HR: Afwijzing getuigenverzoek is gelet op hetgeen ter terechtzitting door de verdediging is aangevoerd niet toereikend gemotiveerd

Hoge Raad 25 september 2012, LJN BX5004 Feiten

Het Gerechtshof Arnhem heeft verdachte veroordeeld voor bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd.

Middel

Het middel klaagt over 's Hofs afwijzing van het verzoek van de verdediging tot het horen van betrokkene 1 en betrokkene 2 als getuigen.

Het hof heeft bewezen verklaard dat "hij op 09 september 2009 in de gemeente Almere betrokkene 1 en betrokkene 2 heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend met een mes, zwaaiende bewegingen gemaakt in de richting van voornoemde betrokkene 1 en 2, die zich op korte afstand van hem, verdachte bevonden en is hij met dat mes in zijn hand achter betrokkene 1 en 2 aangerend en heeft hij deze dreigend te worden toegevoegd: "Rot op, rot op, ik maak jullie dood".

Het proces-verbaal van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 1 februari 2011 houdt in dat de gemachtigd advocaat van verdachte het woord heeft gevoerd en daartoe het volgende heeft aangevoerd: "Mijn cliënt is stellig. Hij heeft de aangevers niet met een mes bedreigd en ook geen bedreigingen geuit. Hij voelde zichzelf juist bedreigd omdat hij werd gepest door de jongens. Uit de verklaring van aangevers kan opgemaakt worden dat ze hem hebben opgezocht. Ze hebben hem uitgedaagd en geprovoceerd. Ze zochten hem met bepaalde bedoelingen op. Hij rende met handgebaren achter hen aan om te zorgen dat ze weggingen. De opzet op de bedreiging ontbreekt. Verder is er onvoldoende bewijs voor het gebruik van het mes. Zijn verklaring waarom hij het mes in zijn hand had is aannemelijk. Ik vraag u mijn cliënt vrij te spreken. Indien u niet tot vrijspraak komt wil ik de aangevers opnieuw horen. Aangevers zijn niet meer geconfronteerd met de verklaring van verdachte. Mijn cliënt is het pispaaltje van Almere. Hij is eerder ernstig bedreigd. (...)"

Het Hof heeft het verzoek als volgt samengevat en afgewezen: "De raadsman heeft ter terechtzitting verzocht om aangevers betrokkene 1 en 2 nader te horen indien het hof niet zou concluderen tot een vrijspraak van het tenlastegelegde. Het hof acht het horen van de aangevers niet noodzakelijk en wijst dat verzoek af."

Beoordeling Hoge Raad

Gelet op hetgeen ter terechtzitting door de verdediging is aangevoerd is de afwijzing van het verzoek om betrokkene 1 en betrokkene 2 als getuigen te horen niet toereikend gemotiveerd.

Klik hier voor de volledige uitspraak.

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF