OM-cassatie. Slagende klacht over grondslagverlating tll. Artt. 6 en 5 WVW.

Hoge Raad 4 september 2012, LJN BX4293

Feiten
Het hof heeft verdachte vrijgesproken van het hem tenlastegelegde. Daarbij overweegt het hof dat verdachte niet in strijd heeft gehandeld met het primair ten laste gelegde art. 6 en het subsidiair ten laste gelegde art. 5 Wegenverkeerswet, omdat het op grond van de inhoud van het dossier aannemelijk is dat er van een ‘busstrook’ geen sprake was. Daarom kan niet bewezen worden verklaard dat verdachte op of in de richting van een busstrook heeft gereden. De ‘busstrook’ – in de keten van beschreven handelingen – vormt een essentieel onderdeel van de tenlastelegging. Weglating van de term is niet mogelijk.

Het middel

Het middel klaagt dat het hof bij zijn vrijspraak de grondslag van de tenlastelegging heeft verlaten, doordat het hof het onderdeel ‘busstrook’ als essentieel onderdeel van de tenlastelegging achtte en vervolgens dit niet bewezen heeft verklaard.

Oordeel HR

De tenlastelegging ziet op de artikelen 6 resp. 5 WvW, welke behelsen het verwijt dat de bestuurder van een motorrijtuig zich zodanig heeft gedragen dat het aan zijn schuld te wijten is dat er een verkeersongeval heeft plaatsgevonden dan wel dat hij gevaar op de weg heeft veroorzaakt. Het in de tenlastelegging opgenomen ‘richting en/of over de busstrook’ is aan te merken als een bijkomstige omstandigheid die uit de tenlastelegging kan worden losgemaakt zonder de betekenis daarvan te veranderen. Het hof heeft de grondslag van de tenlastelegging verlaten en verdachte vrijgesproken van iets anders.

Het middel is gegrond.

Conclusie AG Knigge

De feitelijke uitleg van de term ‘busstrook’ is voorstelbaar, maar de uitleg moet binnen de grenzen blijven van de aan de feitenrechter toekomende ruimte om de tenlastelegging naar eigen inzicht te interpreteren. De vraag is of de term ‘busstrook’ een essentieel onderdeel vormt van de tenlastelegging. In de optiek van de AG is dit een niet relevante ‘bijkomstige specificatie’.

Het hof is kennelijk van oordeel dat het alleen delen mocht weglaten in de tenlastelegging, waardoor vrijspraak moest volgen. Het hof had een hele feitelijke toedracht waarin de ‘busstrook’ naar voren kwam, kunnen wegstrepen. Ten tweede moet de rechter oordelen op grondslag van de tenlastelegging. De rechter is niet bevoegd om iets anders bewezen te verklaren dan de inhoud in de tenlastelegging. Daarbij is de rechter gebonden aan de inhoud en niet aan de tekst. Het hof had daarom de term ‘busstrook’ eenvoudig kunnen vervangen door het woord rijbaan, waardoor het verschil met de tenlastelegging minimaal blijft.

Het middel is terecht voorgesteld.

Door Annoeska Rubbens
Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF