HR: Geen rechtssregel verplicht de rechter te beslissen omtrent enig verweer dat niet door of namens de verdachte ter terechtzitting uitdrukkelijk is voorgedragen.

Hoge Raad 19 februari 2013, LJN BZ1431 Feiten

Het Gerechtshof te 's-Gravenhage heeft het vonnis van de Rechtbank te 's-Gravenhage van 22 oktober 2010 bevestigd, waarbij verdachte wegens (1) poging doodslag en (2) overtreding van art. 7 lid 1 WvW is veroordeeld, het vonnis voor wat betreft de strafoplegging vernietigd en verdachte een gevangenisstraf voor de duur van 5 maanden opgelegd.

Middelen

De middelen richten zich tegen de verwerping van het beroep op (putatief) noodweer en (putatief) noodweerexces.

Beoordeling Hoge Raad

Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep houdt onder meer in:

"De raadsman voert het woord tot verdediging en verzoekt zijn in eerste aanleg gevoerde verweren als hier herhaald en ingelast te beschouwen (...)."

Geen rechtssregel verplicht de rechter te beslissen omtrent enig verweer dat niet door of namens de verdachte ter terechtzitting uitdrukkelijk is voorgedragen. Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep houdt niet in dat het Hof heeft ingestemd met voormeld verzoek van de raadsman en evenmin dat de raadsman met instemming van het Hof heeft mogen volstaan met een korte aanduiding van de in eerste aanleg gevoerde en in hoger beroep uitdrukkelijk gehandhaafde verweren. In cassatie moet het daarom ervoor worden gehouden dat noch het een noch het ander is geschied.

De middelen, die ervan uitgaan dat de raadsman ter terechtzitting in hoger beroep de in eerste aanleg voorgedragen verweren in hoger beroep heeft gevoerd, missen derhalve feitelijke grondslag en kunnen dus niet tot cassatie leiden.

 

 

Lees hier de volledige uitspraak.

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF