Geheimhouding bankentoezicht DNB wankelt na uitspraak rechtbank

Rechtbank Amsterdam 11 juli 2012, LJN BX1537, BX1531 en BX1528 

Verstrekkers achtergesteld deposito zijn voldoende geïnformeerd omtrent de werking en de kenmerken van de achtergestelde leningsovereenkomsten.
Uit de overeenkomst van in totaal twee kantjes, blijkt zonder meer dat de lening achtergesteld is bij andere vorderingen en dat in geval van faillissement van DSB Bank de vordering tot terugbetaling van de resterende hoofdsom alleen betaalbaar is nadat andere crediteuren zijn voldaan. 

Beroep op ontbinding ex artikel 4:28 Wft slaagt niet omdat dat beroep slechts wordt gedaan om aan achterstelling te ontkomen. Dat is een ander doel dan waarvoor de in artikel 4:28 Wft opgenomen ontbindingsbevoegdheid is gegeven. Die strekt immers tot bescherming van de onvoldoende geïnformeerde consument bij het aangaan van de overeenkomst, niet tot bescherming van de consument tegen de gevolgen – hoe negatief ook – van de verwezenlijking van een risico dat hij van meet af aan kende of behoorde te kennen, namelijk dat de achterstelling bij een faillissement in de weg zou staan aan aflossing van het geleende bedrag. 

Beroep op dwaling slaagt niet voor zover het de werking en de kenmerken van het achtergestelde deposito betreft. Beroep op dwaling slaagt wel voor zover het de (financiële) positie van DSB Bank en de daarmee verband houdende concrete risico’s betreft.
DSB Bank moet particuliere consument niet alleen informatie verschaffen over de aan de werking van de overeenkomsten verbonden risico’s, maar moet waar nodig en mogelijk ook voldoende informatie verschaffen omtrent de kans dat die risico’s zich daadwerkelijk zullen verwezenlijken. Bij dat laatste is van belang dat particuliere partijen zich ertoe verbonden hun geld voor langere tijd - 5 tot 10 jaar - aan DSB Bank ter beschikking te stellen waarbij, gelet op de achterstelling van de lening, voor de inschatting van het daaraan voor hen concreet verbonden risico de kans op een mogelijk faillissement van DSB Bank essentiële informatie was. DSB Bank heeft in dat licht ten onrechte niet gemeld dat zij vanaf 27 september 2007 in verband met aanhoudende zorgen omtrent de solvabiliteit en continuïteit onder verhoogd toezicht van DNB was geplaatst. Door wel - vertrouwenwekkend - in haar aanbiedingsbrieven bij de overeenkomsten te blijven vermelden dat DSB Bank onder toezicht van DNB stond, maar niet dat dit ‘verhoogd’ toezicht betrof, heeft DSB Bank een onjuist beeld van de werkelijkheid gegeven.
Indien DSB Bank meende dat het haar niet mogelijk was te melden dat zij onder verhoogd toezicht stond omdat daarmee het noodzakelijke vertrouwen in de bank ondergraven zou worden, had zij moeten kiezen de achtergestelde leningen niet meer aan te bieden. Dat heeft zij echter niet gedaan. De na 27 september 2007 gesloten overeenkomsten worden vernietigd. Verstrekkers van het achtergesteld deposito worden ter zake van terug te ontvangen bedrag (inleg minus ontvangen rente) ex art 37a Fw toegelaten als concurrent schuldeiser.
Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF