NN-verdachte?

Hoge Raad 8 oktober 2013, ECLI:NL:PHR:2013:888

Feiten

Bij arrest van 18 november 2011 is de verdachte door het Gerechtshof Amsterdam niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep van een vonnis van de rechtbank te Amsterdam wegens het als ongewenst vreemdeling in Nederland verblijven.

Namens de verdachte heeft mr F. Van Baarlen, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgedragen.

Middel

Het middel bevat de klacht dat het Hof de niet-ontvankelijkverklaring ten onrechte heeft uitgesproken, onder meer door van de verdachte te eisen dat hij bij het gebruik maken van de appélbevoegdheid andere persoonsgegevens opgeeft dan gedurende de gehele strafprocedure door alle instanties zijn gebruikt.

AG Jörg

Terecht heeft het Hof tot uitgangspunt genomen dat geen rechtsmiddel kan worden aangewend door iemand die op andere wijze dan bij name aangeduid, dan onder bekendmaking van zijn persoonsgegevens (HR 12 december 2006, LJN AZ3287, NJ 2007/13). Echter, dit geval doet zich hier niet voor nu het hoger beroep niet is ingesteld tegen een vonnis waarin de verdachte op andere wijze dan bij name is aangeduid. Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen het vonnis dat is gewezen ten laste van een persoon die zich verdachte noemt. Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de raadsvrouwe verklaard dat de verdachte veroordeeld is onder de naam verdachte.

De situatie dat iemand zich van verschillende namen bedient – al dan niet als alias – is, als ik het goed zie, geen bezwaar gebleken om die persoon te berechten. Het verdedigingsrecht lijkt mij in de weg te staan aan een weigering van de rechter om iemand in appél te ontvangen, omtrent wie geen twijfel bestaat dat hij dezelfde persoon is die in eerste aanleg is berecht. Dat er twijfel bestaat of de door de verdachte gebruikte naam wel de naam is waaronder hij na zijn geboorte in de registers van enige burgerlijke stand of in een register met een vergelijkbare functie is ingeschreven behoeft zeker niet in te houden dat die persoon niet te identificeren valt. Niet zelden zijn mensen algemeen bekend onder een andere naam dat de oorspronkelijke. Daarin onderscheidt dit geval zich van de NN-rechtspraak: wie in eerste aanleg als anonymus terecht heeft gestaan kan dat spelletje niet voortzetten door in de appélakte een fake-naam (zoals Jan Jansen of Piet Pietersen) aan te nemen. Kortom, de enkele omstandigheid dat iemand zich zowel in eerste als tweede aanleg van een andere naam dan zijn burgerlijke stand-naam bedient leidt niet zonder meer tot de niet-ontvankelijkheid van het ingestelde beroep. Daarvoor is aanleiding als er meer dan gerede twijfel is of de persoon die in appél wordt berecht wel dezelfde is als die welke in eerste aanleg terecht stond.

Beoordeling Hoge Raad

De Hoge Raad herhaalt ECLI:NL:HR:2007:AZ6694.

In casu is het vonnis op naam gesteld van X, is het hoger beroep ingesteld namens X en heeft de gemachtigde raadsvrouwe ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat haar cliënt de persoon is ten wiens laste het vonnis is gewezen

HR: Anders dan het Hof heeft geoordeeld doet zich hier niet het geval voor dat het hoger beroep is ingesteld tegen een vonnis waarin de verdachte op andere wijze dan bij naam is aangeduid. De enkele omstandigheid dat verdachte in werkelijkheid anders is genaamd leidt niet zonder meer tot de niet-ontvankelijkheid van het ingestelde hoger beroep.

Lees hier de volledige uitspraak.

Print Friendly and PDF