HR herhaalt: in hoger beroep moet de uitspraak de bewijsmiddelen vermelden waaraan de schatting van het w.v.v. is ontleend met weergave van de inhoud daarvan

Hoge Raad 6 december 2016, ECLI:NL:HR:2016:2765

Het gerechtshof Amsterdam heeft bij arrest van 5 juni 2015 aan de betrokkene de verplichting opgelegd tot betaling van een bedrag van € 713.755,60 aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.

De bestreden uitspraak houdt omtrent de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel het volgende in:

"Het hof is van oordeel dat de veroordeelde wederrechtelijk voordeel, geschat op een bedrag van € 713.755,60, heeft verkregen door middel van of uit baten van de strafbare feiten ter zake waarvan hij bij arrest van 5 juni 2015 is veroordeeld.
Het hof overweegt, anders dan de advocaat-generaal, dat bij de bepaling van de hoogte van het wederrechtelijk verkregen voordeel bij feit 1 het bedrag van 30.000 van euro's dient te worden uitgegaan en niet van US dollars. Uit het dossier Bijlage X-6-1-3 blijkt namelijk dat het om een bedrag van € 30.000,00 gaat en niet zoals in eerste aanleg bewezen is verklaard een bedrag van $ 30.000,00.
Het hof komt tot de volgende berekening:
Zaak [betrokkene 2]:
€ 15.850,00 + € 30.000,00 = € 45.850,00
Zaak [betrokkene 3]:
€ 138.700,00
$ 554.350,00
Dit omvat de bedragen $ 349.350,00, $ 130.000,00 en $ 75.000,00. Deze bedragen zijn betaald op respectievelijk: 8 mei 2007, 22 juni 2007 en 13 september 2007. Bij de omrekening van dollars naar euro's hanteert het hof de wisselkoersen op de bijbehorende data. Dit leidt tot de volgende bedragen in euro's: € 257.669,18, € 96.719,29 en € 53.968,06.
totaal € 547.056,53
Zaak [betrokkene 4]:
€ 47.509,95
$ 7.617,00 Dit bedrag bestaat uit transacties van $ 2.317,00, $ 1.500,00, $ 2.500,00 en $ 1.300,00 gedaan op respectievelijk: 7 februari 2007, 1 maart 2007, 2 maart 2007 en 5 maart 2007. Bij de omrekening van dollars naar euro's hanteert het hof de wisselkoersen op de bijbehorende data. Dit leidt tot de volgende bedragen in euro's: € 1.784.11, € 1.134,22, € 1.899,27 en € 993,65.
totaal € 53.321.20
Zaak [betrokkene 5]:
AUD 4.804. Het hof stelt het bedrag van AUD 4.804 (conform p. 30 van het proces-verbaal witwassen) op € 2.641.
Het wederrechtelijk verkregen voordeel komt hiermee in totaal op € 648.868,73.
 
Vervolgprofijt
Het hof hanteert schattenderwijs, met de advocaat-generaal en niet betwist door de verdediging, als redelijke rentemaatstaf een percentage van 2% per jaar, hetgeen bezien over de gehele periode (van 5 jaren x 2% x € 648.868,73) neerkomt op een totaal bedrag - afgezien van rente over rente - van € 64.886,87, welk bedrag de veroordeelde aan rente heeft kunnen (doen) genereren dan wel aan rente heeft kunnen besparen (door geen geld te hoeven lenen).
Het totaalbedrag aan wederrechtelijk verkregen voordeel komt dan uit op € 713.755,60.
Het hof ontleent deze schatting aan de inhoud van de bewijsmiddelen."

De aanvulling op de verkorte uitspraak als bedoeld in art. 365a Sv houdt het volgende in:

"1. Bijlage X-6-1-3 van het dossier. Op dit betaaloverzicht is te zien dat het om een bedrag gaat van € 30.000,00 in plaats van $ 30.000,00.
De berekening komt hiermee op:
€ 15.850,00 + € 30.000,00 = € 45.850,00.
2. 2.1 Bijlage X 38 pagina 18 en 19 van het dossier
Transacties:
p. 18 € 37.009,95
p. 19 € 10.500,00
Bijlage X 38 pagina 12 van het dossier:
Transacties:
7 februari 2007 $ 2.317,00 omgerekend in euro's € 1.784,11
1 maart 2007 $ 1.500,00 omgerekend in euro's € 1.134,22
2 maart 2007 $ 2.500,00 omgerekend in euro's € 1.899,27
5 maart 2007 $ 1.300,00 omgerekend in euro's € 993,65."


Middel

Het middel klaagt dat de bestreden uitspraak niet de inhoud van de bewijsmiddelen bevat waaraan de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel is ontleend.


Beoordeling Hoge Raad

Bij de beoordeling van het middel dient te worden vooropgesteld dat krachtens art. 511f Sv de schatting van het op geld waardeerbare wederrechtelijk verkregen voordeel slechts kan worden ontleend aan wettige bewijsmiddelen.

Ingevolge art. 511e, eerste lid, Sv (in eerste aanleg) en art. 511g, tweede lid, Sv (in hoger beroep) is op de uitspraak op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel art. 359, derde lid, Sv van overeenkomstige toepassing.

Dat betekent dat die uitspraak de bewijsmiddelen moet vermelden waaraan de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel is ontleend met weergave van de inhoud daarvan, voor zover bevattende de voor die schatting redengevende feiten en omstandigheden. (Vgl. HR 26 maart 2013, ECLI:NL:HR:2013:BV9087, NJ 2013/544.)

De bestreden uitspraak bevat geen toereikende vermelding van de bewijsmiddelen waaraan de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel is ontleend, met weergave van de inhoud daarvan, voor zover bevattende voor de schatting redengevende feiten en omstandigheden. Gelet op hetgeen hiervoor is vooropgesteld, is de bestreden uitspraak in zoverre ontoereikend gemotiveerd.

Het middel slaagt.



Lees hier de volledige uitspraak. 
 

Print Friendly and PDF