Italiaanse cassatierechter vernietigt veroordeling van twee officieren van justitie in OPL 245-zaak
/De Italiaanse Corte di Cassazione, de hoogste rechter in strafzaken, heeft op 18 juni 2026 de officieren van justitie Fabio De Pasquale en Sergio Spadaro vrijgesproken. Beide magistraten waren verbonden aan het parket Milaan en voerden de vervolging in het corruptieproces tegen energieconcerns Eni en Shell over de verwerving van het Nigeriaanse olieveld OPL 245. Zij werden zelf vervolgd wegens rifiuto di atti d'ufficio, de weigering van een ambtshandeling, omdat zij volgens de aanklacht processtukken die gunstig waren voor de verdediging niet hadden ingebracht. In eerste aanleg en in hoger beroep volgde een veroordeling tot acht maanden voorwaardelijke gevangenisstraf. De cassatierechter heeft die veroordeling nu vernietigd met de vaststelling dat het ten laste gelegde feit zich niet heeft voorgedaan, waarmee de strafzaak tegen de twee officieren definitief is geëindigd.
De beslissing van de Corte di Cassazione
De zesde strafkamer van de Corte di Cassazione vernietigde de veroordeling zonder terugwijzing, de zogenoemde annullamento senza rinvio. Daarmee is geen nieuwe behandeling in feitelijke aanleg meer aan de orde en is de procedure afgesloten. De gekozen vrijspraakformule, perché il fatto non sussiste, houdt naar Italiaans recht in dat het verweten feit zich niet heeft voorgedaan. Volgens de berichtgeving van Reuters overwoog de Suprema Corte dat het strafbare feit niet bestaat. De schriftelijke motivering van de uitspraak was op het moment van de berichtgeving nog niet beschikbaar.
De aanklacht: rifiuto di atti d'ufficio
De vervolging berustte op artikel 328 van de Italiaanse Codice penale, dat de weigering of nalatigheid in een ambtshandeling strafbaar stelt met een gevangenisstraf van zes maanden tot twee jaar. De tenlastelegging verweet De Pasquale en Spadaro dat zij in het Milanese proces tegen Eni en Shell een aantal stukken niet hadden gedeponeerd die relevant zouden zijn voor de beoordeling van de geloofwaardigheid van een centrale getuige, de voormalige Eni-manager Vincenzo Armanna. Het ging onder meer om WhatsApp-berichten uit 2019, chatgesprekken, een notitie en een video die was opgenomen door een voormalig extern advocaat van Eni. Het openbaar ministerie heeft naar Italiaans recht de plicht om tijdens het onderzoek ook ontlastend materiaal te vergaren en in te brengen. De kern van de strafzaak was de vraag of het niet-deponeren van deze stukken een bewuste weigering vormde dan wel binnen de beoordelingsruimte van het openbaar ministerie viel.
De gang door eerste aanleg en hoger beroep
De zaak tegen de twee magistraten werd behandeld door het gerecht in Brescia, dat naar Italiaans recht bevoegd is voor strafzaken tegen rechters en officieren van justitie uit het naburige Milaan. Het Tribunale di Brescia veroordeelde De Pasquale en Spadaro op 8 oktober 2024 tot acht maanden gevangenisstraf, voorwaardelijk. In de motivering van het vonnis overwoog het gerecht dat de officieren niet enkel een selectie van bewijsmateriaal hadden gemaakt, maar bewust uitsluitend die elementen hadden ingebracht die het beschuldigende beeld konden versterken, met weglating van tegengestelde aanwijzingen. De Corte d'Appello di Brescia bevestigde de veroordeling op 16 oktober 2025. In de appelmotivering, die meer dan honderddertig pagina's besloeg, spraken de rechters van een bewuste weigering en een nalaten van een verplichte en niet-uitstelbare handeling, en van een beheer langs een dubbel spoor. Daartegen stelden de twee magistraten beroep in cassatie in.
De achterliggende zaak Eni-Nigeria en OPL 245
Het proces waarin De Pasquale en Spadaro als officier van justitie optraden, betrof de verdenking van internationale corruptie rond de verwerving van het olieveld OPL 245 voor de Nigeriaanse kust, in een transactie met een waarde van ongeveer 1,3 miljard dollar. De vervolging ging uit van de hypothese dat een groot deel van de betaalde bedragen bestemd was voor steekpenningen aan Nigeriaanse functionarissen. In maart 2021 sprak de rechtbank in Milaan Eni, Shell en alle overige verdachten vrij; die uitspraak werd in hoger beroep bevestigd en werd in 2022 onherroepelijk. Het was de rechtbank in Milaan die in haar vrijsprekende uitspraak opmerkte dat de officieren een door een voormalig extern advocaat van Eni opgenomen video, die zij relevant achtte, niet bij de processtukken hadden gevoegd. Uit die constatering vloeide het afzonderlijke strafrechtelijke onderzoek tegen de twee magistraten voort, dat ongeveer vijf jaar geleden begon.
Standpunt van de procureur-generaal en de verdediging
De procureur-generaal bij de Corte di Cassazione, Cristina Marzagalli, vorderde eveneens vrijspraak. Volgens haar was er geen sprake van een weigering en was het optreden van de twee magistraten niet passief of nalatig geweest, maar actief, terwijl het voorwerp van de gestelde weigering zich niet bij de stukken bevond en geen norm het deponeren in die fase voorschreef. De verdediging, gevoerd door de advocaten Massimo Di Noia en Fabio Federico, reageerde na de uitspraak dat de beslissing recht doet na jaren van lijden. Spadaro had tijdens de behandeling in Brescia gesteld dat er geen weigering en geen nalaten was geweest en dat hij en zijn collega hadden gehandeld naar geweten en wet. De Pasquale is officier van justitie bij het parket Milaan; Spadaro is aanklager bij het Europees Openbaar Ministerie, de Procura europea (EPPO).
Afsluiting
Met de vernietiging zonder terugwijzing door de Corte di Cassazione is de strafzaak tegen De Pasquale en Spadaro definitief beëindigd. De cassatierechter koos de formule perché il fatto non sussiste, terwijl het gerecht in Brescia in eerste aanleg en in hoger beroep tot een veroordeling was gekomen wegens rifiuto di atti d'ufficio. De schriftelijke motivering van de uitspraak moet nog volgen. De onderliggende zaak Eni-Nigeria over de verwerving van OPL 245 was met de vrijspraak van Eni, Shell en de overige verdachten al in 2022 onherroepelijk geworden.
