Geen vervolging Staat inzake asbestschip Otapan

Het Gerechtshof Den Haag heeft gisteren in een artikel 12 SV-procedure besloten dat er geen strafvervolging zal worden ingesteld tegen de Staat en zijn ambtenaren inzake het asbestschip Otapan. Milieuorganisatie Greenpeace had hiertoe een verzoek ingediend. Het hof heeft geoordeeld dat de Nederlandse Staat en de bij het dossier 'Otapan' betrokken ambtenaren verwijtbaar onjuist hebben gehandeld bij de vergunningverlening tot uitvoer van het (asbest)schip. Zij zijn op goede gronden aangemerkt als verdachten van het (mede-) plegen van de misdrijven sluikhandel en valsheid in geschrift. Het verzoek van Greenpeace om de Staat en die ambtenaren strafrechtelijk te vervolgen wijst het hof evenwel af.

Het hof geeft in zijn beslissing aan dat volgens geldend recht in Nederland de Staat voor strafvervolging immuun is. Ook internationale verdragen en verordeningen schrijven niet dwingend voor dat tot strafvervolging moet worden overgegaan. Die immuniteit geldt ook voor de onder verantwoordelijkheid van de staatssecretaris bij het dossier betrokken ambtenaren.

De buitenlandse (voormalige) eigenaren van de Otapan zijn eerder strafrechtelijk vervolgd voor het illegaal verwijderen van asbest op het schip. Door de civiele rechter zijn ze veroordeeld tot betaling van  de kosten die de Staat  heeft moeten maken voor  de verwijdering van het nog aanwezige asbest op het schip. De gevraagde vervolging van de voormalig eigenaar van het schip en diens vertegenwoordiger acht het hof nu niet meer aangewezen.

 

Bron: de Rechtspraak

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF