Het beslag was reeds opgeheven t.t.v. de behandeling van de zaak door het Hof. Het Hof heeft ten onrechte de bewaring van deze voorwerpen gelast t.b.v. de rechthebbende.

Hoge Raad 6 november 2012, LJN BX5551 Feiten

Verzoeker is door het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch veroordeeld wegens

  1. een gewoonte maken van het plegen van opzetheling;
  2. handelen in strijd met art. 13, eerste lid, van de Wet Wapens en Munitie, meermalen gepleegd; en
  3. handelen in strijd met art. 26, eerste lid, van de Wet Wapens en Munitie.

tot een gevangenisstraf voor de duur van dertig maanden, waarvan tien maanden voorwaardelijk. Tevens heeft het Hof de bewaring gelast ten behoeve van de rechthebbende van een aantal, in het bestreden arrest nader gespecificeerde inbeslaggenomen voorwerpen.

Middel

Het middel klaagt dat het Hof ten onrechte en in strijd met de daaraan voorafgegane beslissing tot teruggave aan verzoeker de bewaring heeft gelast ten behoeve van de rechthebbende ten aanzien van een groot aantal goederen, althans dat het Hof ten aanzien van die goederen een onbegrijpelijk en/of onvoldoende (begrijpelijk) gemotiveerde beslissing heeft genomen, nu ten aanzien van die goederen al wel de teruggave aan verzoeker was gelast en/of die goederen al aan verzoeker waren teruggegeven, hetgeen blijkt uit het verhandelde ter terechtzitting en/of de stukken van het geding.

Beoordeling Hoge Raad

In de "lijst van inbeslaggenomen voorwerpen" zijn onder meer een computer, computermuis en geheugenkaart opgenomen. Achter elk van deze voorwerpen is handgeschreven opgemerkt "retour verdachte 116/1 Sv" en is een stempel inhoudende "Mr. M.K.A. Wijnbelt officier van justitie" met een handtekening van voornoemde Officier van Justitie geplaatst.

Uit de door de Advocaat-Generaal ingewonnen inlichtingen blijkt dat de desbetreffende voorwerpen op 20 april 2009 aan de verdachte zijn teruggegeven. Dit betekent dat het beslag op deze voorwerpen reeds was opgeheven ten tijde van de behandeling van de zaak door het Hof. Het Hof heeft derhalve, met miskenning van het bepaalde in art. 353, eerste lid, Sv, ten onrechte de bewaring van de voorwerpen gelast ten behoeve van de rechthebbende. Het middel klaagt hierover terecht.

De Hoge Raad zal de bestreden uitspraak in zoverre vernietigen.

 

Lees hier de volledige uitspraak.

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF