dit gebeurde aan de hand van een KLM-personeelspas van een personeelslid van KLM. Met de uitzendingen beoogde de journalist aan de kaak te stellen de in zijn ogen tekortschietende beveiliging van het bedrijventerrein Schiphol-Oost op welk terrein vliegtuigen zijn ondergebracht, waaronder het regeringsvliegtuig.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachten worden veroordeeld tot een geldboete van 1000 euro waarvan 500 euro voorwaardelijk.

Het Gerechtshof Den Haag heeft geoordeeld dat de onderzoeksjournalist en zijn medewerker alternatieve en minder vergaande mogelijkheden hadden dan het plegen van het hun verweten strafbaar feit om de in de visie van de journalist gebrekkige beveiliging van Schiphol-Oost aan de kaak te stellen. Het hof wijst hierbij op de door observatie geconstateerde gebrekkige controle aan de hoofdingang van de toegangspassen en de voertuigen. Daardoor was het voor de journalist mogelijk gebleken het terrein in de achterbak van een auto te betreden. Daarnaast kon het aangetoond worden door de aan hem ter beschikking gestelde filmopname van het (interieur van het) onbewaakte regeringsvliegtuig.

De zaken tegen de onderzoeksjournalist en de medeverdachte waren vorig jaar verwezen door de Hoge Raad naar het Gerechtshof Den Haag, nadat het gerechtshof Amsterdam de verdachten voor dit feit had ontslagen van alle rechtsvervolging door het beroep op de journalistieke vrijheid van meningsuiting (art. 10 EVRM) te honoreren. Daarmee was het Gerechtshof Amsterdam tot een ander oordeel gekomen dan de Rechtbank Amsterdam die de verdachten had veroordeeld tot een geldboete.

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF