Justitiebegroting 2027 en de Rechtspraak: wat de minister honoreert en wat niet
/Op 15 september 2026 zijn het begrotingsvoorstel 2027 van de Raad voor de rechtspraak en de begroting van Justitie en Veiligheid aan de Tweede Kamer aangeboden. Op grond van de Wet op de rechterlijke organisatie dient de Raad zijn begrotingsvoorstel in bij de minister, die in de justitiebegroting meedeelt welke middelen hij beschikbaar stelt en een afwijking van het voorstel motiveert. De bekostiging is voor ongeveer 53 procent productiegerelateerd, op basis van het Prognosemodel Justitiële Ketens en, voor vreemdelingenzaken, de Meerjaren Productie Prognose, en voor ongeveer 42 procent een vaste bijdrage; de prijzen liggen vast in het prijsakkoord 2026-2028. De Raad vraagt een aanvullende bijdrage die oploopt van € 23,1 miljoen in 2026 naar € 88,8 miljoen vanaf 2031, vooral vanwege de vreemdelingenzaken. De minister honoreert de verhoging grotendeels, maar signaleert zelf dat de financiering bij belastingzaken achterblijft bij de instroomverwachting. Deze blog zet het voorstel van de Raad, de bijdrage van de minister en de beleidsmatige ontwikkelingen op een rij.
Wat de Raad vraagt
Het begrotingsvoorstel vraagt een bijdrage die oploopt van € 1.588,1 miljoen in 2026 naar € 1.659,2 miljoen in 2031, tegen de prijzen van de begroting 2026. Het grootste deel van de verhoging zit in de productiegerelateerde bijdrage. De Raad verklaart de toename doordat conform het regeerakkoord Schoof vanaf 2027 een verlaging van de vreemdelingenbijdrage was doorgevoerd, waardoor nu een hogere extra bijdrage nodig is om aan de geraamde capaciteitsbehoefte te voldoen. Daarnaast worden extra middelen geraamd voor het College van Beroep voor het bedrijfsleven, de Ondernemingskamer en de secretariaten van de commissies van toezicht.
De totale capaciteitsbehoefte stijgt volgens de prognoses van 2026 tot 2031 met ongeveer 60.000 zaken, van 1.560.746 naar 1.624.994. De prognose van strafzaken bij de rechtbanken ligt in 2026 drie en in 2027 vier procent boven de gefinancierde capaciteit 2026; bij de gerechtshoven achttien en dertien procent, omdat in de PMJ conform het prijsakkoord extra zaken zijn toegevoegd om de OM/ZM-werkwijze te financieren. De prognose van belastingzaken ligt juist acht en zes procent onder de gefinancierde capaciteit 2026, vooral door minder WOZ- en BPM-zaken dan verwacht. De prognose van vreemdelingenzaken ligt in 2026 en 2027 23 procent boven het gefinancierde aantal, omdat de Meerjaren Productie Prognose van augustus 2026 het EU-migratiepact van 12 juni 2026 en het plan van de minister van Asiel en Migratie om de voorraden bij de IND versneld op te pakken verwerkt; de Raad verwacht daardoor oplopende doorlooptijden en werkvoorraden.
Wat de minister toekent
De justitiebegroting stelt de bijdrage voor 2027 vast op € 1.666,4 miljoen, een mutatie van € 84,6 miljoen ten opzichte van de begroting 2026. In die mutatie zijn volgens de toelichting onder meer de loon- en prijsbijstelling en een verhoging vanwege vreemdelingenzaken verwerkt; voor die laatste post wordt € 23,2 miljoen in 2027, aflopend naar € 17,8 miljoen, overgeheveld uit de begroting van Asiel en Migratie, boven op € 28 miljoen structureel die al bij de Voorjaarsnota uit die begroting kwam. Omdat het voorstel van de Raad tegen het prijspeil van de begroting 2026 is opgesteld en de bijdrage van de minister de loon- en prijsbijstelling bevat, zijn beide reeksen niet één op één vergelijkbaar; de begroting geeft geen uitsplitsing die dat mogelijk maakt.
De minister vermeldt twee afwijkingen van het voorstel. De financiering bij belastingzaken blijft achter bij de instroomverwachting van de Rechtspraak, wat volgens de begroting tot hogere doorlooptijden kan leiden. En de ingediende begroting voor de secretariaten van de commissies van toezicht voor het gevangeniswezen is niet volledig gehonoreerd, terwijl de Raad schrijft dat het aantal klachten en grieven van gedetineerden sterk is gestegen en de bijdrage vanaf 2026 niet meer toereikend is. De gefinancierde productieaantallen in de justitiebegroting laten het verschil bij belastingzaken zien.
| Bijdrage aan de Rechtspraak, in miljoenen euro | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 |
|---|---|---|---|---|
| Productiegerelateerde bijdrage | 862,8 | 917,6 | 912,0 | 911,6 |
| Bijdrage vaste kosten | 675,3 | 667,5 | 667,5 | 662,9 |
| Megazaken | 34,5 | 34,5 | 34,5 | 34,5 |
| Bijzondere kamers | 19,4 | 18,5 | 18,5 | 18,5 |
| College van Beroep voor het bedrijfsleven | 14,0 | 14,0 | 11,9 | 11,9 |
| Tuchtrecht en commissies van toezicht | 11,6 | 11,9 | 11,6 | 11,6 |
| Totaal bijdrage (inclusief gerechtskosten) | 1.620,0 | 1.666,4 | 1.658,4 | 1.653,5 |
Bron: Begroting Justitie en Veiligheid 2027, tabel 82
Strafzaken, megazaken en bijzondere competenties
De gefinancierde productie voor strafzaken bedraagt in 2027 170.972 zaken bij de rechtbanken en 28.949 bij de gerechtshoven, naast 149.178 strafzaken bij de kantonrechter. Megazaken in het strafrecht worden apart bekostigd omdat de normale productgroepprijzen daarvoor niet passen; bij de rechtbanken wordt in 2027 uitgegaan van ongeveer 3.900 megazittingsuren en bij de gerechtshoven van ongeveer 2.300, waarvoor € 17,6 miljoen respectievelijk € 11,5 miljoen is opgenomen. Daarnaast € 1,8 miljoen voor internationale misdrijven bij het gerechtshof Den Haag, € 0,8 miljoen voor die zaken bij de rechtbank Den Haag en € 2 miljoen voor zaken van het Europees Openbaar Ministerie, de Passagiersinformatie-eenheid en de internationale rechtshulpkamer, die volgens de Raad in de opstartfase feitelijk alleen bij Amsterdam en Rotterdam worden aangebracht. Bij de bijzondere kamers verwacht de Raad een tekort van € 2,7 miljoen, onder meer door een nog niet gefinancierde bijdrage van € 0,8 miljoen voor het Adviescollege levenslanggestraften en extra kosten voor de Ondernemingskamer door de Wagevoe. De middelen voor Law Delta Zeeland worden via een kasschuif van 2028 en 2029 naar 2030 en 2031 verplaatst, omdat het Justitieel Complex Vlissingen naar verwachting pas in 2030 en de extra beveiligde zittingslocatie in Lelystad in 2031 wordt opgeleverd.
Doorlooptijden
De Raad rapporteert per rechtsgebied het percentage zaken dat in 2025 binnen de genormeerde doorlooptijd is uitgestroomd. Bij het strafrecht was dat 33 procent bij de rechtbanken en 23 procent bij de gerechtshoven; bij belastingzaken 19 en 18 procent; bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven 9 procent. De Raad schrijft dat het wegwerken van oudere voorraden tijdelijk tot langere doorlooptijden kan leiden en dat voldoende rechterlijke capaciteit een randvoorwaarde is voor het halen van de standaarden. In het begrotingsvoorstel is roosteren en plannen als apart thema opgenomen: een landelijke stuurgroep ondersteunt de gerechten vanaf 2026, met als doel binnen twee jaar meetbare verbeteringen in voorspelbaarheid en efficiëntie van de planning.
Nieuwe wetgeving, jurisprudentie en digitalisering
De Raad noemt voor 2026-2028 een aantal wetsvoorstellen en arresten met grote financiële gevolgen: het Migratiepact, de Wet versterking waarborgfunctie Algemene wet bestuursrecht en het arrest van de Hoge Raad over verschoningsrecht en filtering van gegevens. Het begrotingsvoorstel werkt de gevolgen van dat arrest niet uit. Het nieuwe Wetboek van Strafvordering treedt volgens de Raad op 1 april 2029 in werking; het programma heeft het programmaplan en de meerjarenbegroting daarop herschreven en de Rechtspraak zet alle activiteiten voor de invoering door. Op het gebied van digitalisering wordt de pijler digitale toegankelijkheid in 2027 grotendeels afgerond en verschuift de opgave naar digitaal werken binnen de gerechten. Begin 2026 is RechtspraakGPT geïmplementeerd, een generatieve AI-assistent voor tekstuele taken buiten het primaire proces; de Raad noemt als vragen voor de casuïstiek hoe om te gaan met door AI gegenereerde proces- en bewijsstukken en welk effect AI heeft op bewijsvoering en equality of arms. Voor investeringen in digitale systemen, digitale weerbaarheid en digitale zittingszalen vraagt de Raad € 35 miljoen uit de leenfaciliteit in 2026 en € 24 miljoen per jaar daarna.
Positie van de rechtspraak
De justitiebegroting kondigt aan dat de rechtspraak een aparte begroting krijgt; het kabinet verkent de vormgeving en informeert de Kamer over scenario's. Daarnaast bereidt het kabinet een wijziging van de benoemingsprocedure van leden van de Raad voor de rechtspraak voor, waarbij de benoeming onafhankelijk wordt van de minister; het wetsvoorstel gaat naar verwachting eind 2026 in consultatie. In het wetgevingsprogramma staan verder de wet inzake integere, onafhankelijke en onpartijdige rechtspraak (36243) bij de Eerste Kamer, een klokkenluidersregeling voor de rechtspraak in consultatie, een wettelijke regeling voor de publicatie van rechterlijke uitspraken in voorbereiding en een structurele voorziening voor het benoemen van rechters-plaatsvervangers in hun eenenzeventigste levensjaar. Het eigen vermogen van de Rechtspraak staat eind 2025 op € 15,8 miljoen na een storting van € 32,2 miljoen aan minderwerk in de egalisatierekening; voor 2026 wordt een nihilresultaat verwacht.
Afsluiting
Het begrotingsvoorstel van de Raad en de justitiebegroting worden dit najaar door de Tweede Kamer behandeld. De Raad heeft gevraagd om latere inschattingen van de Belastingdienst over het aantal zaken bij de afschaffing van de zorgkostenaftrek en de dividendbelasting alsnog te ontvangen, en stelt na vaststelling van de begroting begin 2027 zijn jaarplan 2027 op. De minister heeft twee afwijkingen van het voorstel benoemd, bij belastingzaken en bij de commissies van toezicht. Het wetsvoorstel over de benoeming van de Raad en de scenario's voor een aparte begroting volgen in de loop van het parlementaire jaar.
