Onbevoegdheid hulpofficier hoeft niet tot vrijspraak te leiden

Het optreden van een onbevoegde hulpofficier van justitie hoeft niet tot vrijspraak te leiden. Dat heeft de Hoge Raad vandaag geoordeeld. Het hof Den Bosch sprak eerder verdachten vrij vanwege het optreden van een onbevoegde hulpofficier van justitie. Volgens het hof moest dit vormverzuim tot uitsluiting van het daardoor verkregen bewijs leiden. Volgens de Hoge Raad is dat oordeel onvoldoende gemotiveerd. Het hof heeft niet onderzocht of de verdachten hiervan nadeel hebben ondervonden. Ook bij het bepalen van de ernst van het verzuim heeft het hof niet alle relevante omstandigheden meegewogen. Zo had het hof moeten onderzoeken of een wel bevoegde hulpofficier op dezelfde wijze zou hebben gehandeld.

In deze zaak gaf een hulpofficier van justitie een machtiging aan politieagenten voor het doorzoeken van de woning van verdachten die werden verdacht van het hebben van een hennepkwekerij. De agenten troffen in de woning het bewijs van een hennepkwekerij aan. Deze hulpofficier had op dat moment geen certificaat voor het uitoefenen van zijn functie want hij was niet geslaagd voor zijn examen voor verlenging van zijn certificaat. Daarom was hij onbevoegd om zo’n machtiging af te geven en dat levert een onherstelbaar vormverzuim op. Volgens het hof mocht het gevonden bewijsmateriaal vanwege dit verzuim niet gebruikt worden en moesten de verdachten bij gebrek aan bewijs worden vrijgesproken.

De Hoge Raad geeft nadere algemene regels wanneer een onherstelbaar vormverzuim tot uitsluiting van het daardoor verkregen bewijsmateriaal leidt. Dat is bijvoorbeeld het geval wanneer het recht op een eerlijk proces (art 6 EHRM) is geschonden of wanneer een zeer ernstige inbreuk wordt gemaakt op een grondrecht van een verdachte. Daarvan is bij dit optreden van de onbevoegde hulpofficier geen sprake.

Bewijsuitsluiting kan in uitzonderingsgevallen ook aan de orde komen wanneer er sprake is van structureel vormverzuim waarbij autoriteiten zich onvoldoende inspannen om dit vormverzuim te voorkomen. Daarover is in deze zaak niets vastgesteld.

De Hoge Raad vernietigt de uitspraak van het hof Den Bosch (LJN BR2522) en het hof moet de zaak opnieuw behandelen en afdoen.

 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF