Een kruipruimte is aan te merken als een 'vertrek' van een woning

Gerechtshof 's-Hertogenbosch 16 januari 2013, LJN BY8647 Door de raadsvrouwe is ter terechtzitting aangevoerd dat de politie in de woning van verdachte, door het openen van de onder een deurmat bevindende klep naar de kruipruimte en het vervolgens openen van de in die kruipruimte aangetroffen afgesloten vuilniszakken en een weekendtas, meer heeft gedaan dan alleen ‘zoekend rondkijken’ ex art. 9 van de Opiumwet, zodat sprake was van een doorzoeking waartoe de politie niet bevoegd was.

Het hof overweegt het volgende.

Uit het dossier volgt dat de verbalisanten de woning van verdachte, met toestemming van verdachte, hebben betreden en dat zij daar een onderzoek hebben ingesteld. Uit het door hen opgemaakte proces-verbaal van bevindingen blijkt dat zij de klep van de kruipruimte hebben geopend en dat in die kruipruimte vervolgens acht vuilniszakken en een grote vakantietas met ruim 15 kilogram natte hennep werd aangetroffen.

Door verdachte wordt niet betwist dat de aangetroffen hennep zijn eigendom is. De verdediging en het OM verschillen van mening over de vraag of het openen van de klep naar de kruipruimte valt onder ‘zoekend rondkijken’ zoals dit als bevoegdheid is gegeven in de Opiumwet. De verdediging meent van niet en stelt dat daarmee sprake is van een doorzoeking van de woning waarvoor op dat moment geen machtiging aanwezig was. Het openbaar ministerie heeft zich op het standpunt gesteld dat dit valt onder de bevoegdheden van art. 9 van de Opiumwet.

Het hof stelt voorop dat de bevoegdheden van art. 9 van de Opiumwet mede het zoekend rondkijken naar voor inbeslagneming vatbare zaken omvat. Op grond van vaste jurisprudentie van de Hoge Raad mag de politie op grond daarvan elk vertrek van een woning betreden.

Naar het oordeel van het hof is een kruipruimte aan te merken als een ‘vertrek’ van een woning en valt het openen van een niet afgesloten klep (luik) naar die kruipruimte onder de bevoegdheden van art. 9 van de Opiumwet. Het hof is dan ook met de advocaat-generaal van oordeel dat geen sprake is geweest van een doorzoeking.

De verdediging heeft nog gesteld dat de in de kruipruimte aangetroffen vuilniszakken en weekendtas waren afgesloten, zodat de hennep voor de verbalisanten niet zichtbaar was. Door deze zakken en de tas desondanks te openen is eveneens sprake van een doorzoekingshandeling waartoe de verbalisanten, zonder machtiging, niet bevoegd waren.

Het hof overweegt daaromtrent dat de stelling van de verdediging dat de door verbalisanten aangetroffen vuilniszakken en weekendtas waren afgesloten, geen bevestiging vindt in het dossier. Uit de foto’s in het strafdossier blijkt dat de zakken en de weekendtas niet waren afgesloten en evenmin dat die zakken zijn opengescheurd. Het hof gaat er dan ook vanuit dat de hennep voor de verbalisanten zichtbaar was, waarna zij de vuilniszakken en de weekendtas in beslag hebben genomen.

Het hof verwerpt het verweer van de verdediging.

 

Lees hier de volledige uitspraak.

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF