Media-aandacht, strafrechtelijke aansprakelijkheid en artikel 8 EVRM

In hoeverre kan de strafrechter bij de strafoplegging rekening houden met massale media-aandacht voor de strafzaak? Deze vraag staat centraal in een belangwekkendarrest van de strafkamer van de Hoge Raad van 13 oktober jongstleden. De uitspraak is gewezen tegen de hoofdverdachte uit de geruchtmakende zaak van de zogenoemde ‘Eindhovense kopschoppers’. De Hoge Raad beantwoordt onder meer de vraag hoe de feitenrechter moet omgaan met inbreuken op de privacy die zijn opgetreden tijdens het voorbereidend onderzoek door massale media-aandacht voor de zaak. Meer specifiek gaat het over privacy-inbreuken ten gevolge van de openbaarmaking door het Openbaar Ministerie van privacy-gerelateerd beeldmateriaal ten behoeve van de opsporing.  

Lees verder:

 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF