Hof: Veroordeling voor het feitelijk leiding gegeven aan eenvoudige bankbreuk bij rechtspersonen en vrijspraak van bedrieglijke bankbreuk, de curator beschikt niet over een volledige (financiële) administratie en heeft geen zicht op de activa

Gerechtshof Leeuwarden 8 oktober 2012, LJN BX9442 Verdachte is in eerste aanleg veroordeeld voor - kort gezegd - het feitelijk leiding gegeven aan eenvoudige bankbreuk (feit 5) en het feitelijk leiding geven aan bedrieglijke bankbreuk (feit 2 en 3).

Vrijspraak bedrieglijke bankbreuk

Het hof heeft niet de overtuiging bekomen dat verdachte het onder 2 en 3 tenlastegelegde heeft begaan, zodat verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Feit 2: Door en namens verdachte is aangevoerd dat facturen voor werkzaamheden verricht door bedrijf 1 volgens afspraak werden opgemaakt en geïnd door bedrijf 5, maar dat die facturen onderling werden doorgefactureerd. Er was dus geen sprake van het ter facturering overdragen van vorderingen op klanten ter bedrieglijke verkorting van de rechten van schuldeisers, aldus verdachte.

Om te kunnen vaststellen dat rechten van schuldeisers verkort (kunnen) zijn, is een overzicht van facturen en geldstromen noodzakelijk. Het dossier biedt hierin geen inzicht. De curator beschikt niet over de volledige administratie. Hij is niet in staat om de activa te bepalen. Verder zijn in het opsporingsonderzoek geen afschriften van de bankrekeningen opgevraagd bij de bankinstellingen. Aldus wordt de door verdachte geschetste gang van zaken niet door bewijsmiddelen weerlegd.

Naar het oordeel van het hof kan daarom niet worden bewezen dat vorderingen op klanten ter bedrieglijke verkorting van de rechten van de schuldeisers zijn overgedragen.

Feit 3: Door en namens verdachte is naar voren gebracht dat de in de tenlastelegging bedoelde goederen tegen een redelijke prijs zijn verkocht en overgedragen, zodat de rechten van de schuldeisers niet zijn verkort.

Het in dit feit besloten verwijt is gebaseerd op hetgeen de curator in zijn aangiftes heeft verwoord. Hij heeft met betrekking tot bedrijf 1 geconstateerd dat een aantal zaken aan de boedel is onttrokken, een vrachtwagen, het grootste deel van de inventaris (machines) en voorraden. Tevens heeft de curator geconstateerd dat bepaalde baten niet zijn verantwoord, te weten de opbrengst van de verkoop van de inventaris en de voorraden aan bedrijf 5 Met betrekking tot bedrijf 8 heeft de curator geconstateerd dat bepaalde baten niet zijn verantwoord en dat enige goederen aan de boedel onttrokken zijn.

De curator heeft in zijn aangiftes echter tevens verwoord - en dat betreft het kernverwijt in de aangiftes- dat hij niet in staat is om de bezittingen en schulden van de beide BV's te bepalen. De curator heeft geen zicht op de activa. Dat hangt daarmee samen dat de curator niet beschikt over de volledige administratie van de beide BV's.

Verder moet worden vastgesteld dat het dossier geen inzicht biedt in de geldstromen tussen de beide BV's en de aan deze BV's gelieerde BV's. De curator beschikt niet over een volledige (financiële) administratie en in het kader van het opsporingsonderzoek zijn bij bankinstellingen geen afschriften van de bankrekeningen opgevraagd. Aldus kan niet worden vastgesteld dat er door de aan bedrijf 1 en bedrijf 8 gelieerde BV's voor de overname van voorraden en inventaris niet een redelijke prijs is betaald, zoals van de zijde van verdachte is betoogd.

Gelet hierop kan niet worden vastgesteld dat de rechten van schuldeisers zijn verkort. Daarom moet vrijspraak volgen van dit feit.

Veroordeling eenvoudige bankbreuk

Feit 5: In de tenlastegelegde periode was de Stichting bestuurder van bedrijf 1, bedrijf 8, bedrijf 4 en bedrijf 6. Deze BV’s zijn in 2002 failliet verklaard. Verdachte is de (enige) bestuurder van de Stichting.

Uit de aangiftes van de curator volgt dat verdachte meermalen door de curator is verzocht om afgifte van de volledige administratie van bedrijf 1 en bedrijf 8, met name om de administratie met betrekking tot de laatste jaren voor de faillissementen.

Vervolgens heeft de curator vastgesteld dat de administratie van bedrijf 1 - die zich naar verluidt bevond in het bedrijfsgebouw van bedrijf 8 - niet volledig was. Verdachte is verzocht om de volledige administratie van bedrijf 1 en bedrijf 8 te verstrekken. Verdachte heeft echter de curator nimmer de beschikking gegeven over de volledige administraties.

Op grond van artikel 10, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek is het bestuur van een rechtspersoon - in dit geval de Stichting - verplicht tot het op zodanige wijze voeren van een administratie, en de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers op zodanige wijze te bewaren, dat te allen tijde rechten en verplichtingen van de rechtspersoon kunnen worden gekend.

Verdachte was enig bestuurder van de stichting. Zoals verdachte zelf ook heeft aangegeven was hij eindverantwoordelijk. Verdachte is door de curator aangesproken. Hij was bevoegd en gehouden om de - complete - administratie van de beide BV 's tevoorschijn te brengen, echter heeft hij maatregelen om daarvoor te zorgen achterwege gelaten. Gelet hierop kan verdachte hiervoor strafrechtelijk verantwoordelijk worden gehouden.

Het argument van verdachte dat als gevolg van de openbare verkoop van goederen van bedrijf 1 een gedeelte van de administratie verloren zou zijn gegaan na het faillissement, treft geen doel. Uit het dossier blijkt dat die openbare verkoop heeft plaatsgevonden nadat de curator al verschillende keren om uitlevering van de complete administratie had verzocht.

Het hof acht een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden passend en geboden.

 

Klik hier voor de volledige uitspraak.

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF