Hof legt gevangenisstraf op van 24 maanden waarvan 8 voorwaardelijk voor witwassen

Gerechtshof Amsterdam 15 februari 2013, LJN BZ4441

Essentie

De verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 24 maanden waarvan 8 voorwaardelijk voor witwassen. Verdachte geeft geen concrete, min of meer verifieerbare, op voorhand niet volstrekt onaannemelijke verklaring voor legale herkomst van (zeer) grote contante geldbedragen (€ 275.360 en € 168.450). Daar komt bij de omstandigheden waaronder overdracht van geld plaats heeft gevonden, in een plastic zak in een auto gebruikmakend van een code. Verdachte wordt beschouwd als geldkoerier.

Met betrekking tot het witwassen van het recht van erfpacht op de woning van verdachte; dit is verkregen door een door verdachte begaan misdrijf. Er is geen sprake van handelingen die meer omvatten dan het enkele voorhanden hebben en die op het daadwerkelijk verbergen of verhullen van de criminele herkomst gericht karakter hebben, zodat OVAR volgt.

Vermogensvergelijking met een negatief resultaat is onvoldoende (in strafzaak) om van criminele herkomst uit te gaan. Ontoereikend bewijs witwassen (€ 78.838) zodat vrijspraak volgt.

Tot slot heeft de verdachte twee werkgeversverklaringen en drie salarisspecificaties valselijk opgemaakt. De werkgeversverklaring en salarisspecificatie uit 2002 heeft de verdachte vervolgens gebruikt ter onderbouwing van zijn hypotheekaanvraag, waardoor de hypotheekverstrekker onder valse voorwendselen is bewogen tot het aan de verdachte afgeven van een hypotheek.

Partiële vrijspraak witwassen

Door de politie is onderzoek gedaan naar de inkomsten en uitgaven van de verdachte in de periode van 1 januari 2009 t/m 17 november 2011. Uit een door de politie opgestelde vergelijking van deze inkomsten en uitgaven volgt dat de verdachte tijdens deze periode ruim € 84.000 meer heeft uitgeven dan hij aan door de politie getraceerde inkomsten heeft ontvangen. Dit bedrag is, grotendeels en onder aftrek van een door de verdachte ter terechtzitting in eerste aanleg opgegeven inkomstenpost die niet is meegenomen in de vermogensvergelijking, aan de verdachte ten laste gelegd, als zijnde van misdrijf afkomstig.

Naar het oordeel van het hof blijkt uit het beschikbare bewijsmateriaal niet zonder meer dat dit geldbedrag uit misdrijf afkomstig is. Voorts is het hof van oordeel dat de omstandigheid dat de opgestelde vermogensvergelijking een negatief verschil kent (in die zin dat de verdachte meer heeft uitgegeven dan hij heeft ontvangen) de slotsom dat het niet anders kan zijn dan dat dit bedrag van misdrijf afkomstig is, niet kan dragen, ook niet voor zover voor de herkomst van dat bedrag door de verdachte geen concrete, min of meer verifieerbare en op voorhand volslagen onwaarschijnlijke verklaring is gegeven.

Het resultaat van de vermogensvergelijking - bezien ook, in het licht van de overige stukken van het dossier - brengt naar ’s hofs oordeel nog niet met zich dat een criminele herkomst de enige aanvaardbare verklaring voor dit bedrag is. Daartoe is het aanwezige bewijs (in onderhavige strafzaak) ontoereikend en ligt de verwarring met een ontnemingsprocedure op de loer, waarin het (slechts) gaat om aannemelijkheid en bij het vaststellen van de omvang van het wederrechtelijk verkregen voordeel geen acht hoeft te worden geslagen op de bewijsminima.

Het hof acht dan ook niet bewezen dat het geldbedrag van misdrijf afkomstig is, zodat de verdachte zal worden vrijgesproken van het witwassen van dit bedrag van € 78.838,59.

Een geldbedrag van (in totaal) € 1.230 is tijdens de insluitingsfouillering van de verdachte in zijn jas aangetroffen, en bestond uit muntgeld en een aantal bankbiljetten van 100 euro, 50 euro, 20 euro en 10 euro.

Ter terechtzitting in eerste aanleg heeft de verdachte verklaard dat dit geldbedrag van hem is. De hoogte van het bedrag, noch overige uit het dossier blijkende feiten en omstandigheden rechtvaardigen de conclusie dat dit geldbedrag van misdrijf afkomstig is, zodat de verdachte zal worden vrijgesproken van het witwassen van dit bedrag.

Lees hier de volledige uitspraak.

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF