Geen vergoeding kosten raadsman voor niet vervolgde politieman nu deze zijn voldaan door het politiekorps

Rechtbank Amsterdam 28 november 2012, LJN BY8627 (gepubliceerd op 16 januari 2013) Standpunt verzoeker

De raadsman is van mening dat de vergoeding ex artikel 591a Sv dient te worden toegekend. Hiervoor heeft hij een viertal argumenten aangegeven.

  • Ten eerste kan de vergoeding gezien worden als een voorschot aan de politieambtenaar, gelet op de tekst van bijvoorbeeld artikel 69a, vierde lid van het Besluit algemene rechtspositie politie (Barp) en artikel 5 van RRPAA.
  • Ten tweede is de vergoeding van de rechtsbijstand vergelijkbaar met een afgesloten rechtsbijstandverzekering. Kosten die in beginsel voor de verzekerde/politieambtenaar komen worden door een speciale regeling door de werkgever betaald, die zulks voldoet uit de algemene middelen. Dat is een situatie waarin elk rechtssubject een keuze kan maken tussen verzekeren en premie betalen dan wel zelf reserveren en de kosten zelf dragen. Het Regiokorps heeft ervoor gekozen om te reserveren en de kosten te dragen.
  • Ten derde wijst verzoeker op de bedoeling van de wetgever, die inhoudt dat de door de staat veroorzaakte schade dient te worden vergoed, waarbij in het midden kan worden gelaten of de gewezen verdachte zelf of een derde voor hem heeft betaald. De raadsman verzoekt om het huidige Amsterdamse beleid voort te zetten omdat op 1 januari 2013 een nieuwe Nationale Politie ontstaat en de regeling uit het Barp waarschijnlijk moet worden herzien.
  • Ten slotte heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat dit de eerste keer is dat de officier van justitie zich verzet tegen toekenning van schadevergoeding en vraagt om die reden de rechtbank om de vergoeding nu toe te wijzen zodat de politie nog ‘overgangsrecht’ heeft om het beleid hierop aan te passen.

Standpunt officier van justitie

De OvJ verzet zich verzet tegen toekenning van de schadevergoeding. Ten aanzien van de genoemde argumenten van de raadsman heeft hij verklaard dat artikel 591a Sv ziet op kosten die verzoeker zelf heeft moeten betalen. Ten aanzien van het overgangsrecht is het zo dat de politie niet de enige werkgever is die de schade op deze manier heeft geregeld. Het gaat te ver om alle bedrijven en de politie de gelegenheid te geven hun beleid aan te passen. Ten slotte is een werkgever niet te vergelijken met een rechtsbijstandverkering.

Oordeel rechtbank

Het korps heeft in de onderhavige zaak de facturen van de raadsman voldaan. De kosten van de raadsman zijn derhalve geen kosten die ten laste van verzoeker zijn gekomen. Artikel 591a Sv biedt slechts ruimte voor vergoeding van de kosten van een raadsman die daadwerkelijk ten laste van verdachte zijn gekomen.

Anders dan de raadsman is de rechtbank van oordeel dat uit de tekst van artikel 69a Barp en artikel 5 RRPAA niet volgt dat sprake is van een voorschot. In die artikelen wordt gewezen op een bevoegdheid tot terugvordering in een aantal limitatief opgesomde gevallen, (opzet, grove nalatigheid of veroordeling van de medewerker) waaronder de onderhavige situatie niet valt. Dat de facturen zijn gericht aan verzoeker, per adres het korps, doet hieraan niet af.

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de regeling bij het politiekorps te vergelijken is met een rechtsbijstandsverzekering, onder verwijzing naar het arrest van de Hoge Raad van 1 mei 1973 (NJ 1973, 355). De rechtbank deelt dit standpunt niet. Op grond van artikel 2 RRPAA is toekenning van rechtsbijstand (de rechtbank begrijpt in dit verband: betalen van de kosten de raadsman) inherent aan de arbeidsovereenkomst tussen het korps en de medewerker. De toekenning van rechtsbijstand is niet afhankelijk van een keuze van de medewerker of lidmaatschap van een vakbond. Uit de bewoordingen van de RRPAA is evenmin af te leiden dat de medewerker in geval van een strafrechtelijke vervolging een vordering op het korps krijgt. Het korps voldoet de kosten van rechtsbijstand en maakt geen uitzondering voor het geval de strafzaak eindigt zonder straf of maatregel.

Nu geen sprake is van een met een rechtsbijstandsverzekering te vergelijken situatie is de rechtbank van oordeel dat verzoeker geen vergoeding toekomt ex artikel 591a Sv.

Hetgeen de raadsman heeft aangevoerd omtrent de bedoeling van de wetgever verhoudt zich niet met artikel 591a Sv. Op grond van dit artikel kan geen vergoeding aan verzoeker worden toegekend. Het is aan het korps om te bezien of de kosten op andere wijze op de Staat kunnen worden verhaald.

Ten aanzien van het verzoek van de raadsman om in deze zaak de schadevergoeding toe te wijzen en overgangsrecht te creëren voor het politiekorps overweegt de rechtbank dat zij het niet als haar taak ziet om overgangsrecht te creëren.

De rechtbank ziet, gelet op het voorgaande, alle omstandigheden in aanmerking genomen, geen gronden van billijkheid om aan verzoeker een vergoeding toe te kennen voor de kosten van rechtsbijstand.

De rechtbank zal ook geen kosten voor het opstellen, indienen en behandelen van het verzoekschrift toekennen nu deze ook niet voor rekening van de gewezen verdachte komen, maar voor rekening van het korps.

De rechtbank wijst het verzoek af.

 

Lees hier de volledige uitspraak.

 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF