Kan ook de secretaresse van een advocaat een aanhoudingsverzoek doen?

Hoge Raad 31 januari 2017, ECLI:NL:HR:2017:118

De Politierechter in de Rechtbank Rotterdam heeft de verdachte ter zake van wederspannigheid en bedreiging met openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen bij verstek veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee weken. Tegen dat vonnis heeft de verdachte hoger beroep ingesteld.

De verdachte en zijn advocaat zijn ter zitting in hoger beroep niet verschenen. De secretaresse van de advocaat wordt gebeld, en die laat weten dat de zitting verkeerd is genoteerd in de agenda. Tevens verzoekt de secretaresse om aanhouding van de zaak. 

Het Hof heeft de verdachte op de voet van art. 416, tweede lid, Sv niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep op de grond dat de verdachte geen schriftelijke of mondelinge bezwaren heeft opgegeven tegen het vonnis en het Hof ook zelf geen redenen heeft gezien voor een inhoudelijke behandeling van de zaak.

Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep houdt, voor zover voor de beoordeling van het middel van belang, het volgende in:

"De verdachte, gedagvaard als: (...)
is niet ter terechtzitting verschenen.
De raadsvrouw van de verdachte, mr. S. Raza, advocate te Rotterdam, is evenmin ter terechtzitting verschenen.
De griffier neemt telefonisch contact op het met het advocatenkantoor van mr. Raza. De secretaresse van mr. Raza deelt desgevraagd mede dat de datum van de terechtzitting verkeerd is genoteerd in de agenda en dat mr. Raza heden elders zitting heeft. De secretaresse verzoekt de zaak aan te houden voor onbepaalde tijd."

Blijkens het proces-verbaal is verstek verleend tegen de niet verschenen verdachte, heeft het onderzoek ter terechtzitting plaatsgevonden en is het gesloten. Onmiddellijk na de sluiting van het onderzoek is het arrest uitgesproken.
 

Middel

Het middel klaagt onder meer dat het Hof heeft verzuimd gemotiveerd te beslissen op een verzoek tot aanhouding van de behandeling van de zaak.
 

Beoordeling Hoge Raad

Klaarblijkelijk heeft het Hof met het oog op het belang van het recht van de verdachte op verdediging in de onverklaarde afwezigheid van de raadsvrouwe aanleiding gevonden door de griffier te laten onderzoeken of zij op de hoogte was van dag en tijdstip van de terechtzitting in hoger beroep en is in dat kader door de secretaresse van de raadsvrouwe de reden voor het niet-verschijnen medegedeeld met daaraan gekoppeld het verzoek de zaak voor onbepaalde tijd aan te houden.

Uit de omstandigheid dat tegen de niet verschenen verdachte verstek is verleend en met de behandeling van de zaak is voortgegaan, moet worden afgeleid dat het Hof het verzoek tot aanhouding van de behandeling heeft afgewezen. Met het oog op voormeld belang van het recht op verdediging en gelet op hetgeen hiervoor is weergegeven, had het Hof die afwijzing met redenen behoren te omkleden. Voor zover het middel klaagt over het ontbreken van die motivering, is het gegrond.


Lees hier de volledige uitspraak.

 

 

Print Friendly and PDF