'Medeplegen bij bewuste en nauwe samenwerking zonder gezamenlijke uitvoering'

De afgelopen jaren is gebleken dat de feitenrechter worstelt met het fundament van het medeplegen; de bewuste en nauwe samenwerking. Een snelle zoekslag op Rechtspraak.nl leert dat tal van samenvattingen van arresten van de Hoge Raad de zin ‘Slagende bewijsklacht medeplegen’ bevatten. Door commentatoren werd wel gesteld dat dit fenomeen diende te worden gezien binnen een bredere context van de strengere lijn die de Hoge Raad zou hanteren op materieelrechtelijke issues.  In een recente annotatie stelt Mevis de (terechte) vraag of dit (in ieder geval voor wat het medeplegen betreft) wel inderdaad het geval is.

Of het relatief grote aantal gecasseerde beslissingen nu schuilt in een strengere lijn of simpelweg in te gemakkelijk getrokken bewijsconclusies, feit blijft dat de feitenrechter worstelt met het medeplegen, meer bepaald met het vereiste van bewuste en nauwe samenwerking. Dit artikel richt zich op een specifieke vorm van medeplegen die in de rechtspraktijk voor de nodige moeilijkheden zorgt: het medeplegen dat in de kern niet bestaat uit een gezamenlijke uitvoering, maar uit gedragingen die met medeplichtigheid in verband plegen te worden gebracht, zoals bijvoorbeeld het verstrekken van inlichtingen, op de uitkijk staan, helpen bij de vlucht etc. Het is deze vorm van medeplegen die centraal stond in de casus die leidde tot het arrest van 16 december 2014, waarin de Hoge Raad het nodig vond enige nadere aandachtspunten te formuleren met betrekking tot de vraag wanneer kan worden gesproken van medeplegen (in plaats van – dikwijls – slechts medeplichtigheid).

Lees verder:

 

Print Friendly and PDF