Kan in de strafmotivering voor een eerdere veroordeling worden verwezen naar een strafbeschikking? 

Hoge Raad 3 januari 2017, ECLI:NL:HR:2017:7

De verdachte is bij arrest van 13 oktober 2015 door het gerechtshof Amsterdam wegens overtreding van artikel 8, tweede lid, onderdeel a van de Wegenverkeerswet 1994 veroordeeld tot een geldboete van € 650 subsidiair 13 dagen hechtenis. Daarnaast heeft het hof de verdachte de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen voor de duur van 6 maanden ontzegd en de inbeslaggenomen personenauto verbeurdverklaard.

Het Hof heeft de strafoplegging als volgt gemotiveerd:

"Het hof heeft bij de strafoplegging in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het besturen van een personenauto onder invloed van alcoholhoudende drank. Het alcoholgehalte van zijn adem was ruim twee keer zo hoog als toegestaan, te weten 455 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht. Dit is een ernstig feit waarbij de verdachte zichzelf en de verkeersveiligheid in gevaar heeft gebracht. Daarnaast geeft de verdachte geen blijk van enig inzicht in de ernst van zijn handelen en de mogelijke gevolgen daarvan. De verdachte is blijkens een hem betreffend Uittreksel Justitiële Documentatie van 29 september 2015 eerder meermalen ter zake van rijden onder invloed veroordeeld. Dit alles rekent het hof de verdachte zwaar aan."

Het door het Hof genoemde Uittreksel Justitiële Documentatie houdt het volgende in:

"- Een strafbeschikking wegens rijden onder invloed gepleegd op 10 juni 2013. De verdachte is een geldboete van € 750 opgelegd (onherroepelijk: 25 oktober 2013).
- Een strafbeschikking wegens rijden onder invloed gepleegd op 15 januari 2014. De verdachte is een geldboete van € 500 opgelegd (onherroepelijk: 31 januari 2014).
- Een veroordeling door de politierechter Haarlem wegens rijden onder invloed gepleegd op 28 juni 2014 (onherroepelijk: 9 september 2014). De verdachte is een geldboete van € 600, subsidiair 12 dagen hechtenis, opgelegd. Voorts is hem voor de duur van 6 maanden de bevoegdheid ontzegd motorrijtuigen te besturen."
 

Middel

Het eerste middel klaagt dat de strafoplegging onbegrijpelijk is gemotiveerd, aangezien het hof in dit verband heeft overwogen dat de verdachte eerder meermalen ter zake van rijden onder invloed is veroordeeld, terwijl het uittreksel Justitiële Documentatie blijk geeft van één onherroepelijke veroordeling door een rechter voor een dergelijk feit, en de twee opgelegde strafbeschikkingen inzake rijden onder invloed niet zonder meer gelijk gesteld kunnen worden met een veroordeling (door een rechter).
 

Beoordeling Hoge Raad

Het middel berust kennelijk op de opvatting dat in het kader van de in art. 359, vijfde lid, Sv bedoelde redenen die de strafoplegging hebben bepaald, een onherroepelijke strafbeschikking niet kan worden gelijkgesteld met een onherroepelijke veroordeling door de strafrechter. Die opvatting is echter onjuist.

‘s Hofs vaststelling dat de verdachte blijkens een hem betreffend Uittreksel Justitiële Documentatie van 29 september 2015 eerder "meermalen ter zake van rijden onder invloed is veroordeeld", is niet onbegrijpelijk aangezien voormeld uittreksel te dier zake naast een onherroepelijke veroordeling door de Politierechter een tweetal onherroepelijke strafbeschikkingen vermeldt.

Het middel faalt.

Lees hier de volledige uitspraak.

 

Print Friendly and PDF